Yggdrasil

Voor plezier en eenvoud in de natuurlijke moestuin

  • Winkel
    • Zelfpluktuin
    • Hoevewinkel
    • Webwinkel
      • Webwinkel
    • T-shirt shop
  • Educatie
    • Wil Je Yggdrasil Steunen Na De Brand?
    • Start Hier!
      • Gratis Nieuwsbrief
        • LedenPagina
      • Gratis Video’s
      • Gratis webinars
      • Gratis artikels
        • Natuurlijk tuinieren
        • Mulchen
        • Composteren
        • Kleinfruit: Onderhoud, snoeien en verwerken
    • Producten onder €80
      • Rondleidingen
        • Maart
        • Gecombineerde Rondleiding Juni: Drakentuin en Yggdrasil
        • Augustus
      • Workshops
        • Workshop: vlechtwerken in de tuin
        • Snoeicursus Kleinfruit: Rode bes en Framboos
      • Boeken
        • Gezonde Voeding Uit De Natuurlijke Moestuin
        • Mulchen in de natuurlijke moestuin
        • Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin
          • BonusBrochure
          • Persmap
        • Combineren in de natuurlijke moestuin
          • Bonus Video’s
          • Pers Map
        • Zeven stappen naar een natuurlijke moestuin
      • Online Brochures
      • Zelfstudie Cursussen
        • Mulchen
        • Zelfstudiecursus Permacultuur
      • Tutorial Kruidenspiraal
        • Toegang
    • Cursussen
      • Info ZelfstudieCursus ‘Het Groene Fundament’
        • Zelfstudiecursus ‘Het Groene Fundament’
      • Info Online cursus ‘Groenten Kweken’
        • Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken’
      • Jaaropleiding Ecologisch Tuinieren en Permacultuur
      • Info Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken voor gevorderden’
        • Online Cursus voor Gevorderden
    • Bronnen en hulpmiddelen
  • Blog
  • Word Lid
  • Contact
    • Wie ben ik?
    • Contact
    • Op zoek naar een lesgever?
    • Openingsuren hoevewinkel
  • Login
    • Account
    • Ledenplatform
    • Login
Je bent hier:Home / Search for "slakken"

Search Results for: slakken

Dierbespreking: Winterkoninkje (Troglodytes troglodytes)

Please log in to view this content

Dierbespreking: Soldaatje of kleine rode weekschildkever

Uitzicht

De familie van deze kevers hebben zachte dekschilden omdat ze weinig chitine bevatten, vandaar de naam. Er zijn zo’n 50 soorten weekschildkevers en meerdere soorten soldaatjes, zoals het zwart soldaatje, het geel soldaatje, de kleine, rode weekschildkever, ook soldaatje genoemd.

De kleine rode weekschildkever is een smalle, langwerpige kever met een lengte van 7 tot ongeveer 10 millimeter. Hij is de kleinste van de soldaatjes. Alle lichaamsdelen zijn roestrood van kleur, behalve de voeten en de uiteinden van zijn dekschilden, die zijn zwart. Hij heeft lange antennes.

Waar is het soldaatje te vinden?

Het soldaatje is een cultuurvolger: je vindt hem niet enkel in bosranden en weilanden met veel wilde bloemen, maar ook in wegbermen en tuinen. Het is de meest voorkomende weekschildkever. Wellicht heb je hem ook al ontmoet in je tuin. Vaak komt hij voor in  groepen op schermbloemen en andere bloeiende planten.

Hij beweegt zich al parend voort, de paring duurt immers enkele uren.

Voortplanting en voedsel

De kevers vliegen van einde mei tot augustus waarbij ze vooral te vinden zijn op schermbloemigen. Ze leven van nectar en pollen, maar ze eten eveneens andere insecten die de bloemen komen bezoeken.

In de loop van die maanden paren ze en worden eitjes afgezet in vochtige grond. Daaruit ontwikkelen zich larven die zes stadia doorlopen. De eerste vijf stadia doorlopen ze van juni tot september. De larven hebben een langwerpig lichaam en een zijdeachtige beharing. Ze leven op de grond en houden van een vochtige omgeving. Het zesde stadium duurt van oktober tot april.

De larven in dit zesde stadium jagen actief op wormen en slakken en andere insectenlarven, maar ze eten ook plantendelen. Ze hebben geen probleem met de winterse kou. Ze kunnen actief blijven omdat ze, zo vermoedt men, een soort antivries in hun lichaam hebben.

In april en mei verpoppen ze waarna de kevers verschijnen.

Verdediging

Bij gevaar laat hij bloed uit zijn  kniegewrichten lopen. Dat bloed ruikt vies, is giftig en bijtend.

Weerman 

Meestal vind je de kevers boven op het blad of de bloem. Zitten ze massaal onder het blad, dan is er onweer op komst. De kever merkt dat reeds uren van te voren!

Een welkome gast, zo denk ik.

Foto

 

Dierbespreking: Gewone pad (Bufo bufo)

Padden, als je ze tegenkomt in de tuin is het meestal een verrassing, vaak niet zo aangenaam. Je hebt ze niet bemerkt maar je voelt ze als je met de handen onkruid uittrekt of iets tegen de grond oogst. Padden zijn immers schemerdieren die zich overdag meestal schuil houden onder planten. Soms graven ze zich oppervlakkig onder in de losse grond.

De pad die we in onze tuin vinden is meestal de ‘gewone pad’.

Het is een tamelijk grote en plompe amfibie, bruinachtig, met een wrattige huid en gezwollen klieren achter de kop. De poten zijn kort en stevig. Ze heeft goudbruine ogen met een horizontale pupil.

Padden zijn koudbloedige dieren, d.w.z. dat hun temperatuur ongeveer overeenkomt met de omgevingstemperatuur. Daarom gaan ze zonnen om hun temperatuur op te drijven, maar wanneer het te warm wordt gaat hun huid verbranden. Op het heetst van de dag zoeken ze dan ook de schaduw op. Hun huid is immers waterdoorlaatbaar, waardoor er constant water verdampt. Ze ademen ook door de huid.

Voortplanting en levenscyclus

Tussen eind februari en half april trekken ze massaal naar hun voortplantingsplaats, de poel of ander diep, stilstaand water waar ze zelf geboren zijn. De gewone pad heeft een ruim terrein en trekt soms kilometers ver. Dit en het feit dat ze traag vooruitgaan maakt dat padden een groot risico lopen om overreden te worden. Padden hebben korte achterpoten in tegenstelling tot kikkers die lange achterpoten hebben. Daardoor gaan padden ook niet springen maar lopen.

Ze doen er meer dan 15 minuten over om een weg van 7 m breed over te steken. Bovendien verstarren ze bij lawaai of bij verstoring door licht van autolampen. Ze staan dan ook aan de top van de slachtoffers.

Na de winterslaap zijn de mannetjes meestal erg vermagerd, maar de vrouwtjes zijn dik van de eitjes. Het mannetje klampt zich vast op de rug van het vrouwtje tot het eileggen afgewerkt is. Het vrouwtje duldt hem dan ook niet langer. Wanneer het vrouwtje gaat persen neemt ze een ‘signaalhouding’ aan als sein voor het mannetje. Rond de eieren zit een gelei die enkel doordringbaar is met zaad voordat de gelei water heeft opgenomen. Het moet dus heel synchroon gebeuren. Het vrouwtje perst 2 eisnoeren tegelijk uit haar lijf en het sperma van het mannetje vloeit erover om ze te bevruchten. Omwille van de uitwendige bevruchting zijn vaak niet alle eitjes bevrucht. Daarna zwemmen de padden even rond om de eisnoeren rond de planten vast te hangen. Elk vrouwtje legt meerdere snoeren die elk  2.000 tot 6.000 eitjes bevatten.

Daarna gaan de padden meteen weer aan land. Enkel de eitjes en de larven zijn gebonden aan het water. Een vorstperiode is voor de eitjes geen probleem, die kunnen ze overleven. In het water zijn de kikkervisjes voedsel voor heel wat insecten zoals de waterschorpioen, en de larven van libellen.

Ruim één week na de bevruchting komen de larven uit het eitje en veranderen in een klein padje van 1 cm lang dat aan land gaat en verder groeit.

‘s Winters gaan ze in de strooisellaag of op vochtige, beschutte plaatsen in winterslaap.  Hun lichaam beweegt bijna niet, hun hartslag wordt drastisch minder en zo verliezen ze weinig energie.

Na vier jaar zijn ze geslachtsrijp en trekken ze naar de poel van hun geboorte. Een pad heeft een levensduur van 7 tot 10 jaar.

Voedsel

De larven eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel.

Padden kunnen naast het gewone licht ook ultraviolet en infrarood licht waarnemen. Ze gaan vooral ‘s avonds en ‘s nachts op jacht.

Ze eten uitsluitend levende prooidieren. Ze eten alle kleine, bewegende dieren zoals mieren, kevers, spinnen, duizendpoten, bijen, wespen, … Ze pakken ze met hun snelle, uitklapbare tong.

Grotere dieren zoals regenwormen worden met de kaken gevat en dan met de poten in de mond geduwd.

Uit een Amerikaans onderzoek naar de Amerikaanse pad die vergelijkbaar is met onze gewone pad blijkt dat een pad in 3 maanden tijd ongeveer 11.000 ongewervelden eet.

Door hun grote bek kunnen ze ook dieren eten die niet veel kleiner zijn dan zijzelf en ze slikken alles ineens door. Zo eten zij ook grote naaktslakken, uit het nest gevallen vogels en muizen.

Padden zijn niet zo gegeerd als voedsel, ze smaken immers nogal bitter. Ze scheiden als verdediging een giftige stof af uit hun huid die erg irriterend werkt op de slijmvliezen. Egels zijn er immuun voor.

Je hoeft geen open water in je tuin te hebben om padden aan te trekken. Ze hebben het water enkel nodig voor de voortplanting maar leven daarna ver verspreid. De tuin moet wel toegankelijk zijn. Als je open water hebt, dan verschijnen er na een aantal jaren ook eisnoeren en dat is weer iets om naar uit te kijken in de lente. Bovendien is de pad behulpzaam om het evenwicht in de tuin te behouden.

Foto

Toepassingen bij Yggdrasil

Vanaf het begin hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk vogels aan te trekken. Vogels staan hoog in de pyramide en indien je veel vogels hebt, betekent dit ook dat je veel kleinere organismen hebt. Daarnaast zijn vogels ook grote plaagbestrijders en helpen ze je in de moestuin met het opruimen van rupsen, slakken en een veelvoud aan insecten.

Haagkanten

Vogels hebben voedsel nodig in de vorm van insecten, maar ook zeker in de vorm van bessen. Door haagkanten aan te planten die veel bloesem zetten en daarna ook bes vormen sla je 2 vliegen in een klap. De bloesems trekken in het voorjaar veel insecten aan die dan de vogels als voedsel dienen om hun jongen groot te brengen. In de zomer en het najaar, sommige zelfs in de winter, zorgen deze besdragende struiken voor een nieuwe bron aan voedsel.

Voor het aanplanten werd ons verteld dat het belangrijk is om in blokken aan te planten. Hiermee bedoel ik dat je best enkele meters kers zet, dan enkele meters meidoorn, dan enkele meters linde … En niet telkens 1 exemplaar van een soort afgewisseld met een volgende soort. Door in blokken te planten vinden vogels een geschikte plek om te broeden, iets wat ze in een te grote diversiteit aan soorten niet zo snel doen. Een ander voordeel is ook dat je extra volume en diversiteit krijgt in je randen. Verschillende soorten hebben een verschillende vorm van groei. Door in blokken te werken heb je ook een variatie in hoogte wat voor vogels ook belangrijk is.

Haagkanten (klein of groot) zijn enorm belangrijk voor je tuin en zeker indien je vogels wilt aantrekken. Door de juiste soorten aan te planten, levert je haag voedsel en nestplaats voor vele soorten vogels.

Bloeiende fruitbomen en -struiken

Een diversiteit aan fruitbomen en -struiken trekt ook vogels aan, al zij het vaak onrechtstreeks. De massale bloesem van fruitbomen trekt veel insecten aan die dan weer vogels aantrekken. In het najaar genieten vogels mee van de opbrengst, en fruit dat je laat hangen kan zo lange t ijd dienen als voedselbron. Onze bessenstruiken worden nooit volledig leeggeplukt in de zomer en dat blijkt ideaal te zijn voor vogels.

Ons hoofdpad is afgeboord met bessenstruiken. En wanneer je eind juli, begin augustus over het hoofdpad loopt, vluchten er overal vogels onder deze struiken weg. Ze doen zich tegoed aan de afgevallen bessen.

Mulch

Mulchen heeft vele voordelen voor je bodem en voor jou zelf ook, maar zeker ook voor vogels. Als je al mulcht dan weet je dit, maar vele vogels komen in de mulch krabben en wroeten op zoek naar insecten en andere beestjes. Sommige mensen jagen kippen of loopeenden in hun tuin, maar vogels doen net hetzelfde werk. Ze eten vele slakken op, alsook andere schadelijk insecten. Hierdoor helpen vogels met het onder controle houden van slakken en andere plagen.

Het nadeel is dat je mulch vaak ook op het pad terecht komt, maar hier zijn wel enkele oplossingen voor indien dit je stoort. En in het voorjaar is het opletten dat je zaailingen niet bedekt worden met verse mulch waar vogels in komen wroeten. Je mulchactiviteiten even opschuiven tot alles wat groter is, lost al veel problemen op.

Specifieke vogels aantrekken

Om ons probleem met woelmuizen aan te pakken, leken vogels ons een geschikte kompaan. Door de juiste vogelkasten op te hangen, kan je blijkbaar heel eenvoudig en snel vogels aantrekken. Ze hebben we ondertussen kerkuilen, steenuilen en torenvalken die broeden in onze nestkasten en zo helpen om het woelmuizen probleem op te lossen. En dat ze invloed hebben merken we wel degelijk.

De laatste jaren zijn er geen grote problemen meer met woelmuizen, ze zijn nog aanwezig maar ze nemen slechts een deel dat aanvaardbaar is voor ons. Het blijft geven en nemen in de tuin. De uilen en torenvalken verbruiken vele muizen in het voorjaar om hun jongen te voeden. Tijdens deze periode is de druk op de woelmuizen groot en de schade zeer gering. Maar eens de zomer begint, zijn de jongen uitgevlogen en worden er veel minder muizen gevangen. De druk op de muizen neemt af, ze bouwen hun populatie op en dit merken tegen het najaar. Tegen dan hebben we meer last van vraat door woelmuizen.

Bezoekers

We hebben een periode veel kippen verloren, waarbij mijn mama een keer een grote roofvogel bezig heeft gezien met het opeten van een kip. Daarnaast hebben we verschillende keren een grote roofvogel gezien die rondvloog over onze kippenren. We vermoeden dat het over een kiekendief gaat.

Enkele jaren geleden hadden we langs ons hoofdpad dat naar achter leid een wespennest in de grond. Op zich geen probleem, alleen lag het nest echt wel op het pad en tijdens rondleidingen was dat toch niet ideaal dat er zoveel volk passeert rakelings, door en over een wespennest. We hadden de plek afgezet zodat je moest rondlopen. Maar enkele weken later was die plek op de grond opgewroet en lagen er stukken raat op de grond. De wespen waren wel nog actief. Een week daarna zagen we een grote vogel die in de grond aan het wroeten was bij het wespennest. Na enkele bezoeken was het wespennest volledig leeg en bleef ook de vogel weg. We vermoeden dat het een wespendief was.

Duiven, Turkse tortel en bosduiven, hebben we ook ten overvloede. Zij worden echter regelmatig onder controle gehouden door andere roofvogels. Zo vinden we met de regelmaat van de klok een plek pluimen van een duif, maar is er voor de rest zelden iets te vinden.

Herkennen

Door onze lange inzet op het voorzien van voedsel en beschutting voor vogels op allerhande manieren, hebben we ondertussen heel veel vogels zitten. We hebben, met uitzondering van de uilen- en torenvalkkasten, nooit acties ondernomen om een specifieke soort aan te trekken, maar gewoon algemene maatregelen genomen. Voedsel voorzien, huisvesting voorzien en dan komen ze wel, al weet je dan niet wat er allemaal zit. Het herkennen als leek is niet eenvoudig, maar wanneer je ‘s ochtends doorheen de tuin loopt is het soms oorverdovend hoeveel vogels er aan het roepen zijn. Het is op zich wel leuk om te weten wat er allemaal rondvliegt, maar daar ben ik nog niet aan toe gekomen.

Water

Water is belangrijk voor alle leven, en zeker vogels hebben veel baat bij open water. Een reden waarom ons fruit niet opgegeten wordt door onze vogels, alhoewel we van beide veel hebben, is dat we ook veel open water hebben en vogels genoeg water hebben om te drinken. Wanneer vogels geen beschikking hebben over water dan is een oplossing om toch vocht binnen te krijgen het eten van bessen en pikken in fruit. Door vele andere bessen en open water aan te bieden is dat probleem opgelost in onze tuin. Is er een verband? Zeker weten we dit niet, maar we vermoeden van wel.

Een borrelsteen. Het lijkt iets onnozel, maar zodra je er een hebt staan zal je zien dat vogels ze graag gebruiken. Als bron van drinkwater, maar ook als plek om zich te wassen. Onze borrelsteen staat aan de ruit van de eetkamer en je ziet daar in de zomer continu vogels zich wassen en spelen in het water. Het gaat zelfs zo ver dat er soms wachtrijen zijn van verschillende vogels die in de buurt zitten en rustig hun beurt afwachten.

Enkele jaren geleden was er een koppen duiven dat vlakbij broedde en ze joegen alle kleine vogels altijd weg en gingen dan zelf op de borrelsteen in het water zich wassen en drinken.

Plezier

Vogels zorgen ook gewoon voor veel plezier in de tuin: ze zien vliegen, acrobatische trucjes uithalen, ze horen is gewoon leuk en geeft een goed gevoel. Zo konden we jarenlang een Grauwe Vliegenvanger aan het werk zien. Hij/zij vloog steeds heen en weer tussen 2 takken en ving telkens insecten tijdens de vlucht. Prachtig om bezig te zien!

Romeinse Sla (plant)

Planttijdstip:
Plant jonge romeinse slaplanten uit vanaf maart tot juli, zodra de bodem voldoende is opgewarmd. Kies een zonnige plek met voedzame, goed doorlatende grond. Houd 25–30 cm afstand tussen de planten zodat de kroppen voldoende ruimte hebben om te groeien.

Oogsttijd:
Mei tot september, afhankelijk van het plantmoment en de weersomstandigheden.

Algemeen:
Romeinse sla vormt langwerpige, stevige kroppen met knapperige, donkergroene bladeren. Ze heeft een milde smaak en is ideaal voor salades, sandwiches en wraps.

Teelttip:
Houd de bodem vochtig, vooral bij warme periodes, om doorschieten te voorkomen. Regelmatig de buitenste bladeren oogsten stimuleert nieuwe bladgroei. Bescherm de planten tegen slakken en rupsen.

Oogst en bewaring:
Oogst de sla wanneer de kroppen stevig en volgroeid zijn. Bewaar in de koelkast in een vochtige doek of perforatiezak; romeinse sla blijft 3–5 dagen goed bewaarbaar.

Spruitkool (plant)

Planttijdstip:
Plant jonge spruitkoolplanten uit vanaf april tot mei, zodra de bodem goed bewerkbaar is en voldoende opgewarmd. Kies een zonnige plek met voedzame, goed doorlatende grond. Houd 50–60 cm afstand tussen de planten en 60–75 cm tussen de rijen om voldoende luchtcirculatie te garanderen.

Oogsttijd:
Oktober tot februari, afhankelijk van het plantmoment en de weersomstandigheden. Spruiten zijn rijp wanneer ze stevig, compact en donkergroen zijn, meestal van onder naar boven gevormd.

Algemeen:
Spruitkool vormt kleine, ronde kooltjes langs de stengel. Ze zijn rijk aan vitamine C en vezels en worden gebruikt voor koken, stoven of roosteren.

Teelttip:
Houd de bodem vochtig en voedzaam. Bescherm jonge planten tegen slakken en rupsen. Regelmatig bemesten en aanaarden stimuleert stevige spruiten en een gezonde stengelontwikkeling.

Oogst en bewaring:
Oogst de spruiten wanneer ze compact en stevig zijn. Spruitkool kan in de tuin blijven staan bij lichte vorst; dit verbetert vaak de smaak. Bewaar in een koele kelder of koelkast; spruiten blijven enkele weken goed.

Stengelajuin (plant)

Planttijdstip:
Plant jonge stengeluiplanten uit vanaf maart tot mei, zodra de bodem voldoende is opgewarmd en goed doorlatend is. Kies een zonnige plek met voedzame grond. Houd 15–20 cm afstand tussen de planten zodat de stengels goed kunnen ontwikkelen.

Oogsttijd:
Juni tot oktober, afhankelijk van het plantmoment en de groeisnelheid.

Algemeen:
Stengelui vormt lange, holle groene stelen met milde, frisse uiensmaak. Ze worden vaak gebruikt rauw in salades, als garnering, of gekookt in soepen en roerbakgerechten.

Teelttip:
Houd de bodem vochtig en vrij van onkruid voor optimale groei. Regelmatig bemesten stimuleert stevige stengels. Bescherm jonge planten tegen slakken en rupsen.

Oogst en bewaring:
Oogst de stengels wanneer ze voldoende dik en lang zijn. Bewaar in de koelkast in een vochtige doek of perforatiezak; stengelui blijft 1–2 weken goed bewaarbaar.

Witte kool (plant)

Planttijdstip:
Plant jonge witte koolplanten uit vanaf april tot juni, zodra de bodem goed bewerkbaar is en voldoende opgewarmd. Kies een zonnige plek met voedzame, goed doorlatende grond. Houd 40–50 cm afstand tussen de planten en 60 cm tussen de rijen voor een goede luchtcirculatie.

Oogsttijd:
Juli tot oktober, afhankelijk van het plantmoment en de weersomstandigheden. De kroppen zijn oogstrijp wanneer ze stevig en compact aanvoelen.

Algemeen:
Witte kool vormt ronde, stevige kroppen met lichtgroene bladeren en milde smaak. Ze is veelzijdig en geschikt voor stoofschotels, zuurkoolbereiding, salades of koken.

Teelttip:
Houd de bodem vochtig en goed bemest voor stevige, compacte kroppen. Bescherm jonge planten tegen slakken en rupsen. Regelmatig onkruid wieden en aanaarden helpt om de kroppen wit en mals te houden.

Oogst en bewaring:
Oogst de kool wanneer de krop volledig gevormd en stevig is. Bewaar in een koele kelder of koelkast; witte kool blijft enkele weken goed en kan ook worden ingemaakt of gefermenteerd.

Komkommer buiten (plant)

Planttijdstip:
Direct zaaien of uitplanten vanaf mei, wanneer de bodem goed is opgewarmd en de kans op nachtvorst voorbij is.

Oogsttijd:
Juli tot september, afhankelijk van het planttijdstip en de weersomstandigheden.

Algemeen:
Buitenkomkommers zijn vruchtgroenten die het beste groeien in warme, zonnige omstandigheden. Ze vormen lange, frisse vruchten die ideaal zijn voor salades, smoothies of als snack. Rassen voor buiten zijn vaak resistenter tegen kou en ziekten dan kaskomkommers.

Teelttip:
Plant in goed doorlatende, voedzame grond. Geef voldoende water, vooral tijdens droge periodes, en mulch om vocht vast te houden. Gebruik een klimrek of gaas voor klimmende rassen om schone vruchten te verkrijgen en ruimte te besparen. Bescherm jonge planten tegen slakken en koude nachten.

Oogst en bewaring:
Oogst de vruchten jong en stevig. Buitenkomkommers blijven in de koelkast maximaal 5–7 dagen houdbaar.

Snijbiet/warmoes, kleurenmix (plant)

Planttijdstip:
Plant jonge snijbietplanten uit vanaf april tot juli, zodra de bodem voldoende is opgewarmd en de kans op nachtvorst voorbij is. Kies een zonnige tot licht beschaduwde plek met goed doorlatende, voedzame grond. Houd 20–30 cm afstand tussen de planten zodat de bladeren voldoende ruimte hebben om te groeien.

Oogsttijd:
Mei tot oktober, afhankelijk van het plantmoment en de groeisnelheid.

Algemeen:
Snijbiet mix bevat vaak verschillende bladkleuren en -vormen, zoals groen, rood, geel en wit, en biedt een decoratieve, kleurrijke toevoeging aan salades en gerechten. De bladeren zijn zacht, lichtzoet tot licht bitter en kunnen zowel rauw als gekookt worden gegeten.

Teelttip:
Houd de bodem vochtig en vrij van onkruid. Oogst regelmatig de buitenste bladeren om de plant te stimuleren nieuwe bladeren te vormen. Bescherm jonge planten tegen slakken.

Oogst en bewaring:
Oogst de bladeren wanneer ze jong en mals zijn voor de beste smaak. Bewaar in de koelkast in een vochtige doek of perforatiezak; snijbiet blijft 4–6 dagen goed bewaarbaar.

  • « Previous Page
  • 1
  • …
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • …
  • 20
  • Next Page »

© 2026 Yggdrasil BV · BE 0879.821.474
Algemene voorwaarden - Retourbeleid - Privacybeleid

Privacy Beleid

×