Yggdrasil

Voor plezier en eenvoud in de natuurlijke moestuin

  • Winkel
    • Zelfpluktuin
    • Hoevewinkel
    • Webwinkel
      • Webwinkel
    • T-shirt shop
  • Educatie
    • Wil Je Yggdrasil Steunen Na De Brand?
    • Start Hier!
      • Gratis Nieuwsbrief
        • LedenPagina
      • Gratis Video’s
      • Gratis webinars
      • Gratis artikels
        • Natuurlijk tuinieren
        • Mulchen
        • Composteren
        • Kleinfruit: Onderhoud, snoeien en verwerken
    • Producten onder €80
      • Rondleidingen
        • Maart
        • Gecombineerde Rondleiding Juni: Drakentuin en Yggdrasil
        • Augustus
      • Workshops
        • Workshop: vlechtwerken in de tuin
        • Snoeicursus Kleinfruit: Rode bes en Framboos
      • Boeken
        • Gezonde Voeding Uit De Natuurlijke Moestuin
        • Mulchen in de natuurlijke moestuin
        • Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin
          • BonusBrochure
          • Persmap
        • Combineren in de natuurlijke moestuin
          • Bonus Video’s
          • Pers Map
        • Zeven stappen naar een natuurlijke moestuin
      • Online Brochures
      • Zelfstudie Cursussen
        • Mulchen
        • Zelfstudiecursus Permacultuur
      • Tutorial Kruidenspiraal
        • Toegang
    • Cursussen
      • Info ZelfstudieCursus ‘Het Groene Fundament’
        • Zelfstudiecursus ‘Het Groene Fundament’
      • Info Online cursus ‘Groenten Kweken’
        • Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken’
      • Jaaropleiding Ecologisch Tuinieren en Permacultuur
      • Info Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken voor gevorderden’
        • Online Cursus voor Gevorderden
    • Bronnen en hulpmiddelen
  • Blog
  • Word Lid
  • Contact
    • Wie ben ik?
    • Contact
    • Op zoek naar een lesgever?
    • Openingsuren hoevewinkel
  • Login
    • Account
    • Ledenplatform
    • Login
Je bent hier:Home / Archives for Frank Anrijs

De moestuin als rustpunt



Voor veel mensen is een moestuin een plek om groenten te kweken, opbrengst te hebben en, al dan niet gedeeltelijk, zelfvoorzienend te zijn. Ik kan me daarin vinden en dat is uiteraard ook belangrijk. Maar ik vind dat een (moes)tuin in het algemeen toch ook voor veel andere doeleinden kan worden ingezet. Als je mij al een tijdje volgt, dan weet je dat. Zeker in onze huidige tijd is de tuin een ideale plek om tot rust te komen, te ontspannen, te observeren en even alles naar de achtergrond te verdringen om gewoon in het moment te zijn.

Het brein en de amygdala

In deze podcast wil ik er wat wetenschappelijker op ingaan waarom je gemakkelijker tot rust komt als je in je tuin bezig bent. Om te beginnen gaan we eens kijken naar onze hersenen. Diep daarin zit een klein, amandelvormig gebiedje weggestoken: de amygdala. Dat is een soort emotioneel controlecentrum dat instaat voor onze vecht- of vluchtreactie. Je kan het een beetje zien als een rookalarm dat de omgeving continu scant op gevaar. Het is de plek waar al onze sensorische waarnemingen samenkomen. Vervolgens bepaalt de amygdala of je in de stress moet schieten en je lichaam vol moet pompen met cortisol en adrenaline, zodat je kunt vechten of vluchten.

Vroeger was dat zeer nuttig, maar in onze huidige maatschappij is dat wat diffuser geworden. Doordat we constant gebombardeerd worden met allerlei prikkels – denk aan reclameboodschappen, verkeer, drukte en werkstress – staat dat alarm eigenlijk continu aan. Daardoor is de amygdala constant overactief, wat ervoor zorgt dat we snel gestrest raken en moeilijk tot rust kunnen komen.

Een evolutionair perspectief op wildplukken

Afgelopen week heb ik het boek The Wilderness Cure van Mo Wilde gelezen. Daarin gaat zij de uitdaging aan om een jaar lang enkel te leven van wat ze kan wildplukken. Dus niets kopen en niets zelf kweken, maar enkel overleven op wat ze in haar ruime omgeving in het wild kan vinden. Ze onderzoekt wat dat met je lichaam doet, of het mogelijk is in onze huidige maatschappij en wat de effecten ervan zijn. Ze beschrijft haar dagelijkse zoektochten naar eten, hoe ze zich voelt en wat ze allemaal meemaakt.

Ze vertelt onder andere dat je tot rust komt als je aan het zoeken bent naar voedsel in een tuin, in het bos of op het strand. Dat valt evolutionair te verklaren. Onze voorouders, de jager-verzamelaars, moesten constant uitkijken voor gevaarlijke dieren en andere bedreigingen. Maar als je goed wilde observeren of er ergens iets eetbaars te vinden was, moest je je daar volledig op kunnen concentreren. Die focus was voor de amygdala het signaal dat de omgeving veilig was. Er waren op dat moment geen wilde dieren in de buurt, waardoor er tijd en ruimte was om rustig voedsel te verzamelen. Het stelde de amygdala gerust. Als je nu in je tuin bezig bent met wildplukken, onkruid wieden of het observeren van insecten, dan geef je eigenlijk een vergelijkbaar signaal af aan het paniekcentrum in je hersenen. De boodschap is: het is veilig, er is tijd en ik kan me in alle rust met deze zaken bezighouden. Daardoor laat de amygdala je even met rust en ontspan je.

‘Soft fascination’ en observeren

Ik ben daar wat verder op gaan zoeken op het internet. Blijkbaar activeer je je visuele schors en prefrontale cortex – het logische, denkende deel van je hersenen – wanneer je echt bewust iets observeert om patronen te herkennen of dingen te vinden. In de permacultuur stimuleren we dat ook sterk: bewust kijken naar dingen zonder er direct een oordeel over te vellen of je meteen van alles af te vragen. Gewoon kijken naar hoe een insect vliegt, of geconcentreerd zoeken naar een specifiek onkruid voor je salade.

Omdat je hersenen maar moeilijk met meerdere bewuste taken tegelijk bezig kunnen zijn, remt dit de amygdala af. Een bekend voorbeeld hiervan is autorijden. Als je vaak dezelfde route naar je werk aflegt, kan het gebeuren dat je plots op je bestemming bent zonder dat je beseft dat je een half uur gereden hebt. Je hersenen proberen die routine te stroomlijnen en sluiten bepaalde prikkels buiten, omdat het anders veel te vermoeiend wordt. Iets gelijkaardigs gebeurt er als je geconcentreerd in je tuin bezig bent. In de wetenschap noemt men dit ‘soft fascination’ of zachte fascinatie. Doordat je aandacht wordt opgeslorpt door een gerichte, rustige activiteit of observatie, wordt het paniekcentrum in je hersenen gekalmeerd of zelfs even ‘uitgezet’. Zo ontspan je dus in de tuin.

Verwondering en symbiose

Naast het tot rust komen, vind ik observeren om nog een andere reden enorm belangrijk. Als je goed kijkt naar wat er gebeurt in je tuin – hoe het met de bodem gesteld is, waarom de ene plant goed groeit en de andere niet, of welke insecten en vogels er rondvliegen – dan verzamel je informatie die kan bijdragen aan het ontwerp van je tuin. Maar het doet voor mij nog meer: het wekt mijn nieuwsgierigheid.

Dat las ik ook in dat boek, waarna ik verder ging zoeken. Waarom vliegt een bepaalde vlinder nu al rond? Of waarom hangen die vervelende insecten in het voorjaar altijd in wolkjes boven het pad en vliegen ze in je gezicht? Als je je afvraagt waarom dat gebeurt, kom je bijvoorbeeld uit bij de levenscyclus van meivliegen. Ik vind dat een fantastisch onderdeel van tuinieren. Het wakkert je nieuwsgierigheid aan en brengt die kinderlijke verwondering terug – of geeft je de kans om die bot te vieren. Ik raak altijd weer gefascineerd door de complexiteit van de natuur. Als je je erin verdiept, ontdek je soms zeer verrassende samenwerkingen.

Omdat ik de laatste tijd veel aan het schilderen en klussen was voor de naderende opening van mijn winkel, heb ik veel naar luisterboeken geluisterd. Zo luisterde ik naar een boek over kolibries. Daarin kwam terloops ter sprake dat er mijten op kolibries kunnen zitten. We kennen allemaal wel schadelijke bloedmijten bij kippen, en ook kolibries kunnen last hebben van schadelijke mijten in hun veren. Maar blijkbaar is er ook een samenwerking met een ander soort mijt. De schrijfster van het boek kweekte jonge, gevonden kolibries op. Toen zij een mijt op de snavel van een jong zag lopen, raakte ze niet in paniek, in tegenstelling tot een onervaren collega die dacht dat de vogel in gevaar was. Ze hield simpelweg een bloem bij het snaveltje, de mijt sprong over op de bloem en was verdwenen.

Er is namelijk een soort mijt die in bloemen leeft van nectar en stuifmeel. Als daar te weinig voedsel is, of als ze met te veel zijn, wachten ze tot er een kolibrie langskomt. Ze springen dan op de snavel en ‘liften’ zo mee naar een volgende bloem waar de omstandigheden beter zijn. Deze soorten zijn samen geëvolueerd. De mijten gebruiken de vogel als transportmiddel en zouden zonder de kolibrie misschien niet kunnen bestaan.

Dat vind ik een heel speciaal en fascinerend voorbeeld van symbiose. We kennen uiteraard de samenwerking tussen schimmels en bomen, maar dit is zó specifiek uitgewerkt dat je het haast niet zou kunnen verzinnen. Ik vind het heerlijk en fascinerend om daarover te lezen.

De reis is mooier dan de bestemming

Nu hoeft het natuurlijk niet altijd zo exotisch en speciaal te zijn. Ook in je eigen achtertuin gebeurt er van alles, maar je ontdekt het pas als je echt observeert. Als je de tijd neemt om naar de dingen te kijken, erover na te denken, dingen op te zoeken, met anderen te praten en te experimenteren. Dat is voor mij een belangrijk deel van tuinieren. Persoonlijk vind ik dat proces zelfs belangrijker dan de uiteindelijke opbrengst.

Daarom is het pure oogsten voor mij ook niet het allerbelangrijkste en steek ik daar minder energie in. Ik ben gewoon graag in de tuin aan het werk.

Zoals het gezegde luidt: de reis is mooier dan de bestemming. Voor mij geldt dat absoluut als het over tuinieren gaat.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

 

 

 

 

Wel Of Niet Snoeien Bij Fruitbomen?

Tien, elf jaar geleden heb ik een blog geschreven over het wel of niet snoeien van fruitbomen. Mijn conclusie was toen dat je eigenlijk niet moest snoeien, maar in die periode hebben we ook een hoop nieuwe, jonge fruitbomen geplant. Ik ging toen bekijken wat het effect zou zijn als ik niet zou snoeien.

Die vraag over wat mijn conclusies nu zijn, kwam een tijdje geleden ook binnen in mijn mailbox. Misschien is het goed om daar nu eens naar te kijken en te vertellen wat mijn huidige idee daarover is. Ik zal ook kort herhalen hoe ik bij die toenmalige conclusie gekomen ben.

[Read more…]

Biochar: Nuttig of Risicovol en Overbodig?

De podcast van vandaag gaat over iets waar ik al lange tijd over nadenk. Ik heb er al vaak over gehoord en het op verschillende plaatsen gezien, maar ik heb het zelf nog niet toegepast. Ik vroeg me af of het nuttig is en daadwerkelijk een verschil gaat maken. De vele jaren van wachten en observeren hebben me nu toch overhaald om het eindelijk eens zelf te proberen.

Ik heb het over biochar, oftewel houtskool, die je ingraaft en die in theorie zou moeten zorgen voor een betere bodemstructuur en het beter vasthouden van vocht en voedingsstoffen. Het is mij vooral te doen om het vasthouden van vocht. Aangezien we de laatste jaren kampen met droge periodes en onze bodem qua vochtvoorziening niet optimaal functioneert, kan biochar daar misschien een oplossing voor bieden. [Read more…]

Kalken Is Zelden Nuttig En Doet Vaak Veel Schade

Afgelopen week kreeg ik een interessante vraag binnen over het gebruik van kalk: de zin en onzin ervan en hoe je dat nu juist moet toepassen. Omdat ik daar zelf jaren geleden ook mee bezig ben geweest, wil ik die vraag graag in deze podcast beantwoorden. De vraag luidde als volgt: “Alle boeren hier in de Alblasserwaard strooien jaarlijks kalk over hun grasland. Zou je eens iets kunnen vertellen over de zin en onzin van kalken? Ik krijg ook het advies om te strooien op mijn bodem van veen met een laag rivierklei, maar ik hoor ook dat kalk de bodem uitput. Ik heb al gehoord van uitmergelen.”.

[Read more…]

Humus Is Zo Belangrijk Voor je Tuin

Als je in de tuin bezig bent, gebruik je ongetwijfeld compost en heb je vast al gehoord dat dit materiaal veel positieve eigenschappen heeft. Eigenlijk klopt dat niet helemaal: het is niet de compost zelf, maar vooral de humus die uit die compost gevormd wordt, die ervoor zorgt dat jouw bodem fundamenteel verandert.

[Read more…]

Link Tussen Gezondheid en Hoe Je Eten Is Gekweekt.

Je hebt het misschien de laatste maanden of jaren al opgevangen, want ik ben daar al een tijdje mee bezig: Yggdrasil wordt binnenkort omgevormd tot een coöperatie. Om daar informatie over in te winnen en om bijvoorbeeld de klanten van de winkel te informeren, was er afgelopen zondag een informatiemoment bij Yggdrasil. [Read more…]

Winterrust of Actieve Voorbereiding op de Lente?

Het is winter, het is koud en als je naar buiten kijkt, lijkt het wel alsof de meeste planten zijn gaan slapen, een winterpauze nemen en enkele maanden in rust zijn. Schijn bedriegt, zou ik zeggen, want uiteindelijk gebeurt er nog heel veel. Voor sommige dingen kan je zelfs helpen om te zorgen dat ze ondergronds actief blijven, misschien zelfs actiever dan ze anders zouden zijn. [Read more…]

Een Experiment met Lava, Bentoniet en Planten

Doorheen de voorbije podcasts heb ik het er al vaker over gehad dat wij, ondanks het feit dat we veel organisch materiaal in onze bodem hebben, toch vaak snel last hebben van droogte. Zeker in lange droge periodes, die we vroeger makkelijker konden overbruggen, lijkt het alsof we de laatste jaren meer problemen hebben om water vast te houden en het uit de diepte naar boven te brengen.

Heeft dat met extreme weersomstandigheden te maken of met een probleem met onze bodem? Ik heb het daar enkele podcasts geleden ook al over gehad en verteld dat we een test gingen uitvoeren op een bed om te kijken of we dat proces konden verbeteren of omdraaien. Mijn bevindingen en plannen daarover wil ik graag hier uit de doeken doen.

Lange droogte

Zoals gezegd lijkt onze bodem het niet optimaal te doen in droge periodes. Als het veel regent, wordt het water snel opgenomen; we hebben nooit natte bodems. Als het af en toe regent, houdt de grond voldoende water vast en groeit alles heel goed. Afgelopen jaar was bijvoorbeeld een recorddroog jaar, maar we hebben betrekkelijk weinig last gehad. We hebben een paar keer water gegeven, maar zeker niet vaak.

Maar de jaren daarvoor, als het echt lang droog was over een periode van een jaar, hadden we toch behoorlijk wat last. Ik heb gemerkt tijdens mijn jaar bij de bodempioniers dat het ook anders kan: een bodem die voldoende organisch materiaal bevat, waar planten goed groeien én die water goed vasthoudt.

Bodempioniers

Waarom dat bij ons niet het geval was, heb ik ontdekt samen met de bodempioniers. Toen ze langskwamen, hebben we bodemstalen bekeken en in de grond gegraven. Daaruit bleek dat onze bovenste laag heel los en rul is en te weinig structuur bevat.

Het lijkt meer op pure compost dan op humusrijke bosgrond of aarde waarin je planten gaat telen. Op zich is dat niet slecht: er zitten veel voedingsstoffen in en het water wordt goed opgenomen. Maar dit heeft zelfs een term in de bodemkunde: een ‘opgeblazen bodem’ of puffy soil.

Dat betekent eigenlijk dat we een beetje doorgeslagen zijn in de hoeveelheid organische stof in de bovenste laag. De verhouding tussen organisch materiaal en echte aarde (leem-, klei- en zanddeeltjes) is niet meer correct. Je krijgt een heel losse structuur, meer potgrond dan bodem. Eens dat droog is, neemt het zeer moeilijk water op. Je krijgt een waterafstotend effect en door de luchtigheid werkt de capillaire werking niet goed, waardoor de bodem moeilijk water kan opzuigen vanuit dieper gelegen lagen.

Evenwicht

Om dat te herstellen, moet je het evenwicht terugbrengen en meer klei- en leemdeeltjes toedienen. Je moet dat klei-humuscomplex proberen te herstellen; echt die ‘lijm’ tussen de deeltjes terugkrijgen zodat er een stevigere structuur ontstaat.

Dat is makkelijk gezegd, maar hoe doe je dat? De eenvoudigste manier is ongetwijfeld om alles goed door te spitten en die onderste fractie echte bodem naar boven te halen en te mengen. Maar aangezien we jarenlang niet gespit hebben en overvloedig hebben gemulcht, is die organische laag zo dik dat we bijna twee spaden diep zouden moeten spitten. Dan vernietig je heel veel bodemleven en zet je jezelf jaren terug. Dat lijkt mij dus geen goede optie, tenzij andere manieren geen resultaat opleveren.

Logisch?

Een andere logische optie die ik gevonden heb, is bentoniet toevoegen. Dat is een kleimineraal dat men in zanderige gronden gebruikt om water beter vast te houden en dat klei-humuscomplex op te bouwen. Het wordt ook gebruikt om vijvers af te dichten omdat het een dichte laag vormt als er water op komt. Het is dus een materiaal dat al veel gebruikt wordt in de tuin en makkelijk verkrijgbaar is.

Door bentoniet toe te voegen, zorg je voor extra lijm tussen de deeltjes, zodat die vastplakken aan de organische stof en stevige aggregaten vormen. Je moet wel behoorlijk wat toevoegen. Omdat enkel kleimineralen toevoegen misschien te weinig is, ben ik geneigd om ook lavameel of lavagruis te gebruiken.

Lavameel werkt sneller en mengt makkelijker. Ik heb beslist om naast bentoniet een vergelijkbare hoeveelheid lavameel toe te voegen om direct naar die structuurverbetering te gaan en de organische fractie wat extra te verdunnen.

Hoeveelheden

Wat betreft de hoeveelheden: ik heb geleerd dat men voor een eerste bodemverbetering zo’n 350 à 400 gram per vierkante meter aanraadt. Ik ga voor zowel bentoniet als lava die hoeveelheid aanhouden, dus samen 800 gram per vierkante meter. Dit ga ik verspreiden en licht inwerken zodat de vermenging kan beginnen.

Extra factor

Is dat voldoende? Ik denk het niet. Ik ben ervan overtuigd dat je ook het bodemleven moet stimuleren, bijvoorbeeld door het inzaaien van groenbemesters. Je hebt soorten die heel diep de grond in gaan en de bodem openbreken. Dat is belangrijk, want we zagen een duidelijke overgang tussen het organisch materiaal en de gewone bodem.

Planten stopten met wortelen aan de onderkant van die organische laag, terwijl ze in de laag daaronder veel makkelijker water zouden vinden. Als je werkt met groenbemesters die diep wortelen en die laag openbreken, zullen andere planten sneller geneigd zijn door die organische laag te groeien. Daarnaast zijn bodembedekkers die de bovenste laag intensief koloniseren en vastleggen belangrijk voor extra structuuropbouw.

Een criterium voor mij is dat de groenbemesters kapotvriezen in de winter. Als ze overleven, zit je in het voorjaar met een probleem: ofwel moet je alles uittrekken (waarbij je voordelen verliest), ofwel inwerken (wat ook niet ideaal is). De keuze is dan beperkter. Ik kwam uit op een mengeling van een zevental soorten. Hoe groter de diversiteit, hoe beter de impact.

De basis

De basis is Japanse haver. Dat is een grassoort die niet winterhard is en volledig afsterft. Hij wortelt redelijk diep en heeft een heel fijn vertakt wortelstelsel, waardoor de bodem goed vastgehouden wordt. Dit zorgt voor een rullere grond met meer aggregaten, versterkt door het lavameel en de bentoniet.

Voor de diepte gebruik ik bijvoorbeeld gele mosterd, die makkelijk kapotvriest. Ik gebruik ongeveer 40-50% Japanse haver om de toplaag te binden. Daarnaast gele mosterd voor de diepe penwortel , serradella en lupine voor diepe beworteling , Alexandrijnse klaver (vriest ook kapot en wortelt zowel diep als oppervlakkig) , boekweit (start snel en dekt de bodem af) en phacelia (breekt de toplaag open).

Voorjaar of zomer?

Ik ga dit mengen en uitstrooien rond begin augustus. Mijn oorspronkelijke plan was het voorjaar, maar daar zijn nadelen aan. Als ze lang staan, worden ze houtig, wat in het voorjaar lastig is. Bovendien merken planten in het najaar dat het koeler wordt en gaan ze sneller diep wortelen op zoek naar voedingsstoffen, in plaats van te focussen op bovengrondse groei.

In het voorjaar geven ze meer aandacht aan bloem en zaad, waardoor het ondergrondse gedeelte minder ontwikkelt. Daarom kies ik voor augustus.

Om de bodem tot die tijd bedekt te houden zonder extra mulch, zaai ik in het voorjaar phacelia. Die maakt veel bloemen voor bestuivers, wortelt fijn en kan ik makkelijk maaien om daarna de andere mengeling te zaaien.

Experimenteren

Oorspronkelijk wilde ik experimenteren met verschillende zones op één bed: een stuk niets doen, een stuk alleen lava, een stuk alleen bentoniet, enzovoort. Maar achteraf gezien is dat absurd. Een bed waar je niets op doet, heb je al genoeg in de rest van de tuin. Ik denk dat je best alles ineens kunt doen. Het heeft weinig nut om alleen lavameel te doen zonder bentoniet, want je hebt die klei nodig voor het complex en de lava voor de structuur. En de groenbemesters heb je nodig om het bodemleven te activeren. Daarom pas ik alles ineens toe op het volledige bed.

Conclusie

Ik heb één bed van 10m² gereserveerd voor dit experiment. In april ga ik 400 gram lavameel en 400 gram bentoniet per vierkante meter verspreiden. Dat is in totaal 5 kg bentoniet en 5 kg lavameel. Dit werk ik oppervlakkig in. Daarna zaai ik zo snel mogelijk phacelia. Eind juli of begin augustus maai ik de phacelia af en zaai ik het complexe mengsel van groenbemesters. Die laat ik in de winter kapotvriezen.

In het voorjaar van 2027 gaan we dan kijken of de bodem steviger is en of de wortelgroei anders is. We zullen zien of er een merkbaar verschil is naar water geven toe en het overleven in droge periodes.

Ik vermoed dat één jaar te weinig gaat zijn en dat er nog een tweede gift bentoniet nodig zal zijn. Hopelijk hebben we positieve resultaten in 2027, maar misschien moeten we wachten tot 2028 voor een definitieve verbetering.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Overleven in de vrieskou: Wat gebeurt er onder de grond?

In de winter gaat alles in de tuin in rust; zeker bovengronds valt het leven stil. Maar wat gebeurt er eigenlijk met al dat bodemleven tijdens een zware winterweek, als het sneeuwt en ‘s nachts hard vriest? Overleeft dat allemaal, of verdwijnt het en moet de populatie in het voorjaar weer van nul opbouwen?

Terwijl wij tijdens de koude dagen gezellig binnen in de zetel kruipen en ons bezighouden met zaden- en tuinplanning, blijven onze hulptroepen achter in de tuin. Denk aan al die nuttige insecten, bacteriën, schimmels en regenwormen die deel uitmaken van het bodemvoedselweb. Hoe overleven zij de kou en kunnen wij hen daarbij helpen?

De regenworm: De diepte in of in de knoop

Laten we beginnen met de bekendste medewerker van jouw bodem: de regenworm. Iedereen weet hoe nuttig ze zijn, en in een gezonde bodem kom je er behoorlijk wat tegen.

De meeste regenwormen voelen de kou aankomen. Ze wachten niet tot het hard vriest, maar trekken bij dalende temperaturen al dieper de grond in, tot wel 40 à 60 centimeter diepte. Dit is meestal net onder de vorstgrens in onze streken. Op die diepte is de temperatuur zo’n 3 tot 4 graden, wat voor hen geen enkel probleem is. Het grote gevaar voor wormen is namelijk dat het water in hun lichaam bevriest. Hierdoor ontstaan scherpe ijskristallen die hun cellen kunnen lekprikken, en dat overleven ze niet.

Soms worden wormen echter verrast door plotse kou, of zijn ze nog te klein om diep genoeg te graven. In dat geval gaan ze in diapauze. De worm rolt zich op tot een strakke bal (een soort knoop) in een klein kamertje in de aarde en omhult zichzelf met eigen slijm. Dit slijm voorkomt uitdroging, terwijl de worm zijn metabolisme zo laag mogelijk zet om energie te sparen. Zo wachten ze tot de vorst voorbij is. Interessant genoeg doen ze dit ook in de zomer als het te heet en droog wordt; dat noemen we dan een zomerslaap.

Kleine beestjes en hun interne antivries

Hoe zit het dan met andere bodemdieren die niet diep kunnen wegkruipen, zoals mijten, pissebedden en springstaarten?. Zij lossen dit op met chemie.

Zodra de dagen korter worden – dus nog voordat het echt koud is – krijgen zij een seintje van hun lichaam om hun bloedsamenstelling te veranderen. Ze maken grote hoeveelheden suikers en alcoholen aan, specifiek glycerol. Dit ken je misschien wel als het bestanddeel in de ruitenwisservloeistof van je auto. Het werkt precies hetzelfde: het verlaagt het vriespunt van hun lichaamsvloeistoffen. Waar normaal water bij 0 graden bevriest, kunnen deze diertjes dankzij de glycerol temperaturen van -5 tot wel -20 graden overleven. Ze zijn dan wel non-actief, maar ze vriezen niet kapot.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. De sneeuwvlo, een soort springstaartje, heeft juist kou en sneeuw nodig. Op zonnige winterdagen komen ze naar boven om op de sneeuw rond te springen en een partner te zoeken. Zie je op een winterdag zwarte puntjes op de sneeuw? Grote kans dat dit sneeuwvlooien zijn.

Bacteriën en schimmels

Dan zijn er nog de allerkleinsten: bacteriën en schimmels. Zij kunnen niet wegkruipen en hebben geen bloed om aan te passen. Toch zijn ze enorm sterk. Bacteriën zetten ofwel voortplantingsmechanismes in gang waarbij ze zelf afsterven maar nageslacht achterlaten, of ze omgeven zichzelf met een dikke wand ter bescherming. Ze gaan in een soort ruststand waarbij alle activiteit stopt. Het voordeel hiervan is dat ze razendsnel weer actief kunnen worden zodra de temperatuur stijgt.

Het gevaar van de ‘naakte’ bodem

Hoewel de natuur dus slimme overlevingsmechanismen heeft, schuilt er een gevaar in de klassieke manier van tuinieren. Veel mensen spitten hun tuin voor de winter om alles “netjes” te maken, zodat de vorst de structuur van de kluiten kan breken. Dit advies is echter achterhaald, onder andere omdat het bodemleven hierdoor veel gevoeliger wordt voor temperatuurschommelingen.

Stel dat het na een week hard vriezen plots 10 of 11 graden wordt met een zonnetje, zoals we soms in de winter zien. Een open, zwarte bodem warmt dan heel snel op. Een deel van het bodemleven denkt hierdoor onterecht dat de winter voorbij is. Sommige pissebedden of springstaarten beginnen hun interne antivries (de glycerol) af te breken.

Als het daarna in februari weer hard gaat vriezen, hebben ze een groot probleem. Ze zijn hun bescherming kwijt en het kost tijd om die opnieuw aan te maken. Bij sterke en snelle schommelingen overleven ze dit vaak niet.

De oplossing: Mulchen en rommelhoekjes

In een natuurlijke moestuin lossen we dit op door de bodem af te dekken met een mulchlaag. Dit werkt als een isolatiedeken. Het zorgt ervoor dat de bodem veel trager afkoelt, maar ook veel trager opwarmt bij tijdelijke zonnige periodes. De pieken en dalen van de temperatuur worden afgevlakt. Als er ook nog sneeuw op ligt, werkt dat als een dubbele isolatielaag en bevriest de bodem eronder vaak nauwelijks. Hierdoor wordt het bodemleven niet ‘gefopt’ om te vroeg wakker te worden.

Daarnaast adviseren we in de permacultuur altijd een “zone 5”: een hoekje waar je niets doet. Laat ergens een takkenhoop of steenhoop liggen. Dit zijn essentiële overwinteringsplekken. Onder zo’n takkenhoop blijft het bodemleven vaak een beetje actief, waardoor er warmte vrijkomt en de grond zelden bevriest.

Ruim ook niet te veel op in het najaar. Laat uitgebloeide bloemstengels, maïsstengels, kolen en afgevallen blad staan of liggen. Ze breken de wind, isoleren de bodem en bieden onderdak aan je werknemers, zodat zij in het voorjaar weer klaarstaan om je tuin te helpen.

Conclusie: Mulch en laat ‘rommel’ staan

Het bodemleven heeft door miljoenen jaren evolutie manieren gevonden om de winter te overleven, zolang wij die beschermende factor niet weghalen door te spitten of de bodem kaal te maken. Als jij zorgt voor een mulchlaag, start je in het voorjaar met een grote voorsprong omdat je bodemvoedselweb nog actief en intact is.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Zaden Met Een Geheugen

Het is momenteel winter, putje winter kan je wel zeggen. Het sneeuwt, of er ligt misschien nog sneeuw, het is koud en het regent heel veel. Het is absoluut geen weer om buiten te gaan werken. Dus wat doet een tuinier dan? Die gaat zijn zaadvoorraad bekijken en gaat kijken wat hij volgend jaar gaat bestellen.

Er zijn veel criteria om te bepalen wat je gaat bestellen, maar misschien dat je na dit verhaal toch nog eens extra kijkt naar je lijstje. [Read more…]

  • 1
  • 2
  • 3
  • …
  • 31
  • Next Page »

© 2026 Yggdrasil BV · BE 0879.821.474
Algemene voorwaarden - Retourbeleid - Privacybeleid

Privacy Beleid

×