Je hebt het misschien de laatste maanden of jaren al opgevangen, want ik ben daar al een tijdje mee bezig: Yggdrasil wordt binnenkort omgevormd tot een coöperatie. Om daar informatie over in te winnen en om bijvoorbeeld de klanten van de winkel te informeren, was er afgelopen zondag een informatiemoment bij Yggdrasil. [Read more…]
Winterrust of Actieve Voorbereiding op de Lente?
Het is winter, het is koud en als je naar buiten kijkt, lijkt het wel alsof de meeste planten zijn gaan slapen, een winterpauze nemen en enkele maanden in rust zijn. Schijn bedriegt, zou ik zeggen, want uiteindelijk gebeurt er nog heel veel. Voor sommige dingen kan je zelfs helpen om te zorgen dat ze ondergronds actief blijven, misschien zelfs actiever dan ze anders zouden zijn. [Read more…]
Een Experiment met Lava, Bentoniet en Planten

Doorheen de voorbije podcasts heb ik het er al vaker over gehad dat wij, ondanks het feit dat we veel organisch materiaal in onze bodem hebben, toch vaak snel last hebben van droogte. Zeker in lange droge periodes, die we vroeger makkelijker konden overbruggen, lijkt het alsof we de laatste jaren meer problemen hebben om water vast te houden en het uit de diepte naar boven te brengen.
Heeft dat met extreme weersomstandigheden te maken of met een probleem met onze bodem? Ik heb het daar enkele podcasts geleden ook al over gehad en verteld dat we een test gingen uitvoeren op een bed om te kijken of we dat proces konden verbeteren of omdraaien. Mijn bevindingen en plannen daarover wil ik graag hier uit de doeken doen.
Lange droogte
Zoals gezegd lijkt onze bodem het niet optimaal te doen in droge periodes. Als het veel regent, wordt het water snel opgenomen; we hebben nooit natte bodems. Als het af en toe regent, houdt de grond voldoende water vast en groeit alles heel goed. Afgelopen jaar was bijvoorbeeld een recorddroog jaar, maar we hebben betrekkelijk weinig last gehad. We hebben een paar keer water gegeven, maar zeker niet vaak.
Maar de jaren daarvoor, als het echt lang droog was over een periode van een jaar, hadden we toch behoorlijk wat last. Ik heb gemerkt tijdens mijn jaar bij de bodempioniers dat het ook anders kan: een bodem die voldoende organisch materiaal bevat, waar planten goed groeien én die water goed vasthoudt.
Bodempioniers
Waarom dat bij ons niet het geval was, heb ik ontdekt samen met de bodempioniers. Toen ze langskwamen, hebben we bodemstalen bekeken en in de grond gegraven. Daaruit bleek dat onze bovenste laag heel los en rul is en te weinig structuur bevat.
Het lijkt meer op pure compost dan op humusrijke bosgrond of aarde waarin je planten gaat telen. Op zich is dat niet slecht: er zitten veel voedingsstoffen in en het water wordt goed opgenomen. Maar dit heeft zelfs een term in de bodemkunde: een ‘opgeblazen bodem’ of puffy soil.
Dat betekent eigenlijk dat we een beetje doorgeslagen zijn in de hoeveelheid organische stof in de bovenste laag. De verhouding tussen organisch materiaal en echte aarde (leem-, klei- en zanddeeltjes) is niet meer correct. Je krijgt een heel losse structuur, meer potgrond dan bodem. Eens dat droog is, neemt het zeer moeilijk water op. Je krijgt een waterafstotend effect en door de luchtigheid werkt de capillaire werking niet goed, waardoor de bodem moeilijk water kan opzuigen vanuit dieper gelegen lagen.
Evenwicht
Om dat te herstellen, moet je het evenwicht terugbrengen en meer klei- en leemdeeltjes toedienen. Je moet dat klei-humuscomplex proberen te herstellen; echt die ‘lijm’ tussen de deeltjes terugkrijgen zodat er een stevigere structuur ontstaat.
Dat is makkelijk gezegd, maar hoe doe je dat? De eenvoudigste manier is ongetwijfeld om alles goed door te spitten en die onderste fractie echte bodem naar boven te halen en te mengen. Maar aangezien we jarenlang niet gespit hebben en overvloedig hebben gemulcht, is die organische laag zo dik dat we bijna twee spaden diep zouden moeten spitten. Dan vernietig je heel veel bodemleven en zet je jezelf jaren terug. Dat lijkt mij dus geen goede optie, tenzij andere manieren geen resultaat opleveren.
Logisch?
Een andere logische optie die ik gevonden heb, is bentoniet toevoegen. Dat is een kleimineraal dat men in zanderige gronden gebruikt om water beter vast te houden en dat klei-humuscomplex op te bouwen. Het wordt ook gebruikt om vijvers af te dichten omdat het een dichte laag vormt als er water op komt. Het is dus een materiaal dat al veel gebruikt wordt in de tuin en makkelijk verkrijgbaar is.
Door bentoniet toe te voegen, zorg je voor extra lijm tussen de deeltjes, zodat die vastplakken aan de organische stof en stevige aggregaten vormen. Je moet wel behoorlijk wat toevoegen. Omdat enkel kleimineralen toevoegen misschien te weinig is, ben ik geneigd om ook lavameel of lavagruis te gebruiken.
Lavameel werkt sneller en mengt makkelijker. Ik heb beslist om naast bentoniet een vergelijkbare hoeveelheid lavameel toe te voegen om direct naar die structuurverbetering te gaan en de organische fractie wat extra te verdunnen.
Hoeveelheden
Wat betreft de hoeveelheden: ik heb geleerd dat men voor een eerste bodemverbetering zo’n 350 à 400 gram per vierkante meter aanraadt. Ik ga voor zowel bentoniet als lava die hoeveelheid aanhouden, dus samen 800 gram per vierkante meter. Dit ga ik verspreiden en licht inwerken zodat de vermenging kan beginnen.
Extra factor
Is dat voldoende? Ik denk het niet. Ik ben ervan overtuigd dat je ook het bodemleven moet stimuleren, bijvoorbeeld door het inzaaien van groenbemesters. Je hebt soorten die heel diep de grond in gaan en de bodem openbreken. Dat is belangrijk, want we zagen een duidelijke overgang tussen het organisch materiaal en de gewone bodem.
Planten stopten met wortelen aan de onderkant van die organische laag, terwijl ze in de laag daaronder veel makkelijker water zouden vinden. Als je werkt met groenbemesters die diep wortelen en die laag openbreken, zullen andere planten sneller geneigd zijn door die organische laag te groeien. Daarnaast zijn bodembedekkers die de bovenste laag intensief koloniseren en vastleggen belangrijk voor extra structuuropbouw.
Een criterium voor mij is dat de groenbemesters kapotvriezen in de winter. Als ze overleven, zit je in het voorjaar met een probleem: ofwel moet je alles uittrekken (waarbij je voordelen verliest), ofwel inwerken (wat ook niet ideaal is). De keuze is dan beperkter. Ik kwam uit op een mengeling van een zevental soorten. Hoe groter de diversiteit, hoe beter de impact.
De basis
De basis is Japanse haver. Dat is een grassoort die niet winterhard is en volledig afsterft. Hij wortelt redelijk diep en heeft een heel fijn vertakt wortelstelsel, waardoor de bodem goed vastgehouden wordt. Dit zorgt voor een rullere grond met meer aggregaten, versterkt door het lavameel en de bentoniet.
Voor de diepte gebruik ik bijvoorbeeld gele mosterd, die makkelijk kapotvriest. Ik gebruik ongeveer 40-50% Japanse haver om de toplaag te binden. Daarnaast gele mosterd voor de diepe penwortel , serradella en lupine voor diepe beworteling , Alexandrijnse klaver (vriest ook kapot en wortelt zowel diep als oppervlakkig) , boekweit (start snel en dekt de bodem af) en phacelia (breekt de toplaag open).
Voorjaar of zomer?
Ik ga dit mengen en uitstrooien rond begin augustus. Mijn oorspronkelijke plan was het voorjaar, maar daar zijn nadelen aan. Als ze lang staan, worden ze houtig, wat in het voorjaar lastig is. Bovendien merken planten in het najaar dat het koeler wordt en gaan ze sneller diep wortelen op zoek naar voedingsstoffen, in plaats van te focussen op bovengrondse groei.
In het voorjaar geven ze meer aandacht aan bloem en zaad, waardoor het ondergrondse gedeelte minder ontwikkelt. Daarom kies ik voor augustus.
Om de bodem tot die tijd bedekt te houden zonder extra mulch, zaai ik in het voorjaar phacelia. Die maakt veel bloemen voor bestuivers, wortelt fijn en kan ik makkelijk maaien om daarna de andere mengeling te zaaien.
Experimenteren
Oorspronkelijk wilde ik experimenteren met verschillende zones op één bed: een stuk niets doen, een stuk alleen lava, een stuk alleen bentoniet, enzovoort. Maar achteraf gezien is dat absurd. Een bed waar je niets op doet, heb je al genoeg in de rest van de tuin. Ik denk dat je best alles ineens kunt doen. Het heeft weinig nut om alleen lavameel te doen zonder bentoniet, want je hebt die klei nodig voor het complex en de lava voor de structuur. En de groenbemesters heb je nodig om het bodemleven te activeren. Daarom pas ik alles ineens toe op het volledige bed.
Conclusie
Ik heb één bed van 10m² gereserveerd voor dit experiment. In april ga ik 400 gram lavameel en 400 gram bentoniet per vierkante meter verspreiden. Dat is in totaal 5 kg bentoniet en 5 kg lavameel. Dit werk ik oppervlakkig in. Daarna zaai ik zo snel mogelijk phacelia. Eind juli of begin augustus maai ik de phacelia af en zaai ik het complexe mengsel van groenbemesters. Die laat ik in de winter kapotvriezen.
In het voorjaar van 2027 gaan we dan kijken of de bodem steviger is en of de wortelgroei anders is. We zullen zien of er een merkbaar verschil is naar water geven toe en het overleven in droge periodes.
Ik vermoed dat één jaar te weinig gaat zijn en dat er nog een tweede gift bentoniet nodig zal zijn. Hopelijk hebben we positieve resultaten in 2027, maar misschien moeten we wachten tot 2028 voor een definitieve verbetering.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Overleven in de vrieskou: Wat gebeurt er onder de grond?

In de winter gaat alles in de tuin in rust; zeker bovengronds valt het leven stil. Maar wat gebeurt er eigenlijk met al dat bodemleven tijdens een zware winterweek, als het sneeuwt en ‘s nachts hard vriest? Overleeft dat allemaal, of verdwijnt het en moet de populatie in het voorjaar weer van nul opbouwen?
Terwijl wij tijdens de koude dagen gezellig binnen in de zetel kruipen en ons bezighouden met zaden- en tuinplanning, blijven onze hulptroepen achter in de tuin. Denk aan al die nuttige insecten, bacteriën, schimmels en regenwormen die deel uitmaken van het bodemvoedselweb. Hoe overleven zij de kou en kunnen wij hen daarbij helpen?
De regenworm: De diepte in of in de knoop
Laten we beginnen met de bekendste medewerker van jouw bodem: de regenworm. Iedereen weet hoe nuttig ze zijn, en in een gezonde bodem kom je er behoorlijk wat tegen.
De meeste regenwormen voelen de kou aankomen. Ze wachten niet tot het hard vriest, maar trekken bij dalende temperaturen al dieper de grond in, tot wel 40 à 60 centimeter diepte. Dit is meestal net onder de vorstgrens in onze streken. Op die diepte is de temperatuur zo’n 3 tot 4 graden, wat voor hen geen enkel probleem is. Het grote gevaar voor wormen is namelijk dat het water in hun lichaam bevriest. Hierdoor ontstaan scherpe ijskristallen die hun cellen kunnen lekprikken, en dat overleven ze niet.
Soms worden wormen echter verrast door plotse kou, of zijn ze nog te klein om diep genoeg te graven. In dat geval gaan ze in diapauze. De worm rolt zich op tot een strakke bal (een soort knoop) in een klein kamertje in de aarde en omhult zichzelf met eigen slijm. Dit slijm voorkomt uitdroging, terwijl de worm zijn metabolisme zo laag mogelijk zet om energie te sparen. Zo wachten ze tot de vorst voorbij is. Interessant genoeg doen ze dit ook in de zomer als het te heet en droog wordt; dat noemen we dan een zomerslaap.
Kleine beestjes en hun interne antivries
Hoe zit het dan met andere bodemdieren die niet diep kunnen wegkruipen, zoals mijten, pissebedden en springstaarten?. Zij lossen dit op met chemie.
Zodra de dagen korter worden – dus nog voordat het echt koud is – krijgen zij een seintje van hun lichaam om hun bloedsamenstelling te veranderen. Ze maken grote hoeveelheden suikers en alcoholen aan, specifiek glycerol. Dit ken je misschien wel als het bestanddeel in de ruitenwisservloeistof van je auto. Het werkt precies hetzelfde: het verlaagt het vriespunt van hun lichaamsvloeistoffen. Waar normaal water bij 0 graden bevriest, kunnen deze diertjes dankzij de glycerol temperaturen van -5 tot wel -20 graden overleven. Ze zijn dan wel non-actief, maar ze vriezen niet kapot.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen. De sneeuwvlo, een soort springstaartje, heeft juist kou en sneeuw nodig. Op zonnige winterdagen komen ze naar boven om op de sneeuw rond te springen en een partner te zoeken. Zie je op een winterdag zwarte puntjes op de sneeuw? Grote kans dat dit sneeuwvlooien zijn.
Bacteriën en schimmels
Dan zijn er nog de allerkleinsten: bacteriën en schimmels. Zij kunnen niet wegkruipen en hebben geen bloed om aan te passen. Toch zijn ze enorm sterk. Bacteriën zetten ofwel voortplantingsmechanismes in gang waarbij ze zelf afsterven maar nageslacht achterlaten, of ze omgeven zichzelf met een dikke wand ter bescherming. Ze gaan in een soort ruststand waarbij alle activiteit stopt. Het voordeel hiervan is dat ze razendsnel weer actief kunnen worden zodra de temperatuur stijgt.
Het gevaar van de ‘naakte’ bodem
Hoewel de natuur dus slimme overlevingsmechanismen heeft, schuilt er een gevaar in de klassieke manier van tuinieren. Veel mensen spitten hun tuin voor de winter om alles “netjes” te maken, zodat de vorst de structuur van de kluiten kan breken. Dit advies is echter achterhaald, onder andere omdat het bodemleven hierdoor veel gevoeliger wordt voor temperatuurschommelingen.
Stel dat het na een week hard vriezen plots 10 of 11 graden wordt met een zonnetje, zoals we soms in de winter zien. Een open, zwarte bodem warmt dan heel snel op. Een deel van het bodemleven denkt hierdoor onterecht dat de winter voorbij is. Sommige pissebedden of springstaarten beginnen hun interne antivries (de glycerol) af te breken.
Als het daarna in februari weer hard gaat vriezen, hebben ze een groot probleem. Ze zijn hun bescherming kwijt en het kost tijd om die opnieuw aan te maken. Bij sterke en snelle schommelingen overleven ze dit vaak niet.
De oplossing: Mulchen en rommelhoekjes
In een natuurlijke moestuin lossen we dit op door de bodem af te dekken met een mulchlaag. Dit werkt als een isolatiedeken. Het zorgt ervoor dat de bodem veel trager afkoelt, maar ook veel trager opwarmt bij tijdelijke zonnige periodes. De pieken en dalen van de temperatuur worden afgevlakt. Als er ook nog sneeuw op ligt, werkt dat als een dubbele isolatielaag en bevriest de bodem eronder vaak nauwelijks. Hierdoor wordt het bodemleven niet ‘gefopt’ om te vroeg wakker te worden.
Daarnaast adviseren we in de permacultuur altijd een “zone 5”: een hoekje waar je niets doet. Laat ergens een takkenhoop of steenhoop liggen. Dit zijn essentiële overwinteringsplekken. Onder zo’n takkenhoop blijft het bodemleven vaak een beetje actief, waardoor er warmte vrijkomt en de grond zelden bevriest.
Ruim ook niet te veel op in het najaar. Laat uitgebloeide bloemstengels, maïsstengels, kolen en afgevallen blad staan of liggen. Ze breken de wind, isoleren de bodem en bieden onderdak aan je werknemers, zodat zij in het voorjaar weer klaarstaan om je tuin te helpen.
Conclusie: Mulch en laat ‘rommel’ staan
Het bodemleven heeft door miljoenen jaren evolutie manieren gevonden om de winter te overleven, zolang wij die beschermende factor niet weghalen door te spitten of de bodem kaal te maken. Als jij zorgt voor een mulchlaag, start je in het voorjaar met een grote voorsprong omdat je bodemvoedselweb nog actief en intact is.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Zaden Met Een Geheugen

Het is momenteel winter, putje winter kan je wel zeggen. Het sneeuwt, of er ligt misschien nog sneeuw, het is koud en het regent heel veel. Het is absoluut geen weer om buiten te gaan werken. Dus wat doet een tuinier dan? Die gaat zijn zaadvoorraad bekijken en gaat kijken wat hij volgend jaar gaat bestellen.
Er zijn veel criteria om te bepalen wat je gaat bestellen, maar misschien dat je na dit verhaal toch nog eens extra kijkt naar je lijstje. [Read more…]
Wat Het Ontwerp Van Een Theekopje Je Kan Leren.

Het is het einde van het jaar. De dagen zijn kort, het wordt snel donker, en het is een ideale periode om even stil te staan bij je tuin: bij het voorbije jaar, bij wat er komt, en misschien ook bij andere zaken. Maar ik denk dat, als je veel met je tuin bezig bent, die tuin eigenlijk nooit ver weg is. En dus is er deze podcast. [Read more…]
Diversiteit Onder De Grond Is Misschien Belangrijker Dan Boven De Grond!

Diversiteit is een heel belangrijk element in de natuur en logischerwijs dus ook in permacultuur en natuurlijk tuinieren. Bovengrondse diversiteit is relatief eenvoudig uit te leggen. We streven naar een diverse tuin: verschillende planten, diverse randen, een rijkdom aan leven.
Dat weten we ondertussen wel. Daar zijn we ook al een heel eind in mee. Dat is vertrouwd terrein. [Read more…]
Waarom Kozen We Yggdrasil Als Naam?

Misschien had dit onderwerp beter gepast bij een van de allereerste podcasts, maar ik wil het vandaag graag hebben over de naam Yggdrasil: waar die vandaan komt, waarom we hem gekozen hebben en waarom wij hem zo graag hebben. Ik krijg die vraag heel vaak – wat betekent het precies, is het toeval, is het een samentrekking van verschillende namen – en daarom wil ik dat nu eens rustig uitleggen. [Read more…]
Foto’s Hebben Nog Een Groot Nut Na De Ontwerpfase

Ik wil het vandaag graag hebben over het belang van foto’s nemen tijdens het observeren in de tuin. Niet alleen in een grote nieuwe tuin, maar ook in een kleine tuin én zelfs wanneer je al jaren bezig bent. Foto’s zijn niet alleen handig om vast te leggen wat er allemaal aanwezig is en die informatie later te gebruiken in je planning. Wat ik in deze podcast vooral wil benadrukken, is hoe waardevol foto’s zijn om terug te kijken in de tijd. Die vergelijking is vaak verrassender dan je denkt. [Read more…]
Problemen Oplossen, Efficiënter Werken en Meer Diversiteit in Onze Zelfpluktuin

Welkom in de podcast van deze week. Het is een beetje een minireeks. Vorige week heb ik het gehad over onze pluktuin, onze zelfpluktuin voor fruit, die we opnieuw gaan inrichten omdat er momenteel toch van alles fout loopt.
Ik heb vorige keer uitgelegd hoe we die ontworpen hebben, dat de ligging ideaal is met enkele bemerkingen, en wat er momenteel fout loopt. Deze week wil ik het graag hebben over de praktische uitwerkingen van de oplossingen en hoe we de nieuwe zelfpluktuin gaan aanpakken en inrichten. Zoals ik al zei, we gaan hem anders inrichten. [Read more…]

