In de podcast van vandaag wil ik het graag hebben over water geven. Dat is misschien niet verrassend, aangezien het al zo lang droog is en water geven voor veel mensen momenteel hét gespreksonderwerp is. Als je nu niet stilaan begint met water geven, zal er straks namelijk niet veel te oogsten zijn.
Ik heb lang op een boomkwekerij en in een tuincentrum gewerkt. Daar heb ik ontzettend veel geleerd over hoe mensen water geven, wat er allemaal verkeerd kan gaan en hoe je het beste aanpakt. De belangrijkste les die ik daar heb geleerd, is dat water geven op zich niet moeilijk is, maar dat correct water geven een heel ander verhaal is. Wat ik daar precies mee bedoel, ga ik in deze podcast uitleggen.
Ik ga niet te diep in op alle basistechnieken. Als je daar meer over wilt leren, kun je beter terugscrollen; ik heb daar ruim een jaar geleden al eens een uitgebreide, dubbele podcast over gemaakt. Maar ik heb de laatste weken op social media, in gesprekken en via mail zoveel dingen zien passeren, dat ik me toch wat vragen begon te stellen. Er worden zaken geadviseerd die naar mijn mening voor aanzienlijke problemen in de tuin kunnen zorgen. Tijd voor wat verduidelijking dus!
‘s Avonds water geven is het beste
Een eerste belangrijke vraag: wannéér kun je het beste water geven?. In principe kan het altijd: overdag, ‘s morgens of ‘s avonds. Elke periode heeft zijn voor- en nadelen, maar er doen ook flink wat mythes en verkeerde adviezen de ronde.
Mijn absolute voorkeur gaat uit naar ‘s morgens. Het is dan nog koel, de algemene (bodem)temperatuur ligt lager en de zon is nog niet op volle kracht. Het water sijpelt vlotter de bodem in, planten krijgen de tijd om zich vóór de hitte van de dag weer vol te zuigen en – heel belangrijk – het gewas krijgt de tijd om goed op te drogen.
‘s Avonds water geven wordt heel vaak geadviseerd. De voordelen kloppen: er is minder wind en verdamping, je verliest minder water, en enigszins uitgedroogde planten kunnen zich na een lange dag weer volzuigen om zo perfect gevuld de nacht in te gaan. Echter, er zit een levensgroot nadeel aan dat ik bijna nooit hoor benoemen: je mag het nóóit te laat op de avond doen.
Geef je water als de zon bijna onder is, dan drogen je planten niet meer op en blijven ze – zeker tijdens een zwoele nacht – urenlang kletsnat staan. Dit is de ideale voedingsbodem voor schimmels! Als je dit herhaaldelijk doet, zullen schimmelgevoelige planten met een zacht blad (denk aan de aardappelplaag, of meeldauw bij pompoenen, courgettes en bonen) gegarandeerd ziek worden. Geef je ‘s ochtends water, dan droogt het blad razendsnel op en is de schimmel immobiel; de uren of dagen erna staat de plant kurkdroog, waardoor schimmels geen kans krijgen.
Mijn advies: geef je ‘s avonds water, doe het dan uitsluitend vroeg in de avond. Zorg dat het gewas nog voldoende zonlicht en tijd krijgt om op te drogen voordat de nacht écht begint.
Mythe: Overdag water geven verbrandt je planten
Overdag is volgens mij de op één na beste periode om water te geven. Ja, er zijn nadelen: het waait vaak harder, de zon is straffer en het is warm, waardoor je flink wat efficiëntie en water verliest door verdamping vóór het de plant of bodem bereikt.
Maar dan is er die bekende mythe: “Je mag overdag geen water geven, want druppels op het blad werken als een mini-lens, versterken het zonlicht en verbranden de plant.”. Dat klopt gewoon he-le-maal niet!. Ik geef al meer dan twintig jaar water, ook midden op de dag, en ik heb nog nooit brandwonden meegemaakt. Niet op sterke planten, niet op zwakke planten, en niet op planten met dun blad. Je kunt overdag perfect water geven zonder dat je planten daar last van hebben.
Kort samengevat: geef ‘s morgens of overdag water. Geef je ‘s avonds, doe het dan vroeg genoeg!.
Je moet elke dag of om de twee dagen water geven
Een ander essentieel punt is hoe vaak je water geeft. Veel mensen vertellen me trots: “Ik geef veel water hoor, elke dag of elke twee dagen!”. Daar heb ik sterke bedenkingen bij. Naar mijn mening doe je dan werkelijk álles verkeerd wat je kunt verkeerd doen op het gebied van water geven.
Planten zijn er van nature op geconditioneerd om hun wortels niet oppervlakkig, maar juist diep de grond in te sturen, op zoek naar watervoorraden. Wat gebeurt er als je elke dag bovenaan een klein beetje water geeft? Het water dringt de bodem niet in en de plant ontwikkelt, als reflex, al zijn wortels in die oppervlakkige toplaag die regelmatig nat staat. Hij stuurt geen wortels meer de diepte in. Zodra de zon opkomt en het warm wordt, verdampt het meeste water, droogt die toplaag razendsnel uit en zitten de oppervlakkige wortels direct in de problemen.
Je kweekt op deze manier ‘luie’ planten op. Ga je vervolgens op vakantie, of stop je even met gieten omdat het wat frisser is en je denkt dat het niet meer nodig is, dan sterven ze. Ze hebben nooit zelf leren zoeken en hebben geen diepe wortels ontwikkeld. Planten die wél geconditioneerd zijn om diep te wortelen, groeien op zo’n moment perfect door.
Hoe geef je dan wél correct water?
Het beste is om met grote tussenpozen heel véél water te geven. Je mag je planten in het begin gerust wat laten afzien. Zo dwing je ze om moeite te doen en te investeren in wortelontwikkeling naar de diepere, koelere bodemlagen waar vocht zit.
Als je dan water geeft, doe het dan in een grote hoeveelheid over een langere periode, zodat het écht de tijd krijgt om in te zinken. Loop je er gewoon even langs met je gieter of sproeier, dan maak je slechts de bovenste centimeter nat en is het na een uurtje alweer opgedroogd. Gebruik daarom voor een langere tijd een zwenksproeier, tiksproeier, vernevelaar of puntbevloeiing (zoals een zweetdarm). Zo geef je gedurende een lange periode een kleine hoeveelheid water die rustig in de bodem sijpelt, waardoor je steeds dieper een gigantische buffer opbouwt.
Wanneer het dan warm wordt en de toplaag uitdroogt, zit het vocht daaronder veilig opgeslagen. De bodem blijft koel en je plantenwortels en het bodemleven hebben voldoende water om een héle periode voort te kunnen. Heb je een bodem met een goede structuur en veel organisch materiaal, dan zuigt deze zich helemaal vol als een spons en kun je je planten moeiteloos en stressloos verschillende weken alleen laten met dat water. Dit is eindeloos veel efficiënter; je hebt enkel de eerste dag wat verdamping, daarna zit het vocht opgesloten in de grond.
Verrassend: Doe zelf de infiltratietest
Natuurlijk hangt de frequentie sterk af van je bodemtype (een zand- of leembodem) en de hoeveelheid organisch materiaal. Wij geven zelf bijvoorbeeld slechts om de drie weken water met een zwenksproeier, gedurende twee tot drie uur per keer. Vaak zetten we de sproeier tussendoor even uit, zodat de droge bodem zich kan verzadigen. Droge grond en potgrond werken namelijk waterafstotend; de oppervlaktespanning is hoog en water rolt er in belletjes vanaf of loopt weg. Pas na een tijdje wordt het water geaccepteerd en begint het echt goed in te sijpelen.
Klinkt het vreemd dat je maar zo weinig mag gieten, maar dán zo massaal lang? Doe dan zelf eens een test, het resultaat verbaast de meeste mensen. Grond neemt water ontzettend traag op, zeker als het droog en warm is.
- Geef water zoals je dat normaal doet (bijvoorbeeld met een gieter of handsproeier tot alles mooi nat oogt).
- Maak direct daarna met een schepje een putje en kijk hoe diep het water is ingedrongen. Je zult schrikken: het is waarschijnlijk maar een halve tot maximaal één centimeter!
- Kom je een uur later terug, dan is het hooguit nog een centimeter gezakt of is alles simpelweg alweer verdampt in de zon.
Geef je echter twee à drie uur gestaag water met een zwenksproeier en graaf je dán een putje, zul je zien dat het water al gemakkelijk tien tot vijftien centimeter diep zit. Kijk je twee uur later nog eens, dan is het nóg dieper weggezakt. Het kost verrassend veel tijd voor water om écht door te dringen tot waar het moet zijn. Vergeet dus de handspriet en de gieter!
De absolute gouden tip: Mulch!
Wat ontzettend helpt in dit hele verhaal, is mulchen. Dit zorgt ervoor dat de poriën in de bodemstructuur open blijven, de bodem lichtvochtig en koel blijft, en water véél sneller wordt opgenomen. Je verspilt veel minder, hebt nauwelijks verdamping en de wind krijgt geen vat op je kostbare water.
Houd je je moestuin mooi gemulcht, dan zullen je planten veel efficiënter met het water omgaan en bereik je met véél minder water een véél groter resultaat!
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Geef een reactie