Ik ben momenteel een nieuw boek aan het schrijven in de reeks van Natuurlijk Tuinieren en het onderwerp is de bodem. Er is heel veel te vertellen over de bodem en anderzijds ook heel weinig. Hoe dat juist zit, dat is misschien wel stof voor een andere podcast, maar tijdens het onderzoek en het opzoeken naar allerlei zaken in verband met de bodem die eventueel geschikt zijn voor het boek, ben ik toch op heel wat speciale zaken gebotst die in de bodem gebeuren door organismen.
Kennis helpt in de tuin
Dan ben ik toch op heel veel rare dingen gebotst om het zo te zeggen, maar ook wel op belangrijke zaken. Sommige hebben het boek gehaald, maar er kan natuurlijk niet alles in. Andere hebben het niet gehaald, maar ik zou toch verschillende van die specialere, wat minder bekende zaken eens willen bespreken in deze podcast. Al is het een soort van voorproefje van wat er allemaal in het boek komt, en ook gewoon omdat ik het best wel interessant en fascinerend vind wat er allemaal in die bodem gebeurt, waar we soms wel het effect van merken, maar niet goed weten waarom dat dat is. Ik ben nog altijd van de overtuiging: als je weet waarom iets gebeurt, dan is het ook veel gemakkelijker om dat op te lossen, of om te weten dat je dat niet moet oplossen en dat het vanzelf wel oplost. Dat maakt het tuinieren volgens mij toch wel net wat aangenamer.
Hydrofobiciteit
Een eerste daarvan is, met een moeilijk woord, hydrophobiciteit. Bodemwaterafstotendheid, iets wat je denk ik al wel gemerkt hebt, zeker in een zomer zoals we nu gehad hebben met lange droogte, heel lang hoge temperaturen en geen regen. Als je dan water geeft na een lange periode, dan merk je dat je bodem eigenlijk heel slecht water opneemt. Als het dan bijvoorbeeld regent, dan zal je merken dat dat water gemakkelijk afstroomt en dat het lang duurt voordat het inzinkt.
Als je bijvoorbeeld met een sproeier of een gieter over die bodem gaat, dan merk je heel vaak dat die druppeltjes als een bolletje op de bodem blijven staan en pas na lange tijd gaan inzinken, of gewoon heel gemakkelijk afstromen. Dat merk je bijvoorbeeld ook in een tunnel. Als je tomaten kweekt, dan heb je waarschijnlijk af en toe al het advies gehoord dat je daar geen tot weinig water mag bijgeven. Dan gaat ook die bodem helemaal uitdrogen, en als je daarna water wilt geven, dan merk je dat het heel moeilijk is om dat water in die bodem te krijgen.
Vetten en wassen
Dat heeft dus een naam: hydrophobiciteit, ofwel, als je dat gaat vertalen, angst van de bodem voor water. Het proces daarachter is op zich wel redelijk logisch. Organisch materiaal valt op je bodem, denk aan blad of wortels die allerlei materialen uitstoten, en daar zitten vetten en wassen in. Een blad beschermt zich door een waslaag bovenop en onderaan zijn blad om niet zo gemakkelijk tentoongesteld te worden aan de elementen en aan plaaginsecten.
Dat komt dus allemaal op die bodem terecht en in een normale, gezonde, goed werkende bodem met voldoende vocht wordt dat gewoon afgebroken, dan merk je daar heel weinig tot niks van. Maar als het heel lang droog blijft, dan gaat die bovenste laag van de bodem helemaal schimmeloos en bacterieloos worden; eigenlijk de organismen verdwijnen die ervoor zorgen dat die vetten en die wassen worden afgebroken.
Wat betekent dat als dat bovenop je bodem blijft liggen? Dat gaat in de bakkende zon wat oplossen en smelten, en zich rond jouw bodemdeeltjes coaten. Dat gaat daar een laag vormen bovenop je bodem. Vetten en wassen zijn nu eenmaal waterafstotend, waardoor ook je bodem waterafstotend wordt en het heel moeilijk wordt om dat vocht op te nemen. En dan zit je een beetje in een vicieuze cirkel.
Want als het regent, loopt het water er in de eerste fase vanaf. Als er dan kleine buitjes vallen, zoals we de laatste tijd gehad hebben, dan wordt dat nauwelijks opgenomen, zodat het in de droge periode daarna weer heel snel gaat verdampen. Je bodem is dan nog altijd schimmeloos en bacterieloos en er is nog altijd niets om die wassen en die vetten af te breken.
Oplossingen
Wat kan je dan doen om dat op te lossen? Zelf water geven en daar iets van ecologische zeep of afwasmiddel bij doen. Dat zorgt ervoor, net zoals in je afwas, dat vetten gemakkelijker afgebroken worden, omdat de oppervlaktespanning verlaagt zodat dat water beter in die bodem geraakt. Wat je ook kan doen, en dat is dan eerder preventief, is uiteraard je bodem afdekken.
Gewoon een mulchlaag op je bodem leggen en zorgen dat die bodem zelf nooit echt volledig gaat uitdrogen. Zo blijft het altijd koeler, blijft er altijd wat vocht in zitten, blijven die schimmels en bacteriën actief en wordt die waslaag dus altijd automatisch afgebroken waardoor je daar in principe niet al te veel last van gaat hebben.
Dat is iets wat ik toch heel vaak gemerkt heb bij fenomenen in de bodem: er is vaak een voorwaarde, en een van die voorwaarden is bijna altijd dat er een bedekking moet zijn (levend of dood, dat maakt meestal niet al te veel uit) en dat het bodemleven toegang moet hebben tot organisch materiaal om zijn werking te kunnen vervullen. Dat doet je natuurlijk begrijpen dat mulchen en het toevoegen van organisch materiaal zulke grote voordelen heeft.
Bio-akoestiek
Een ander voorbeeld wat ook in het boek is geraakt en wat ik toch wel belangrijk vond, is bio-akoestiek. Wortels die dus wel degelijk kunnen horen waar water loopt of waar water is. Ik denk dat we vroeger altijd in de biologieles geleerd hebben dat plantenwortels actief op zoek gaan naar water en eigenlijk gewoon met de gradiënt meegaan, dus van weinig vocht naar veel vocht groeien. En als ze merken dat het vochtgehalte afneemt, dan gaan ze een andere weg uit om zo bij vocht uit te komen.
Maar wat doen wortels dan in een bodem die helemaal droog is? Ook daar gaan die wortels blijven groeien en ook daar kunnen die wortels water vinden. Dat is dan niet om naar de gradiënt te groeien, want het is overal droog. Wortels zijn kleine dingetjes, dus dan moeten ze toch een andere manier hebben om dat water over afstand te vinden.
Straf experiment
Nu blijkt dat wortels wel degelijk kunnen horen. Geluid zijn trillingen, dus die wortels kunnen die trillingen waarnemen. In een bodem kruipt van alles rond, dus daar zullen heel veel trillingen zijn, maar wortels kunnen dus blijkbaar de specifieke trillingen van water eruit halen en op die manier naar water toe groeien. Wetenschappers hebben dat gemerkt door water te laten lopen door een volledig afgesloten buis, en de wortels in een andere buis te laten groeien die ook volledig afgesloten was. Er konden dus geen geur of andere zaken doordringen tot aan die wortels, enkel de trillingen van dat water.
Nu blijkt dat die plant echt wel die geluidsgolven volgt en naar dat water toe groeit. Dat is niet om te zeggen dat je daarvoor specifiek moet mulchen of andere zaken moet doen, maar het toont toch maar aan dat planten en wortels veel meer kunnen dan wij oorspronkelijk dachten, dat er in die bodem veel meer gebeurt en dat men ondertussen heel veel nieuwe dingen ontdekt.
Quorum Sensing
Iets anders wat sommige mensen al wel kennen, denk ik, is quorum sensing. Dat betekent eigenlijk dat bacteriën in je bodem, waaronder soms ziekteverwekkende bacteriën, je plant niet zomaar aanvallen als er één of twee bacteriën terechtkomen. Zij beseffen ook wel dat als ze een plant aanvallen met zo weinigen, dat geen enkel probleem is voor het verdedigingsmechanisme van zo’n plantenwortel, dus blijven ze inactief.
Wat ze eigenlijk doen, is zich stilaan opbouwen, en ze stoten een stof uit die ze zelf kunnen herkennen. Vanaf een bepaald niveau, als die stof in voldoende hoge aantallen merkbaar is, dan weten ze: we zijn met genoeg. Dat is dat quorum sensing, het herkennen van die uitgestoten stof. Pas dan beslissen ze om tot de aanval over te gaan om een plant te infecteren, omdat ze weten dat ze met voldoende zijn om het die plant heel moeilijk te maken.
Quorum quenching
Uiteraard zijn planten niet van gisteren. Als dat de enige werkwijze zou zijn, dan zouden alle planten aangevallen worden en ten onder gaan, maar dat is overduidelijk niet zo. Er moet dus ook een tegenmechanisme zijn, en dat noemt men dan quorum quenching. Quenching betekent eigenlijk dat je iets gaat verminderen of dichtknijpen. De plant stoot zelf stoffen uit om die signaalstoffen van de bacteriën teniet te doen, te maskeren of af te breken. Hierdoor blijven die bacteriën wel hun stoffen uitstoten en bouwen ze zich wel op qua aantallen, maar de hoeveelheid uitgestoten stoffen is niet meer herkenbaar. Ze denken altijd: we zijn nog niet met voldoende, we gaan niet over tot de aanval.
Monocultuur en polycultuur
In een monocultuur met maar één soort plant wordt het heel moeilijk voor die plant om van al die verschillende soorten pathogene bacteriën de signaalstoffen te maskeren en af te breken. Een bacterie is heel slim en gaat altijd wel een manier vinden om het verdedigingsmechanisme van een plant te achterhalen, net zoals een griepvirus altijd een manier vindt om ons ziek te maken.
In een monocultuur is dat redelijk eenvoudig. Als je in een polycultuur zit, heb je evenveel of misschien zelfs minder kans op pathogene bacteriën, maar je hebt wel héél veel verschillende planten die met hun wortels heel veel verschillende manieren hebben om die signaalstoffen af te breken. De chaos is veel groter. De kans dat quorum sensing effectief werkt en dat bacteriën hun eigen stoffen blijven herkennen, wordt gewoon gigantisch klein. Dat is ook de reden waarom een polycultuur, zoals ons systeem van schijnbare chaos, zo goed werkt. Je merkt dat als je intensief begint te combineren, je vanzelf veel minder last krijgt van plagen en ziektes. Quorum sensing en quorum quenching hebben daar een enorme invloed op.
Alles wordt eenvoudiger
En zo zijn er eigenlijk heel veel mechanismen die ik ontdekt heb waar ik op zich niet veel van wist. Je merkt wel in de praktijk dat als je polycultuur gaat toepassen, als je gaat mulchen en zorgt dat het organisch stofgehalte in je bodem omhoog gaat, het allemaal gemakkelijker wordt en je nauwelijks nog last hebt van ziektes. Ik vond het toch heel interessant om te weten dat er ook wel degelijk een heel systeem achter zit. Er gebeurt van alles in die bodem, waardoor de plant gesterkt wordt in zijn verdediging, geholpen door bacteriën, schimmels en zelfs virussen. Dat wordt vooral geholpen als er veel organisch materiaal is, als er veel verschillende soorten plantenwortels aanwezig zijn en als je bodem bedekt is.
Conclusie
Dat is de conclusie van deze podcast, maar eigenlijk ook de conclusie van het boek. Dat onderzoek is pijlsnel aan het toenemen en men ontdekt constant nieuwe mechanismen waar men vroeger totaal niet aan gedacht had. Maar de conclusie is bijna altijd hetzelfde: zorg dat je organisch materiaal in je bodem hebt, zorg dat je niet gaat spitten zodat het bodemleven met rust gelaten wordt, en zorg dat er veel diversiteit bovengronds en ondergronds is.
Dat zal automatisch, zonder dat je dat allemaal beseft, een gigantisch groot verschil maken en het tuinieren veel eenvoudiger maken.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Geef een reactie