
Direct water geven bij droogte, of juist nooit water geven? ‘s Morgens of ‘s avonds? Met de gieter, de tuinslang of een sproeier? Het zijn vragen die elke tuinier bezighouden in een drogere periode, of eigenlijk doorheen het hele jaar. Zeker de laatste jaren kampen we vaker met lange droogtes, afgewisseld met lange natte periodes. We zien droge periodes op ongebruikelijke tijdstippen, zoals dit voorjaar. Het heeft toen zo’n vijf tot zes weken niet geregend, terwijl de lente in principe een natte periode zou moeten zijn.
In vorige podcasts heb ik het er al vaker over gehad. Vorig voorjaar, toen we ook een lange droge periode hadden, heb ik bijvoorbeeld uitgelegd hoe wij water geven en hoe ons systeem is opgebouwd. Dat wil ik nu niet herhalen. Dit keer wil ik dieper ingaan op de wetenschappelijke achtergrond en aan de hand van enkele berekeningen laten zien wat precies het verschil is wanneer je het organisch stofgehalte in je bodem vergroot. Wat is het effect als je die zogenaamde ‘bodemspons’ stimuleert? Hoeveel liter extra water gaat die bodem dan vasthouden, en wat is daarvan de impact op jou als tuinier?
Ons oude systeem: de natuurlijke bodemspons
Ik praat vaak over het belang van organisch materiaal en mulchen. Dat past helemaal in het systeem dat wij in onze tuin hebben ontwikkeld, waardoor we vroeger in principe nooit extra water hoefden te geven. In ieder geval tot 2017 of 2018. Daarna is het klimaat wat veranderd, maar in de jaren daarvoor hadden we een systeem met een constant hoog organisch stofgehalte.
Wij mulchten veel om verdamping tegen te gaan. Het organische materiaal hield enorm veel water vast als reserve en zorgde voor een goede structuur, waardoor er via capillaire werking ook water vanuit de diepte naar boven gehaald kon worden. Daarnaast hadden we veel randen, houtkanten en haagjes aangeplant. Deze microklimaten zorgden ervoor dat de wind omhoog werd geduwd in plaats van over onze bodem te razen, wat de verdamping nog verder terugdrong. Hierdoor verbruikten de planten simpelweg minder water. Die combinatie zorgde ervoor dat we bij drie weken droogte geen water hoefden te geven. Een warme zomer betekende toen enkele dagen boven de 30°C, gevolgd door een onweer met voldoende regen, waarna we er weer enkele weken tegenaan konden.
De impact van extremere zomers
Dat is uiteraard veranderd, dat heb je vast ook gemerkt. Sinds 2018 kennen we periodes van zes tot acht, en soms zelfs tien tot twaalf weken waarin het niet of nauwelijks regent. We hebben te maken met temperaturen van 35°C tot 38°C. Het is spectaculair warm, de verdamping is enorm en planten hebben het in de zomer echt moeilijk om voldoende water te vinden.
Daarom wil ik eens kijken naar de impact van organisch materiaal op het vasthouden van dat water. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat elke toename van 1% organische stof in je bodem ervoor zorgt dat deze ongeveer 170.000 tot 240.000 liter extra water per hectare kan vasthouden. Jouw tuin is uiteraard geen hectare groot, maar omgerekend naar een moestuin van 100 m² betekent dit dat je bodem 1.700 tot 2.400 liter extra water vasthoudt. Dat is omgerekend zo’n 200 volle gieters aan water die in je bodem worden opgeslagen na een flinke regenbui, waardoor jij die dus niet meer hoeft te sjouwen!
Zandgrond versus kleigrond
Er is natuurlijk een groot verschil tussen een zandbodem en een kleibodem. Ik woon zelf op zandgrond, en dan merk je: je kunt water geven, maar het spoelt er gewoon recht doorheen. Zandkorrels zijn groot en grof; zonder organisch materiaal loopt het water daar moeiteloos tussendoor, alsof je een emmer vol knikkers of een emmer met gaten in de bodem probeert te vullen. Een pure zandgrond met weinig organisch materiaal houdt gemiddeld zo’n 15 tot 30 liter water per m² vast in de bovenste 30 centimeter.
Als je dat organisch stofgehalte verhoogt naar 1%, verdubbelt die capaciteit al snel. Die ene procent houdt bijna 25 liter extra water vast, waardoor je op 40 tot 50 liter terechtkomt. Je waterbuffer stijgt daarmee van twee dagen naar vijf of zes dagen. Verhoog je dit verder naar bijvoorbeeld 5% organische stof, dan voeg je daar ruim 100 liter aan toe en zit je al op 130 tot 140 liter per m². Dat is een gigantisch verschil! Dan kun je op zandgrond gerust bijna twee weken groenten kweken zonder water te hoeven geven.
Een kleibodem is precies het tegenovergestelde. De deeltjes zijn piepklein en houden van nature al veel water vast. Een kleigrond bevat vaak wel 75 tot 100 liter water (drie tot vier keer zoveel als zandgrond), maar die bodem is soms zó compact dat wortels er niet goed in kunnen groeien of het water letterlijk afstroomt. Soms zit de grond zo vol water en fijne deeltjes dat er geen zuurstof meer is voor de plantenwortels, waardoor ze niet bij het vocht kunnen. Voeg je hier organisch materiaal aan toe, dan wordt de bodem losser, ontstaan er meer poriën, en kunnen de planten het opgeslagen water wél bereiken en verbruiken.
Een rekenvoorbeeld voor je eigen moestuin
Hoe rekenen we dit nu praktisch om voor jouw tuin? Laten we uitgaan van een gemiddelde moestuinplant op een warme zomerdag van ongeveer 25°C. Deze verbruikt ongeveer 4 à 5 liter water per m².
- Op een arme zandgrond met 1% organische stof heb je een voorraad van 20 liter water. Een simpele rekensom leert dat je bodem na vier dagen kurkdroog is. Geef je geen water, dan gaan je planten stilletjes dood.
- Verhoog je dit naar 5% organische stof, dan heb je ineens 80 liter water op voorraad. Je kunt dan makkelijk 16 dagen (een dikke twee weken) vooruit zonder water te geven.
Wij hebben in onze tuin op sommige stukken een organisch stofgehalte van bijna 8%. Daardoor hebben we een buffer opgebouwd waarmee we gemakkelijk drie weken zonder extra water kunnen.
Hoe bouw je deze bodemspons op?
Het verhogen van het organisch stofgehalte is simpelweg de allerbeste oplossing om het vochtvasthoudend vermogen van je bodem te vergroten. Dit gebeurt uiteraard niet van de ene op de andere dag; het kost tijd.
- Startfase: Op een arme bodem adviseren wij altijd om te beginnen met een dikke laag compost, zodat je direct een grote hoeveelheid organisch materiaal inbrengt. Heb je al een redelijke bodem? Breng dan een dunnere laag aan, maar zorg er wel voor dat het stofgehalte een flinke impuls krijgt.
- Onderhoudsfase: Vervolgens begin je met intensief mulchen. Je zult merken dat het bufferend vermogen na enkele jaren sterk omhoog gaat.
We horen vaak van cursisten die onze methode volgen, dat ze na drie tot vijf jaar een enorm verschil merken. De groeikracht van planten neemt toe, de onkruiddruk daalt, en ze hebben veel minder last van ziektes en plagen zoals slakken. Vaak gaat dit omslagpunt gepaard met een organisch stofgehalte van ongeveer 3 tot 3,5%. Op dat niveau gaan enorm veel bodemprocessen beter werken, waaronder die cruciale sponswerking.
Onze huidige waterstrategie
Dankzij dit hoge gehalte hebben wij onze werkwijze slechts licht moeten aanpassen en zijn we nog steeds uitstekend voorbereid op droogtes. Als de droogte intreedt, weten we dat we een buffer van zo’n drie weken hebben. Pas daarna wordt de bodem te droog en komen de planten in de problemen.
Wij wachten daarom bewust twee tot drie weken met water geven. Als we dán water geven, doen we dat zeer overvloedig in een korte periode. Zo laden we de bodem weer op en kunnen we wéér twee tot drie weken verder. In een droogteperiode van zes weken geven wij dus maar één keer water! Zelfs toen we een paar jaar geleden ruim twee maanden droogte hadden, hoefden we maar twee keer te gieten om die hele periode te overbruggen. Bovendien train je je planten met deze manier van water geven om hun wortels diep de grond in te sturen op zoek naar water, waardoor ze nog beter bestand zijn tegen droogte.
Er zijn uiteraard meer factoren die meespelen – beluister daarvoor zeker eens onze eerdere podcasts over water geven – maar dit organisch stofgehalte is echt de basis. Wil je lange, droge periodes overbruggen zonder elke twee dagen met de gieter of tuinslang in de weer te zijn? Focus je dan eerst op het verhogen van dat organisch stofgehalte. Mulch je bedden om verdamping te voorkomen en plant randen aan om de wind te breken. Deze combinatie zorgt ervoor dat je de extremere zomers van tegenwoordig met veel minder zorgen kunt doorstaan.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Geef een reactie