Het voorjaar is een periode waarin je met van alles begint. Vaak start je je tuin op of wil je met nieuwe dingen beginnen. Dan komen er altijd veel vragen naar boven. Daarom wil ik in deze podcast enkele vragen beantwoorden die de voorbije dagen en weken aan mij gesteld zijn tijdens een rondleiding, via mail en in cursussen. Misschien kan het jou ook wel wat helpen.
Wat zou ik anders doen? Het gebruik van compost
Afgelopen weekend was er een rondleiding bij Yggdrasil. Toen we even napraatten, werd de vraag gesteld of ik, na al die jaren dat we al bezig zijn, dingen anders zou doen als ik nu opnieuw moest beginnen. Uiteraard zijn er dingen die we anders zouden aanpakken, maar over het algemeen zijn we vanaf de start goed vertrokken en in de juiste richting gegaan. We hebben doorheen de jaren uiteraard wel wat moeten bijsturen.
Iets wat ik echt anders zou doen, is ons gebruik van compost. We zijn destijds gestart op zeer slechte grond. Deze bevatte bijna geen organisch materiaal of bodemleven meer, werd beenhard in de zomer en had veel last van erosie in de winter. Er was dus werk aan de winkel. We zijn toen gestart met een dikke laag compost van ongeveer 15 centimeter. Dat zou ik zonder twijfel opnieuw doen. Het is een ideale start om op een slechte bodem organisch materiaal op te bouwen, te enten en voeding te geven.
Echter, in de eerste vier tot zes jaar hebben we die laag telkens terug aangevuld op de moeilijkere plaatsen. Je zag de laag immers slinken of soms bijna volledig verdwijnen, waarna we steevast aanvulden tot we weer aan die 12 tot 15 centimeter dikte zaten. Dat zou ik nu niet meer doen. Dat is een beetje overvloedig. Ik heb inmiddels geleerd dat je de ontwikkeling van het bodemvoedselweb constanter en langduriger kunt stimuleren op een andere manier.
Mijn advies nu: leg een dikke laag compost in het begin als je start op zeer slechte grond. Is je grond al redelijk, dan is 5 of 6 centimeter in het eerste jaar al voldoende. Vanaf het tweede jaar zou ik overvloedig beginnen mulchen door in het najaar dikke pakken materiaal te leggen. Zo is de bodem constant goed bedekt en moet het bodemleven zich ontwikkelen om dat materiaal te verteren.
Nog belangrijker is om te proberen zo lang mogelijk, zowel in de zomer als in de winter, levende planten op je bodem te hebben. Combineer vanaf het begin doorlevende planten, struiken en kruiden, zodat er ook in de winter wortelactiviteit is. Levende planten brengen CO2 en voedsel voor het bodemleven direct diep de grond in. Dit is veruit de beste manier om bodemontwikkeling en de structuur – zoals het klei-humuscomplex – te stimuleren. Compost en mulch moeten immers van bovenaf de grond in getrokken worden, wat een veel trager proces is. Gebruik dus ook groenbemesters en zorg dat er heel veel verschillende soorten door elkaar staan.
Aandacht voor houtkanten in droge periodes
Een ander punt dat ik anders zou aanpakken, is het gebruik van randen. Wij hebben houtkanten rondom ons grote terrein aangeplant, wat absoluut aan te raden is. Je kunt dit principe ook in kleinere tuinen toepassen, maar dan met smallere randen en een ander formaat. We hebben allerlei soorten geplant die tot bomen kunnen uitgroeien en (on)regelmatig worden teruggezet. Die bomen en struiken verbruiken behoorlijk wat water. De eerste 18 tot 20 jaar was dit geen enkel probleem; het regende voldoende en de wortels zochten het water vanzelf op in de diepte.
Sinds 2017 of 2018 is de situatie echter wat veranderd door de lange, droge periodes in de zomer, het voorjaar en soms zelfs in de winter. Omdat we op een helling van een vallei liggen, is de watertafel sterk gezakt en zat er geen water meer in de diepte. Tijdens de zomer drogen de bomen uit en sturen ze hun wortels actief op zoek naar vocht. Wat je dan merkt, is dat die wortels heel snel horizontaal in onze groentebedden terechtkomen, omdat we daar tijdens die droge periodes wél water gaven.
Met mijn huidige kennis en de huidige omstandigheden zou ik hier anders mee omgaan. Ik zou de bedden bijvoorbeeld iets verder van de houtkant gelegd hebben, zodat de afstand groter is en de kans dat ze het water vinden kleiner wordt. Ook zou ik eventueel een gracht naast de bedden graven, zodat de wortels de diepte in moeten in plaats van horizontaal in de groentebedden uit te groeien. Dat is absoluut iets waar ik, mocht ik opnieuw beginnen, meer aandacht aan zou besteden.
Het nut van lavagruis
Een andere vraag ging over lava: gebruiken jullie dat, hoe gebruiken jullie het en is het wel nuttig?. Elaine Ingham vertelt bijvoorbeeld dat er in principe voldoende voedingsstoffen in de bodem zitten en dat je enkel het bodemleven hoeft te ontwikkelen om ze eruit te halen. Daar ben ik het toch niet helemaal mee eens; ik ben juist een groot voorstander van lava in verschillende vormen.
Steeds meer onderzoek toont de voordelen aan. In natuurgebieden gebruikt men lava bijvoorbeeld zeer effectief in proefprojecten om verzuring tegen te gaan. Lavagruis biedt daarnaast extra voordelen voor de opbouw van een goede bodemstructuur en waterhuishouding. De poreuze structuur van lava vormt een ideale habitat voor bodemleven om zich in te vestigen. In een gecompacteerde bodem zonder zuurstof of water, waar bodemleven moeilijk kan opbouwen, zorgt ingebrachte lava direct voor een veel luchtiger geheel. Je creëert meteen structuur en poriën, wat de opbouw van je bodemleven enorm versnelt.
De belangrijkste reden waarom wij het zijn gaan gebruiken, is het toedienen van spoorelementen. In Vlaanderen zijn de bodems lange tijd gebruikt voor intensieve, eenzijdige landbouw zoals de teelt van maïs, graan, bieten en aardappelen. Decennialang gebruik van pesticiden en NPK-meststoffen heeft ervoor gezorgd dat bodems zijn uitgeput. Er is zeer lang van alles uitgehaald en zelden iets teruggegeven. Daardoor is er simpelweg geen bodemleven meer om die voedingstoffen vrij te zetten.
Ik ben ervan overtuigd dat lava cruciaal is om verdwenen stoffen versneld terug toe te dienen. Dan spreek ik niet over fosfor, kalium, magnesium of stikstof, maar over zeer kleine spoorelementen. Hoewel planten die niet in grote mate nodig hebben om uiterlijk te groeien, zijn ze essentieel voor de vorming van secundaire metabolieten. Deze stoffen zorgen voor de verdediging en de gezondheid van de plant, en uiteindelijk ook voor onze gezondheid. Ik denk dat je dit enkel via bodemleven niet of uiterst traag kunt herstellen. Daarom raad ik het gebruik van lava altijd aan, zowel als je pas begint als wanneer je al veel langer bezig bent.
Voorzaaien in karton of wc-rolletjes?
Er is op sociale media en het internet veel te vinden over voorzaaien. Soms zie ik dat mensen zaaien in opgerold krantenpapier of in wc-rolletjes, om die vervolgens mee uit te planten. Daar plaats ik toch mijn bedenkingen bij.
Karton is volgens mij niet meer het onschuldige materiaal van vroeger. We hebben destijds veel karton gebruikt om de bodem af te dekken bij de aanleg van onze bedden en tuin. Wij adviseren nu echter om dat enkel in de beginfase te doen, op overwoekerde terreinen met hartnekkige onkruiden, om het starten te vergemakkelijken. Heb je geen hartnekkig onkruid, dan helpt karton weinig en kun je het op je vaste groentebedden na de aanleg eigenlijk beter vermijden.
We spelen al jaren met deze gedachte. Uit gesprekken met iemand uit een kartonfabriek bleek wel dat er excessief veel water gespoeld wordt, waardoor de kans op vervuilende stoffen behoorlijk klein is. Maar er komt ook veel gerecycleerd karton en materiaal uit landen als China, waar men veiligheidsvoorschriften anders bekijkt. Denk aan asbest in speelzand: in China tot een bepaald niveau toegelaten, terwijl daar in Europa paniek over is. De normen voor die stoffen liggen er gewoon anders. Daarnaast is de PFAS-problematiek bekend; PFAS werd vaak op karton gebruikt, en het is onduidelijk in hoeverre dit tijdens het recyclageproces verdwijnt of wordt opgekuist. Wees er dus beperkt en voorzichtig mee.
Als je plantjes in een kartonnen wc-rolletje laat wortelen, groeien die wortels direct tegen en in het karton. Wanneer je het dan uitplant, beperk je de wortelontwikkeling enorm: het rolletje verteert heel traag (het kan gerust weken in de grond blijven), terwijl je plantje net heel snel wil groeien. Je kunt het karton openscheuren, maar dan beschadig je de wortels. Bovendien breng je vanuit het voorzorgsprincipe mogelijk vervuild materiaal direct in de meest actieve wortelzone in de volle grond. Ik zou dus nooit in karton voorzaaien.
Er zijn prima alternatieven op de markt waarmee je zelf handig perspotjes van aarde kunt maken, zonder een plastic potje nodig te hebben. Als je dat niet hebt, kun je bij tuincentra of tuinaanleggers heel makkelijk gratis plastic zaaitrays of potjes gaan halen. Deze worden daar anders toch massaal weggegooid, dus het kost geen geld. Dat plastic breekt niet af en je kunt de potjes enorm vaak hergebruiken. Dat lijkt me in se een veel veiliger en beter alternatief dan het zaaien in papier.
Teeltwisseling of groenten op dezelfde plek?
Een laatste vraag: moet je groenten elk jaar op een andere plek zetten?. Er werd verwezen naar Charles Dowding, die vertelde dat hij groenten soms jarenlang op dezelfde plek kweekt zonder enig probleem. Hij stelt dat er op die manier geen opbouw is van ziektes of plagen in de bodem, noch bodemmoeheid.
Als je beschikt over een extreem goede bodemstructuur en een uitgebreid bodemvoedselweb, geloof ik wel dat dit kan werken. Maar ik plaats er toch stevige bedenkingen bij en zou het nooit op die manier doen of aanraden. Ik pleit echt wel voor een vorm van teeltwisseling. Niet per se de klassieke vaste rotatie in vaste vakken, maar wel door groenten en planten te combineren voor meer diversiteit en elk jaar af te wisselen. Zo staat niet elk jaar dezelfde soort op exact dezelfde plaats.
Wetenschappelijk is inmiddels al lang bewezen dat daar sterke voordelen aan vasthangen. Vergevorderd onderzoek naar complexe groenbemesters toont aan dat combinaties van minimaal vier tot zes plantenfamilies het beste werken. Het principe is eenvoudig: elke plantensoort stuurt andere stoffen (exudaten) via de wortels de grond in om bodemleven aan te trekken. Hoe diverser die mix van stoffen, hoe diverser en robuuster het bodemvoedselweb. Net zoals bovengrondse diversiteit essentieel is voor een weerbaar systeem, is dat ondergronds exact hetzelfde.
Door een diverser bodemvoedselweb is de bodem veel beter bestand tegen moeilijke omstandigheden zoals sterke droogte, wateroverlast en ziektes. Verder zorgt een diversiteit aan schimmels voor het effectiever vrijzetten van voedingstoffen en het bestrijden van slechte bodembacteriën.
Niet alles wat kan, is automatisch de beste oplossing. Een boer die aan monocultuur doet en al tien jaar probleemloos aardappelen of maïs kweekt, zal ook zeggen dat zijn manier werkt. Spitten doet de mens ook al eeuwenlang. Toch weten we intussen dat beide niet bepaald de ideale methodes zijn. De wetenschap staat vandaag gelukkig ver genoeg om te beseffen dat teeltwissel en diversiteit, zowel boven als in de grond, zorgen voor sterkere en gezondere plantengroei. En dat is wat uiteindelijk toch het allerbelangrijkste is.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Geef een reactie