
Vandaag wil ik het graag hebben over een probleem dat voor de meeste tuiniers elk jaar terugkeert: slakken en de planten die ze allemaal opvreten. Tot nu toe lijkt het dit jaar nog geen groot probleem te zijn. Wij hebben er althans nog geen last van gehad, waarschijnlijk omdat het heel lang droog is gebleven. Maar voor de komende week voorspellen ze donkerder, kouder en natter weer, wat de kans op een slakkenplaag toch sterk vergroot.
Ik krijg daar elk jaar veel vragen over: hoe komt dat en wat kan je eraan doen?. Dat is een complex probleem, wat betekent dat het niet één-twee-drie op te lossen is en een wat langere uitleg vraagt. In deze podcast zal ik mijn licht eens werpen op wat volgens mij de reden is waarom je überhaupt slakken krijgt.
De opruimers van de natuur
Als je in je tuin te maken hebt met een plaag of een insect, is het altijd goed om eerst te kijken wáárom dat dier daar eigenlijk is. Bij slakken is de reden heel simpel: het zijn de opruimers van de natuur. Hun voornaamste functie is het afbreken en omzetten van plantenmateriaal. Ze ruimen in principe vooral dood materiaal op, maar ook zwakke en zieke planten. Als slakken er niet zouden zijn, dan zou het afval in de bossen en in onze moestuinen zich metershoog opstapelen. Ze hebben dus een hele belangrijke functie en zijn echt onmisbaar in de natuur.
Waarom zitten ze in jouw tuin?
Waarom ze specifiek in jóuw tuin zoveel voorkomen, is natuurlijk de grote vraag. Misschien denk je: maar ik heb helemaal geen zwakke planten of dood materiaal dat opgeruimd moet worden, dus waarom heb ik er in godsnaam zoveel?. Wel, hoogstwaarschijnlijk heb je wél zwakke en zieke planten, of planten die niet zo goed functioneren.
Het is niet omdat een plant in jouw ogen perfect groeit, dat dit in de ogen van een slak ook zo is. Een slak kijkt, ruikt en proeft anders en heeft uiteraard hele andere criteria dan wij. De belangrijkste startreden waarom een slak een plant aanvalt en opeet, is dat hij die plant als verzwakt ziet; er is iets mis mee.
Vaak is er iets mis in het metabolisme van de plant, specifiek in de eiwitproductie, waardoor de plant heel veel vrije aminozuren en enkelvoudige suikers bevat. Een slak heeft een relatief eenvoudig, weinig ontwikkeld verteringsstelsel. Omdat vrije aminozuren en enkelvoudige suikers niet meer afgebroken hoeven te worden, zijn ze voor de slak extreem makkelijk te verteren.
Zo kan de slak snel eten, snel groeien en zich snel voortplanten – wat uiteraard een belangrijk doel is van zo’n beestje. Als die aminozuren zich opstapelen in de plantencellen, weet de slak dat er gemakkelijk eten te halen is en ruimt hij de problematische plant netjes op.
Oorzaak 1: Een teveel aan stikstof
Waarom stapelen die vrije aminozuren zich dan op in je plant?. Daar zijn verschillende redenen voor, maar de allerbelangrijkste is volgens mij een teveel aan stikstof in het systeem. Er wordt altijd gezegd dat planten stikstof – de basis van alle (NPK) meststoffen – nodig hebben en dat je dit extra moet bijgeven, maar dat is vooral een verkooppraatje. Als je een goede bodem hebt, levert het bodemleven voldoende stikstof aan je planten.
Trouwens, in onze huidige maatschappij kampen we al met een overschot aan stikstof; het valt letterlijk uit de lucht. Kijk maar naar alle maatregelen die genomen moeten worden om dit stikstofprobleem in onze streken op te lossen. Zelfs als je helemaal niets van meststoffen geeft, is er al meer dan voldoende stikstof aanwezig. Je moet dus absoluut géén extra stikstof bijgeven. Het gebruik van chemische of organische meststoffen, verse stalmest, en zelfgemaakte plantengieren of aftreksels zorgt ervoor dat je veel te veel snel beschikbare stikstof in het systeem brengt. Dit moet je echt proberen te vermijden.
Een teveel aan stikstof dat niet verwerkt kan worden, zorgt er namelijk voor dat de eiwit- en suikerproductie in de plant stilvalt, waardoor er veel vrije, enkelvoudige suikers en aminozuren ontstaan. Daarbovenop gaat je plant uitrekken en worden de celwanden dunner, waardoor hij nóg zwakker wordt. Stikstof bijgeven leidt dus heel vaak tot problemen met slakken.
Kan je daar zelf iets aan doen? Als je tuiniert op een oude akker of in een volkstuin waar vroeger door anderen altijd stikstof is gestrooid, dan zul je daar nog jarenlang de naweeën van ondervinden. Je krijgt dat teveel niet zomaar weg, maar het is belangrijk om zelf geen snel opneembare stikstof meer toe te voegen.
Wil je toch iets van bemesting gebruiken? Kies dan voor stikstofarme groencompost. Gebruik geen champost, GFT-compost of wormencompost. Hoewel daar vaak lovend over wordt gesproken, bevatten ze erg veel stikstof en trekken ze slakken aan. Als je een stikstofarme tuin met een goed bodemleven ontwikkelt, zal het bodemleven de stikstof netjes afgeven aan de plant, die daardoor perfect groeit. Ook via mulchen met groen materiaal komt er langzaam voldoende stikstof vrij.
Oorzaak 2: Slechte groeiomstandigheden
Een andere reden voor de opstapeling van aminozuren zijn slechte groeiomstandigheden. We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: in maart hebben we een paar weken fantastisch weer en denk je ‘yes, ik kan beginnen zaaien en buiten planten!’.
Maar zodra de plantjes in de grond staan, volgt er ineens een koude periode. Alles valt stil en de groei verslechtert. Door de dalende temperaturen en het gebrek aan zon heeft de plant te weinig energie om eiwitten en suikers op te bouwen. Wederom stapelen de vrije aminozuren zich op, wordt de plant als beschadigd gezien en staan de slakken direct klaar omdat ze deze plant zo snel en eenvoudig kunnen verteren.
Mijn advies: wacht in het voorjaar lang genoeg en begin niet te vroeg met tuinieren. Zet je planten niet buiten bij de eerste de beste mooie week. Wacht tot de bodem voldoende is opgewarmd, zodat het bodemleven actief is om je planten te helpen.
Een plant die lekker warm binnen in een beschermde omgeving is opgekweekt, krijgt een flinke klap als hij buiten opeens te maken krijgt met koude nachten en weinig zon. De groei valt stil, de aminozuren worden niet verder opgebouwd naar eiwitten, en je plant wordt aangevreten. Wacht dus op een stabielere, langere periode van goed weer.
Oorzaak 3: Giftige stoffen
Ook giftige stoffen beïnvloeden de processen in je plant negatief. Daarvoor hoef je overigens niet eens chemische pesticiden te spuiten. Veel natuurlijke tuiniers maken zelf aftreksels of theetjes om beestjes te bestrijden, met het idee: ‘het is zelfgemaakt, dus het kan geen kwaad’. Dat is zeer twijfelachtig. Als iets tegen beestjes werkt, bevat het giftige stoffen. Dit verstoort eveneens de eiwitopbouw in de plant, waardoor aminozuren zich opstapelen.
Ik raad het bestrijden van beestjes én het maken van dergelijke middeltjes altijd af. Je weet vaak niet precies wat je brouwt, je hebt er een negatieve impact mee op je planten, en je doodt bovendien veel natuurlijke vijanden. Absoluut afraden dus.
Oorzaak 4 en 5: Sporenelementen en bodemstructuur
Daarnaast kan een gebrek aan sporenelementen een rol spelen. Deze elementen zijn niet direct belangrijk voor de primaire groei, maar wél cruciaal voor het verdedigingsmechanisme en andere secundaire processen, zoals de vorming van suikers en eiwitten. Ze fungeren als katalysator. Als ze ontbreken, vertragen of stoppen deze processen en krijg je wéér die beruchte opstapeling waardoor de slak de plant als zwak ziet en aanvalt.
Tot slot kan een slechte bodemstructuur vergelijkbare problemen veroorzaken. Als wortels zich niet goed ontwikkelen, nemen ze onvoldoende diverse voedingsstoffen op. Plantenprocessen stagneren en de opgebouwde, enkelvoudige stoffen lokken de slakken aan.
Conclusie en vooruitblik
Samengevat: er zijn tal van redenen en onzichtbare problemen waardoor een plant slecht groeit en voor de slak verzwakt lijkt, terwijl dat voor jou – zeker bij een teveel aan stikstof – niet direct zichtbaar is. Slakken zijn er altijd en overal. Ook wij komen in onze eigen tuin ontzettend veel slakken tegen onder planken, stenen en bladeren. Toch wordt er bij ons en bij veel van onze cursisten nauwelijks tot niets aangevreten.
Hoe je dit kunt oplossen en hoe je jouw tuin zo kunt inrichten dat die slakken zich bezighouden met andere zaken – zoals onkruid, planten in de randen, of het opeten van dood mulchmateriaal en houtsnippers – zónder dat ze jouw geliefde groenteplantjes opeten?. Daar ga ik in de volgende podcast veel dieper op in!
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Geef een reactie