Yggdrasil

Voor plezier en eenvoud in de natuurlijke moestuin

  • Winkel
    • Zelfpluktuin
    • Hoevewinkel
    • Webwinkel
      • Webwinkel
    • T-shirt shop
  • Educatie
    • Wil Je Yggdrasil Steunen Na De Brand?
    • Start Hier!
      • Gratis Nieuwsbrief
        • LedenPagina
      • Gratis Video’s
      • Gratis webinars
      • Gratis artikels
        • Natuurlijk tuinieren
        • Mulchen
        • Composteren
        • Kleinfruit: Onderhoud, snoeien en verwerken
    • Producten onder €80
      • Rondleidingen
        • Maart
        • Gecombineerde Rondleiding Juni: Drakentuin en Yggdrasil
        • Augustus
      • Workshops
        • Workshop: vlechtwerken in de tuin
        • Snoeicursus Kleinfruit: Rode bes en Framboos
      • Boeken
        • Gezonde Voeding Uit De Natuurlijke Moestuin
        • Mulchen in de natuurlijke moestuin
        • Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin
          • BonusBrochure
          • Persmap
        • Combineren in de natuurlijke moestuin
          • Bonus Video’s
          • Pers Map
        • Zeven stappen naar een natuurlijke moestuin
      • Online Brochures
      • Zelfstudie Cursussen
        • Mulchen
        • Zelfstudiecursus Permacultuur
      • Tutorial Kruidenspiraal
        • Toegang
    • Cursussen
      • Info ZelfstudieCursus ‘Het Groene Fundament’
        • Zelfstudiecursus ‘Het Groene Fundament’
      • Info Online cursus ‘Groenten Kweken’
        • Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken’
      • Jaaropleiding Ecologisch Tuinieren en Permacultuur
      • Info Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken voor gevorderden’
        • Online Cursus voor Gevorderden
    • Bronnen en hulpmiddelen
  • Blog
  • Word Lid
  • Contact
    • Wie ben ik?
    • Contact
    • Op zoek naar een lesgever?
    • Openingsuren hoevewinkel
  • Login
    • Account
    • Ledenplatform
    • Login
Je bent hier:Home / Archives for Beestjes

Een Onbekend Probleem Met Een Enorme Impact!

Iedereen weet dat er problemen zijn met insecten: ze sterven massaal af en hun aantallen zijn de laatste decennia sterk afgenomen. Als we bestuivers zoals bijen verliezen, levert dat in de toekomst grote problemen op, maar we moeten álle insectensoorten beschermen.

Honingbijen staan momenteel sterk in de schijnwerpers. Waar veel mensen – inclusief ikzelf – echter niet bij stilstaan, is dat er ook heel veel insecten uitsluitend ‘s nachts actief zijn en een ontzettend belangrijke rol spelen.

In deze podcast wil ik het hebben over de problemen waar deze nachtelijke soorten mee kampen en waarom ook zij sterk aan het uitsterven zijn.

Het onverwachte belang van nachtbestuiving

Laten we beginnen met een onderzoek naar het belang van nachtinsecten, dat enkele jaren geleden is uitgevoerd aan de Universiteit van Wageningen. Men onderzocht daar het belang van het bestuivingstijdstip bij aardbeiplanten in verschillende proefopstellingen: bestuiving enkel overdag, enkel ‘s nachts, in beide periodes, of helemaal niet.

De verrassende conclusie was dat nachtbestuiving minstens even belangrijk is als dagbestuiving. Werd een plant zowel overdag als ‘s nachts bestoven, dan gaf dat veruit de meeste opbrengst. Werd de plant daarentegen enkel ‘s nachts óf enkel overdag bestoven, dan was de opbrengst vergelijkbaar.

Je zou denken dat de natuur gaat slapen zodra het donker wordt en er niet veel meer gebeurt, maar dat klopt dus niet. Ik had er zelf nooit bij stilgestaan dat de vele nachtvlinders, motten en beestjes die ‘s nachts rondfladderen en kruipen uiteraard ook voor bestuiving zorgen.

Het ‘stofzuigereffect’ van verlichting

Een tijdje geleden las ik het boek The Darkness Manifesto van Johan Eklöf, over insecten die ‘s nachts actief zijn. Dat heeft mijn kijk op onze nachtelijke situatie sterk veranderd. Iedereen herkent het fenomeen wel: als je in de zomer ‘s avonds nog buiten op het terras zit en een lamp laat branden, komen daar enorm veel insecten op af. We staan daar niet echt bij stil, maar voor die beestjes is dat een gigantisch probleem. Net als wij hebben insecten een interne klok, en kunstmatige verlichting raakt ze helemaal in de war.

Eklöf noemt dit in zijn boek het ‘stofzuigereffect’. Buitenlampen fungeren als ecologische stofzuigers: een felle lamp, of zelfs een klein lichtje in je tuin, trekt nachtvlinders en insecten van ver buiten je tuin aan.

Hij geeft het extreme voorbeeld van een gigantisch felle lamp in Las Vegas die recht naar boven schijnt. Dit intense licht zuigt over vele kilometers afstand de hele omgeving leeg; insecten komen erop af en raken gevangen in de lichtkegel. Ze raken volledig gedesoriënteerd, fladderen maar wat rond en doen niet meer wat ze eigenlijk moeten doen: eten, bestuiven en zich voortplanten.

Ze sterven van uitputting of worden een makkelijke prooi voor slimme roofdieren, zoals vleermuizen, die weten dat er rond zo’n lichtbron een overvloed aan voedsel rondvliegt. Door simpelweg lampen in je tuin te zetten, zuig je dus je eigen buurt leeg van insecten.

Gevolgen voor bomen en planten

De impact van licht reikt verder dan enkel insecten. Ook bomen, planten en vogels ondervinden hier gigantisch veel last van. Bomen die dicht bij een straatlantaarn of een felle tuinspot staan, worden uit hun cyclus gehaald doordat de dag kunstmatig wordt verlengd.

Vaak zie je mooie bomen in voortuinen die door grondspots worden verlicht. Zo’n boom ‘denkt’ hierdoor dat het nog zomer is, waardoor hij zich vergist in het seizoen. De bladeren vallen veel te laat af en de processen om in winterrust te gaan, worden niet op tijd in gang gezet. Omdat de sappen te laat inzakken en de boom te laat inactief wordt, is hij in de winter veel kwetsbaarder voor vorstschade als het plots hard begint te vriezen.

Zoals Eklöf zegt: wij beschouwen de nacht vaak simpelweg als de afwezigheid van dag, maar dat klopt niet. Nachtvlinders zijn voor bestuiving minstens zo belangrijk als bijen overdag. Bovendien zijn er planten die hun bloemen uitsluitend in het donker openen.

Tuin- en straatverlichting hebben een direct, negatief gevolg voor deze nachtploeg. Als die planten constant in het licht staan, openen de bloemen zich mogelijk niet. Zelfs als ze dat wel doen in de buurt van een felle lamp, worden de insecten aangetrokken door het licht in plaats van door de bloem, waardoor de bestuiving alsnog uitblijft.

Licht is dus niet louter een onschuldige sfeermaker; het heeft echt een enorme impact op alles wat er groeit en leeft.

Een eenvoudig op te lossen probleem

Om het niet alleen maar negatief te bekijken, geeft Eklöf aan dat dit een zeer gemakkelijk op te lossen probleem is. We kampen met veel complexe zaken zoals de klimaatopwarming, PFAS, microplastics en oorlogen. Dat is allemaal ingewikkeld, maar verlichting uitschakelen is simpel: je draait de schakelaar om en het probleem is weg. Het hoeft bovendien niet eens de hele nacht pikdonker te zijn. Het is al enorm nuttig als we vier of vijf uur per nacht zorgen voor uiterste duisternis, zodat de natuur zich kan herstellen.

Een goed voorbeeld zijn kerktorens. Vroeger waren deze onverlicht en vormden ze de ideale huisvesting voor vleermuizen. De laatste decennia plaatst men echter massaal felle spots op die torens, waarschijnlijk omdat men dat mooi of modern vindt. Omdat vleermuizen niet tegen dat licht kunnen en de hele nacht in het licht baden, is hun aanwezigheid daar gigantisch afgenomen.

Het zou al een wezenlijk verschil maken mocht die verlichting rond elf of twaalf uur ‘s nachts gewoon uitgezet worden tot een uur of zes ‘s ochtends. Ook lichtreclames en straatlantaarns zijn ‘s nachts vaak volstrekt onnodig. Overheden zouden dit idealiter verplichten of reguleren, zodat insecten in rust kunnen bestuiven en planten hun natuurlijke cyclus kunnen oppikken.

De duisternis omarmen in je eigen tuin

Je kunt uiteraard ook in je eigen tuin aan de slag. Veel mensen vinden lichtjes in het donker gezellig, zoals solar-spotjes die zich overdag opladen en ‘s nachts een zacht licht afgeven langs het tuinpad. Toch is ook dat een vorm van lichtvervuiling die planten en insecten desoriënteert en uit hun cyclus haalt.

Volgens Eklöf is lichtvervuiling de blinde vlek binnen de natuurbescherming; er is amper aandacht voor, hoewel het evenveel schade berokkent als het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Als je een natuurlijke tuin wilt hebben, trek dat principe dan ‘s nachts door door je tuin zo donker mogelijk te maken. Vermijd padverlichting of garagespots die onnodig lang branden of bij het minste aanspringen.

Heb je ergens in de tuin toch echt licht nodig, bijvoorbeeld bij een schuur of de kippen, installeer dan een lamp met een verklikker die enkel aangaat wanneer je in de buurt bent. Kies indien mogelijk ook voor warm, rood of andersgekleurd licht. Veel moderne, zuinige LED-lampen hebben een koud, blauw of fel wit licht dat net extra schadelijk is voor het nachtleven.

Daarnaast kun je je tuin donkerder maken door ‘s avonds de gordijnen of rolluiken dicht te doen. Het licht dat vanuit de woonkamer via de ramen naar buiten straalt, heeft namelijk evengoed een grote impact. Door je huis af te schermen, maak je van je tuin direct een veel betere habitat voor nachtelijke bestuivers.

Om deze beestjes nog een extra handje te helpen, kun je specifieke bloemen planten die ‘s avonds of in de schemering geuren en opengaan, zoals de teunisbloem, wilde kamperfoelie of damastbloem.

Simpele boodschap

Het hoeft dus niet drastisch te zijn om te helpen. Ik had me vroeger nooit gerealiseerd dat lichtvervuiling zo’n enorme invloed had en dat er ‘s nachts zoveel bedrijvigheid was.

De boodschap is eigenlijk simpel: geef de nacht terug aan de natuur en omarm de duisternis. Evolutionair gezien zijn we misschien geneigd om bang te zijn in het donker, maar een onverlichte nacht is van levensbelang voor onze bestuivers, insecten en bijgevolg het hele ecosysteem.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

De moestuin als rustpunt



Voor veel mensen is een moestuin een plek om groenten te kweken, opbrengst te hebben en, al dan niet gedeeltelijk, zelfvoorzienend te zijn. Ik kan me daarin vinden en dat is uiteraard ook belangrijk. Maar ik vind dat een (moes)tuin in het algemeen toch ook voor veel andere doeleinden kan worden ingezet. Als je mij al een tijdje volgt, dan weet je dat. Zeker in onze huidige tijd is de tuin een ideale plek om tot rust te komen, te ontspannen, te observeren en even alles naar de achtergrond te verdringen om gewoon in het moment te zijn.

Het brein en de amygdala

In deze podcast wil ik er wat wetenschappelijker op ingaan waarom je gemakkelijker tot rust komt als je in je tuin bezig bent. Om te beginnen gaan we eens kijken naar onze hersenen. Diep daarin zit een klein, amandelvormig gebiedje weggestoken: de amygdala. Dat is een soort emotioneel controlecentrum dat instaat voor onze vecht- of vluchtreactie. Je kan het een beetje zien als een rookalarm dat de omgeving continu scant op gevaar. Het is de plek waar al onze sensorische waarnemingen samenkomen. Vervolgens bepaalt de amygdala of je in de stress moet schieten en je lichaam vol moet pompen met cortisol en adrenaline, zodat je kunt vechten of vluchten.

Vroeger was dat zeer nuttig, maar in onze huidige maatschappij is dat wat diffuser geworden. Doordat we constant gebombardeerd worden met allerlei prikkels – denk aan reclameboodschappen, verkeer, drukte en werkstress – staat dat alarm eigenlijk continu aan. Daardoor is de amygdala constant overactief, wat ervoor zorgt dat we snel gestrest raken en moeilijk tot rust kunnen komen.

Een evolutionair perspectief op wildplukken

Afgelopen week heb ik het boek The Wilderness Cure van Mo Wilde gelezen. Daarin gaat zij de uitdaging aan om een jaar lang enkel te leven van wat ze kan wildplukken. Dus niets kopen en niets zelf kweken, maar enkel overleven op wat ze in haar ruime omgeving in het wild kan vinden. Ze onderzoekt wat dat met je lichaam doet, of het mogelijk is in onze huidige maatschappij en wat de effecten ervan zijn. Ze beschrijft haar dagelijkse zoektochten naar eten, hoe ze zich voelt en wat ze allemaal meemaakt.

Ze vertelt onder andere dat je tot rust komt als je aan het zoeken bent naar voedsel in een tuin, in het bos of op het strand. Dat valt evolutionair te verklaren. Onze voorouders, de jager-verzamelaars, moesten constant uitkijken voor gevaarlijke dieren en andere bedreigingen. Maar als je goed wilde observeren of er ergens iets eetbaars te vinden was, moest je je daar volledig op kunnen concentreren. Die focus was voor de amygdala het signaal dat de omgeving veilig was. Er waren op dat moment geen wilde dieren in de buurt, waardoor er tijd en ruimte was om rustig voedsel te verzamelen. Het stelde de amygdala gerust. Als je nu in je tuin bezig bent met wildplukken, onkruid wieden of het observeren van insecten, dan geef je eigenlijk een vergelijkbaar signaal af aan het paniekcentrum in je hersenen. De boodschap is: het is veilig, er is tijd en ik kan me in alle rust met deze zaken bezighouden. Daardoor laat de amygdala je even met rust en ontspan je.

‘Soft fascination’ en observeren

Ik ben daar wat verder op gaan zoeken op het internet. Blijkbaar activeer je je visuele schors en prefrontale cortex – het logische, denkende deel van je hersenen – wanneer je echt bewust iets observeert om patronen te herkennen of dingen te vinden. In de permacultuur stimuleren we dat ook sterk: bewust kijken naar dingen zonder er direct een oordeel over te vellen of je meteen van alles af te vragen. Gewoon kijken naar hoe een insect vliegt, of geconcentreerd zoeken naar een specifiek onkruid voor je salade.

Omdat je hersenen maar moeilijk met meerdere bewuste taken tegelijk bezig kunnen zijn, remt dit de amygdala af. Een bekend voorbeeld hiervan is autorijden. Als je vaak dezelfde route naar je werk aflegt, kan het gebeuren dat je plots op je bestemming bent zonder dat je beseft dat je een half uur gereden hebt. Je hersenen proberen die routine te stroomlijnen en sluiten bepaalde prikkels buiten, omdat het anders veel te vermoeiend wordt. Iets gelijkaardigs gebeurt er als je geconcentreerd in je tuin bezig bent. In de wetenschap noemt men dit ‘soft fascination’ of zachte fascinatie. Doordat je aandacht wordt opgeslorpt door een gerichte, rustige activiteit of observatie, wordt het paniekcentrum in je hersenen gekalmeerd of zelfs even ‘uitgezet’. Zo ontspan je dus in de tuin.

Verwondering en symbiose

Naast het tot rust komen, vind ik observeren om nog een andere reden enorm belangrijk. Als je goed kijkt naar wat er gebeurt in je tuin – hoe het met de bodem gesteld is, waarom de ene plant goed groeit en de andere niet, of welke insecten en vogels er rondvliegen – dan verzamel je informatie die kan bijdragen aan het ontwerp van je tuin. Maar het doet voor mij nog meer: het wekt mijn nieuwsgierigheid.

Dat las ik ook in dat boek, waarna ik verder ging zoeken. Waarom vliegt een bepaalde vlinder nu al rond? Of waarom hangen die vervelende insecten in het voorjaar altijd in wolkjes boven het pad en vliegen ze in je gezicht? Als je je afvraagt waarom dat gebeurt, kom je bijvoorbeeld uit bij de levenscyclus van meivliegen. Ik vind dat een fantastisch onderdeel van tuinieren. Het wakkert je nieuwsgierigheid aan en brengt die kinderlijke verwondering terug – of geeft je de kans om die bot te vieren. Ik raak altijd weer gefascineerd door de complexiteit van de natuur. Als je je erin verdiept, ontdek je soms zeer verrassende samenwerkingen.

Omdat ik de laatste tijd veel aan het schilderen en klussen was voor de naderende opening van mijn winkel, heb ik veel naar luisterboeken geluisterd. Zo luisterde ik naar een boek over kolibries. Daarin kwam terloops ter sprake dat er mijten op kolibries kunnen zitten. We kennen allemaal wel schadelijke bloedmijten bij kippen, en ook kolibries kunnen last hebben van schadelijke mijten in hun veren. Maar blijkbaar is er ook een samenwerking met een ander soort mijt. De schrijfster van het boek kweekte jonge, gevonden kolibries op. Toen zij een mijt op de snavel van een jong zag lopen, raakte ze niet in paniek, in tegenstelling tot een onervaren collega die dacht dat de vogel in gevaar was. Ze hield simpelweg een bloem bij het snaveltje, de mijt sprong over op de bloem en was verdwenen.

Er is namelijk een soort mijt die in bloemen leeft van nectar en stuifmeel. Als daar te weinig voedsel is, of als ze met te veel zijn, wachten ze tot er een kolibrie langskomt. Ze springen dan op de snavel en ‘liften’ zo mee naar een volgende bloem waar de omstandigheden beter zijn. Deze soorten zijn samen geëvolueerd. De mijten gebruiken de vogel als transportmiddel en zouden zonder de kolibrie misschien niet kunnen bestaan.

Dat vind ik een heel speciaal en fascinerend voorbeeld van symbiose. We kennen uiteraard de samenwerking tussen schimmels en bomen, maar dit is zó specifiek uitgewerkt dat je het haast niet zou kunnen verzinnen. Ik vind het heerlijk en fascinerend om daarover te lezen.

De reis is mooier dan de bestemming

Nu hoeft het natuurlijk niet altijd zo exotisch en speciaal te zijn. Ook in je eigen achtertuin gebeurt er van alles, maar je ontdekt het pas als je echt observeert. Als je de tijd neemt om naar de dingen te kijken, erover na te denken, dingen op te zoeken, met anderen te praten en te experimenteren. Dat is voor mij een belangrijk deel van tuinieren. Persoonlijk vind ik dat proces zelfs belangrijker dan de uiteindelijke opbrengst.

Daarom is het pure oogsten voor mij ook niet het allerbelangrijkste en steek ik daar minder energie in. Ik ben gewoon graag in de tuin aan het werk.

Zoals het gezegde luidt: de reis is mooier dan de bestemming. Voor mij geldt dat absoluut als het over tuinieren gaat.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

 

 

 

 

Link Tussen Gezondheid en Hoe Je Eten Is Gekweekt.

Je hebt het misschien de laatste maanden of jaren al opgevangen, want ik ben daar al een tijdje mee bezig: Yggdrasil wordt binnenkort omgevormd tot een coöperatie. Om daar informatie over in te winnen en om bijvoorbeeld de klanten van de winkel te informeren, was er afgelopen zondag een informatiemoment bij Yggdrasil. [Read more…]

Overleven in de vrieskou: Wat gebeurt er onder de grond?

In de winter gaat alles in de tuin in rust; zeker bovengronds valt het leven stil. Maar wat gebeurt er eigenlijk met al dat bodemleven tijdens een zware winterweek, als het sneeuwt en ‘s nachts hard vriest? Overleeft dat allemaal, of verdwijnt het en moet de populatie in het voorjaar weer van nul opbouwen?

Terwijl wij tijdens de koude dagen gezellig binnen in de zetel kruipen en ons bezighouden met zaden- en tuinplanning, blijven onze hulptroepen achter in de tuin. Denk aan al die nuttige insecten, bacteriën, schimmels en regenwormen die deel uitmaken van het bodemvoedselweb. Hoe overleven zij de kou en kunnen wij hen daarbij helpen?

De regenworm: De diepte in of in de knoop

Laten we beginnen met de bekendste medewerker van jouw bodem: de regenworm. Iedereen weet hoe nuttig ze zijn, en in een gezonde bodem kom je er behoorlijk wat tegen.

De meeste regenwormen voelen de kou aankomen. Ze wachten niet tot het hard vriest, maar trekken bij dalende temperaturen al dieper de grond in, tot wel 40 à 60 centimeter diepte. Dit is meestal net onder de vorstgrens in onze streken. Op die diepte is de temperatuur zo’n 3 tot 4 graden, wat voor hen geen enkel probleem is. Het grote gevaar voor wormen is namelijk dat het water in hun lichaam bevriest. Hierdoor ontstaan scherpe ijskristallen die hun cellen kunnen lekprikken, en dat overleven ze niet.

Soms worden wormen echter verrast door plotse kou, of zijn ze nog te klein om diep genoeg te graven. In dat geval gaan ze in diapauze. De worm rolt zich op tot een strakke bal (een soort knoop) in een klein kamertje in de aarde en omhult zichzelf met eigen slijm. Dit slijm voorkomt uitdroging, terwijl de worm zijn metabolisme zo laag mogelijk zet om energie te sparen. Zo wachten ze tot de vorst voorbij is. Interessant genoeg doen ze dit ook in de zomer als het te heet en droog wordt; dat noemen we dan een zomerslaap.

Kleine beestjes en hun interne antivries

Hoe zit het dan met andere bodemdieren die niet diep kunnen wegkruipen, zoals mijten, pissebedden en springstaarten?. Zij lossen dit op met chemie.

Zodra de dagen korter worden – dus nog voordat het echt koud is – krijgen zij een seintje van hun lichaam om hun bloedsamenstelling te veranderen. Ze maken grote hoeveelheden suikers en alcoholen aan, specifiek glycerol. Dit ken je misschien wel als het bestanddeel in de ruitenwisservloeistof van je auto. Het werkt precies hetzelfde: het verlaagt het vriespunt van hun lichaamsvloeistoffen. Waar normaal water bij 0 graden bevriest, kunnen deze diertjes dankzij de glycerol temperaturen van -5 tot wel -20 graden overleven. Ze zijn dan wel non-actief, maar ze vriezen niet kapot.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. De sneeuwvlo, een soort springstaartje, heeft juist kou en sneeuw nodig. Op zonnige winterdagen komen ze naar boven om op de sneeuw rond te springen en een partner te zoeken. Zie je op een winterdag zwarte puntjes op de sneeuw? Grote kans dat dit sneeuwvlooien zijn.

Bacteriën en schimmels

Dan zijn er nog de allerkleinsten: bacteriën en schimmels. Zij kunnen niet wegkruipen en hebben geen bloed om aan te passen. Toch zijn ze enorm sterk. Bacteriën zetten ofwel voortplantingsmechanismes in gang waarbij ze zelf afsterven maar nageslacht achterlaten, of ze omgeven zichzelf met een dikke wand ter bescherming. Ze gaan in een soort ruststand waarbij alle activiteit stopt. Het voordeel hiervan is dat ze razendsnel weer actief kunnen worden zodra de temperatuur stijgt.

Het gevaar van de ‘naakte’ bodem

Hoewel de natuur dus slimme overlevingsmechanismen heeft, schuilt er een gevaar in de klassieke manier van tuinieren. Veel mensen spitten hun tuin voor de winter om alles “netjes” te maken, zodat de vorst de structuur van de kluiten kan breken. Dit advies is echter achterhaald, onder andere omdat het bodemleven hierdoor veel gevoeliger wordt voor temperatuurschommelingen.

Stel dat het na een week hard vriezen plots 10 of 11 graden wordt met een zonnetje, zoals we soms in de winter zien. Een open, zwarte bodem warmt dan heel snel op. Een deel van het bodemleven denkt hierdoor onterecht dat de winter voorbij is. Sommige pissebedden of springstaarten beginnen hun interne antivries (de glycerol) af te breken.

Als het daarna in februari weer hard gaat vriezen, hebben ze een groot probleem. Ze zijn hun bescherming kwijt en het kost tijd om die opnieuw aan te maken. Bij sterke en snelle schommelingen overleven ze dit vaak niet.

De oplossing: Mulchen en rommelhoekjes

In een natuurlijke moestuin lossen we dit op door de bodem af te dekken met een mulchlaag. Dit werkt als een isolatiedeken. Het zorgt ervoor dat de bodem veel trager afkoelt, maar ook veel trager opwarmt bij tijdelijke zonnige periodes. De pieken en dalen van de temperatuur worden afgevlakt. Als er ook nog sneeuw op ligt, werkt dat als een dubbele isolatielaag en bevriest de bodem eronder vaak nauwelijks. Hierdoor wordt het bodemleven niet ‘gefopt’ om te vroeg wakker te worden.

Daarnaast adviseren we in de permacultuur altijd een “zone 5”: een hoekje waar je niets doet. Laat ergens een takkenhoop of steenhoop liggen. Dit zijn essentiële overwinteringsplekken. Onder zo’n takkenhoop blijft het bodemleven vaak een beetje actief, waardoor er warmte vrijkomt en de grond zelden bevriest.

Ruim ook niet te veel op in het najaar. Laat uitgebloeide bloemstengels, maïsstengels, kolen en afgevallen blad staan of liggen. Ze breken de wind, isoleren de bodem en bieden onderdak aan je werknemers, zodat zij in het voorjaar weer klaarstaan om je tuin te helpen.

Conclusie: Mulch en laat ‘rommel’ staan

Het bodemleven heeft door miljoenen jaren evolutie manieren gevonden om de winter te overleven, zolang wij die beschermende factor niet weghalen door te spitten of de bodem kaal te maken. Als jij zorgt voor een mulchlaag, start je in het voorjaar met een grote voorsprong omdat je bodemvoedselweb nog actief en intact is.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Het Principe van Actie en Reactie in de Natuurlijke Tuin

 

Het Principe van Actie en Reactie in de Natuurlijke Tuin

In deze blog wil ik dieper ingaan op het principe van actie en reactie in de tuin. In een tuin merk je vaak dat elke aanpassing of handeling een reactie oproept. Soms kun je inschatten wat er zal gebeuren, maar vaak zijn er ook gevolgen waar je niet op had gerekend en waar je geen invloed op hebt.

[Read more…]

Zijn EM ook nuttig in een natuurlijke moestuin?

Zijn EM ook nuttig in een natuurlijke moestuin?

 

In deze blog wil ik het hebben over effectieve micro-organismen, ook wel EM genoemd. Ik krijg regelmatig de vraag of het nu echt zin heeft om deze in je tuin te gebruiken. Zijn ze nuttig, brengen ze iets positiefs bij, of kunnen ze zelfs schade aanrichten aan de bodem? In deze tekst wil ik daarom ingaan op wat EM precies zijn, waar ze vandaan komen, en of ze echt iets toevoegen aan je tuin.

[Read more…]

Een Extra Reden Om Je Eigen Groenten Te Kweken

Een Extra Reden Om Je Eigen Groenten Te Kweken

[Read more…]

Hoe Krijg Je Woelmuizen Weg Uit Je Tuin?

Hoe Krijg Je Woelmuizen Weg Uit Je Tuin?

In een tuin kan je verschillende soorten problemen hebben, je kan vragen hebben bij bijvoorbeeld mulchen of hoe je moet combineren, maar ook een ander onderwerp roept zeer veel vragen op en ik denk dan bijvoorbeeld aan woelmuizen. Wat kan je doen bij woelmuizen? Hoe kan je die kwijt geraken? Want het is zeker niet plezant als je geplaagd bent door die beestjes, als je al jouw oogst ziet verdwijnen, in de grond getrokken of afgeknaagd en je nauwelijks iets hebt op het einde van het seizoen.

Dus wat te doen bij woelmuizen is het onderwerp van deze podcast.

[Read more…]

Waarom Is Er Zoveel Verschil Tussen Dieren?

Waarom Is Er Zoveel Verschil Tussen Dieren?

Je herinnert het je vast nog wel: het beeld van de koala in Australië die uitgedroogd aan de bidon van een fietser ging drinken. De video ging de wereld rond, geld werd vlot opgehaald om koala’s, kangoeroes en andere dieren te redden. Medeleven over het lot van deze dieren werd overal gedeeld, en terecht. Maar ondertussen bleven dezelfde mensen het vlees eten van duizenden dieren die in erbarmelijke omstandigheden opgegroeid en geslacht zijn. Vreemd toch?

Honden vs varkens

Honden zijn ook zo’n fenomeen. Ze worden vaak gezien als deel van de familie, krijgen het beste voedsel en goede zorgen. Het idee om zo’n dier na een jaar te slachten en op te eten stuit op weerzin en wordt afgedaan als belachelijk in onze streken.

Maar het eten van varkens, een dier dat minstens even intelligent is als een hond, is wel evident en normaal. Dat dezelfde mensen zo’n varken, dat uiterst hygiënisch is, sociaal en zelfbewust is en abstract kan denken, wel geschikt vinden om een miserabel leven te hebben voor het geslacht wordt, is op zijn minst dubbelzinnig te noemen.

Dieren zijn vaak slimmer dan mensen

En deze dubbele moraal vind je overal terug. Het is een wereldbeeld dat uit de middeleeuwen stamt, maar eigenlijk al vele jaren weerlegd is. Uit onderzoek weet men dat er veel dieren een hoge mate van intelligentie hebben. Denk aan kraaien die het verstandelijke niveau hebben van kinderen van 7 – 8 jaar en gereedschappen gebruiken. Er zijn trouwens vele dieren die complexe zaken kunnen die de intelligentie van mensen doen verbleken: eekhoorns hebben vaak 100-den verstopplaatsen met noten en vruchten. Ze sorteren hun voorraden naar gelang houdbaarheid. Ze slagen er daarna in om maanden later in een totaal veranderd landschap hun voorraden terug te vinden. Sterker nog, ze weten wat ze waar verstopt hebben en eten eerst de minst houdbare voorraden op. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden op te noemen waaruit blijkt dat dieren niet die domme gevoelloze wezens zijn, op aarde gezet voor ons. Dieren steken ons vaak voorbij op vlak van intelligentie, het is maar hoe je ernaar kijkt.

Laat de tuin een startpunt zijn

Ook in een tuin is het tijd dat wij ons wereldbeeld bijsturen. Rupsen zijn niet nutteloos, wespen hebben hun functie en slakken zijn er niet om door ons in twee geknipt te worden. Respect en begrip voor alle leven zou de basis moeten zijn van een tuinier. De eerste gedachte bij het waarnemen van insecten moet niet zijn: hoe krijg ik die dood? Juist in tegendeel! Het moet zijn: hoe krijg ik er meer in mijn tuin?

Probeer het gewoon!

Moeilijk? Waarschijnlijk wel, zeker in het begin. Maar toch is het de moeite om anders naar het vele leven in je tuin te kijken. Geleidelijk verandert je visie, en daarmee ook je manier van werken en tuinieren. Bestrijden, vallen zetten en andere oorlogstaal verdwijnt uit je woordenschat en wordt vervangen door aantrekken, helpen en genieten. Veel beter toch?

Vraatschade Aan Je Planten Is Het Ideale Scenario

Vraatschade Aan Je Planten Is Het Ideale Scenario

Wanneer je in een groente- en fruitwinkel rondkijkt zie je enkel perfecte groenten. Rechte komkommers, grote tomaten, mooie kroppen sla, blinkende appels en glanzende perziken. Wat je nooit ziet in een winkel is een komkommer waar wat plekjes opzitten van slakkenvraat. Of een bloemkool waar zichtbare vraat is van rupsen. Of een rode biet of raap met vraatschade van muizen.

Uiteraard zal je denken, logisch toch! Zulke groenten zijn beschadigd en horen niet in een winkel. Misschien kunnen ze nog verwerkt worden in soep of andere bereidingen, maar toch niet om te verkopen in een winkel. [Read more…]

  • 1
  • 2
  • 3
  • …
  • 5
  • Next Page »

© 2026 Yggdrasil BV · BE 0879.821.474
Algemene voorwaarden - Retourbeleid - Privacybeleid

Privacy Beleid

×