In de winter is er meestal weinig werk in de tuin. Misschien kun je wat onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, maar gezien de vele regenval van de afgelopen weken en maanden is het waarschijnlijk beter om niet te veel op de bodem te lopen. Dat is namelijk niet goed voor de structuur. Wat je in deze periode wel kunt doen, is een teeltplan maken en daarna je zaden bestellen.
In Welke Soort Moestuin Wil Jij Je Groenten Kweken?
Starten met een Moestuin
Als je met een moestuin start of al een tijdje aan het tuinieren bent, dan heb je misschien een grondplan zoals een klassieke moestuin. Dat is een grote open vlakte waar de zon volop toegang heeft. Daar ga je dan je groente kweken.
Als je natuurlijk tuiniert, heb je misschien al van randen gehoord of van andere zaken die je kan integreren in je tuin. Dan heb je misschien een andere visie, misschien een visie die gelijk loopt met ons. Wij hebben geprobeerd om zoveel mogelijk andere zaken in onze moestuin te integreren. We hebben dus ook kruiden, fruit, fruitstruiken en fruitbomen in die tuin staan. Maar in welke mate je dat integreert en waarom je dat integreert, dat zou ik graag in deze tekst uitleggen. Eerst starten we met een belangrijk thema in permacultuur: successie.
Wat is Successie?
Als je naar de natuur kijkt en wat er gebeurt in de natuur, zal je merken, dat heb ik al verteld, dat blote aarde direct begroeid wordt. Je krijgt een evolutie waarbij de natuur een ecosysteem ontwikkelt. Plantengemeenschappen ontwikkelen zich tot een stabiele climaxvegetatie, een vegetatie waar zo goed als niets meer aan verandert en die een eindpunt heeft bereikt. In onze streken is dat meestal een bos, zoals een eikenbos of een beukenbos.
In andere streken is dat misschien, afhankelijk van de omstandigheden, savanne, graslanden of een andere vorm van climaxvegetatie. Omdat wij in een streek met bossen leven, bestaat het idee dat je een tuin kunt ontwikkelen waar je weinig werk aan hebt. Sommigen streven een situatie na die lijkt op een bostuin. Daar hebben wij niet voor gekozen, maar onze aanpak sluit daar wel gedeeltelijk op aan.
Wat Gebeurt er in Successie?
We gaan gewoon eens kijken wat er bij successie gebeurt. In successie heb je een pionierssituatie. Dat is een beginsituatie als er iets gebeurd is in de natuur, een aardverschuiving, overstromingen, een vulkaanuitbarsting.
Dan kan je hebben dat op bepaalde plekken in de natuur niks meer van vegetatie is. Een brand bijvoorbeeld kan ook. Dat alles weg is, dat je gewoon blote aarde hebt.
Dan merk je dat de natuur zijn best doet om dat zo snel mogelijk te bedekken. Dat gaat het doen met pioniersvegetatie, met pioniersplanten. Dat zijn planten die heel snel groeien.
Heel vaak zijn dat ook eenjarigen die heel veel zaad maken en op die manier hun uiterste best doen om die bodem zo snel mogelijk te bedekken. Als je met die pioniersvegetatie niks doet, dan verliest die een beetje zijn functie. Onder die pioniersvegetatie komen eerst wat meer tweejarige en dan meerjarige planten, zodat die bodem constant bedekt is.
En die pioniersplanten hebben een andere functie. Die gaan niet groeien in plaatsen die al bedekt zijn. Die kunnen die concurrentie niet aan. Die hebben open vlakte nodig. Dus er gaan steeds meer meerjarige planten komen en stilaan komen er struiken en kleine boompjes. Die kleine boompjes worden dan overgroeid door iets grotere bomen, wel korter levende bomen.
Ik denk bijvoorbeeld aan berken, die niet al te oud worden. Die bieden dan de schaduw, de plaatsen, de omstandigheden voor die climaxvegetatie, in onze streken die eikenbomen, die beukenbomen, die heel groot worden, heel oud kunnen worden en een stabiel systeem ontwikkelen. Dat is een beetje in het kort wat er allemaal gebeurt bij zo’n succes.
Pioniersfase en de Moestuin
En als je gaat kijken, een moestuin is eigenlijk iets wat zich in die pioniersfase ophoudt. Je gaat de bodem kaal maken, toch zeker in een klassieke moestuin. Maar ook in een natuurlijke moestuin ga je die afdekken, ga je zorgen dat er weinig planten staan, dat er geen onkruiden staan.
Onkruiden zijn eigenlijk die pioniersplanten, die eenjarigen, die proberen om die bodem te bedekken. En je gaat dat vervangen door mulchmateriaal, maar je houdt je bodem of je tuin wel in die pioniersvegetatie. Waar je uiteraard heel goed eenjarigen kan kweken in een bos, is dat niet echt de bedoeling, gaat dat niet echt, omdat er geen omstandigheden zijn voor die eenjarigen.
Dus in een bos groenten kweken, onze klassieke groenten, dat is eigenlijk helemaal niet evident. En dan heb je ook nog het verhaal dat vaak verteld wordt over schimmeldominantie, over bacteriedominantie. En een pioniersvegetatie wordt bekeken, die bodem, als een bacteriedominante bodem.
En men zegt dan ook dat jouw pioniersplanten, jouw groenteplanten, die bacteriedominante bodem nodig hebben en dat die niet in een schimmeldominante bodem kunnen groeien. Schimmeldominante bodems heb je dan in ontwikkelde bossen. Daar heb je heel andere omstandigheden dan in een open vlakte.
Daar heb je veel meer houtig materiaal, takken die op de grond gaan, blaren die op de grond vallen. Dus daar krijg je een heel andere samenstelling en daar spreek je over een schimmeldominante bodem. Als je over schimmel- en bacteriedominant praat, dan moet je dat wel een beetje… Ja, dat is niet zwart-wit, je moet dat een beetje grijs bekijken.
Schimmeldominante bodems in bossen, dat betekent dat er echt wel een grote hoeveelheid schimmels aanwezig is en een kleinere hoeveelheid bacteriën. En dan spreek je over iets van 80 procent schimmels, 20 procent bacteriën. Als je naar een bacteriedominante bodem gaat in die pioniersfase, dan is dat niet gewoon omgedraaid, maar dan spreek je eerder over een evenwicht van bacteriën en schimmels.
Meestal ligt dat wat 50-50, soms misschien 60-40, in het voordeel van bacteriën. Maar het is zeker niet zo dat die bodem echt verzadigd is met bacteriën en dat er nauwelijks schimmels in voorkomen. Schimmels zijn nog altijd gigantisch belangrijk, ook in een pioniersbodem, ook in een pioniersvegetatie, dus ook bij het kweken van je eenjarige groenten.
Als dat verteld wordt, krijg ik altijd een beetje kriebels. Heel vaak wordt er gezegd dat een bodem bacteriedominant moet zijn om groenten te kweken. Dan lijkt dat alsof je geen schimmels moet hebben in je tuin.
Dan krijgen mensen schrik om te mulchen met houtsnippers en bladmateriaal, want dat trekt natuurlijk schimmels aan. Maar dat klopt dus helemaal niet. Bacteriedominante bodems zijn bodems waar nog altijd rond de 50 procent schimmels aanwezig zijn, dus waar die nog altijd een gigantische rol spelen.
Die moeten dus ook gevoed worden met houtig materiaal, met schimmels. Dat is een eerste belangrijke opmerking. Ook in een gewone moestuin heb je nog altijd die schimmels nodig en kan je nog altijd van alles doen om die schimmels te stimuleren.
Verschillen tussen Pioniersbodems en Climaxbodems
Wat is nog het verschil tussen een pioniersbodem en een climaxbodem, of de bodem in een climaxvegetatie? Dat is dan de pH. In principe zegt men dat een open bodem, een moestuinbodem, een pioniersbodem, een basische pH heeft, dus een hoge pH. In een bos heb je meestal veel zuurdere grond en ga je daar een veel lagere pH hebben, die dan ook geschikt is voor andere soorten, maar minder geschikt is om eenjarige gewassen in te kweken.
De omstandigheden zijn totaal anders. Een pioniersoppervlakte, een pioniersbodem, een pioniersplek is een plaats waar heel veel licht is. Alles groeit daar heel snel. Denk aan de pioniersonkruiden, die de bodem zo snel mogelijk proberen dicht te groeien. Dat is ook wat jij doet voor jouw groenten: zorgen dat ze veel licht krijgen en snel groeien.
In een bos is dat helemaal anders. Dat weet je als je in een oud bos kijkt, bijvoorbeeld een beuken- of eikenbos. Daar is het donker, en daar groeit ook niet veel onder die bomen, omdat de omstandigheden daar simpelweg niet geschikt voor zijn. Het is daar te donker om groenten te laten groeien die veel licht nodig hebben.
Als er iets groeit, dan is dat meestal in het vroege voorjaar. Planten groeien dan snel voordat de bomen bladeren krijgen. Zodra de bomen in blad staan, trekken deze planten zich terug in de grond en krijg je heel andere omstandigheden. Daarom is het bijna onmogelijk om groenten te kweken in een bos.
Het Belang van Overgangszones en Randen in Permacultuur
Maar dan heb ik het nog niet gehad over die tussenzone, over die overgangsfase. Ik heb het in een vorige podcast al verteld: randen zijn enorm belangrijk in permacultuur en in de natuur.
Die rand is een overgangszone tussen pioniersvegetatie en climaxvegetatie. Randen zijn plekken waar twee ecosystemen samenkomen: waar het systeem van pioniersvegetatie en -bodem samenkomt met dat van climaxvegetatie en -bodem. En wat ga je daar dan hebben? Je gaat daar een mengeling hebben van alles. Op sommige plekken zullen bomen staan, zowel kleine als grote. Er zullen struiken aanwezig zijn, maar ook meerjarige en zelfs eenjarige planten.
Deze mengeling zorgt ervoor dat de bodem in zo’n rand niet volledig bacteriedominant wordt, zoals in een pioniersgebied. Maar hij wordt ook niet volledig schimmeldominant, zoals in een bos. Het blijft een mengvorm. Daardoor heb je nog steeds prima omstandigheden om groenten te kweken. Ook de pH blijft gunstig: een licht basische bodem, die minder basisch zal zijn dan een pioniersbodem, maar ook niet zo zuur als een bosbodem.
Je hebt ook voldoende licht, omdat het een overgangszone is. Tegelijk heb je schaduw voor planten die liever wat minder licht hebben. Bovendien haal je extra voordelen uit die rand. Je krijgt meer biodiversiteit doordat de omstandigheden in zo’n overgangszone ideaal zijn voor allerlei dieren, bacteriën en schimmels. Die diversiteit is veel groter dan in een pioniersbodem of in een climaxvegetatie. In een pioniersbodem heb je bijvoorbeeld weinig soorten planten. Het aantal diersoorten blijft ook beperkt, omdat er weinig structuur en voedsel aanwezig is.
In een bos is de diversiteit ook niet heel groot. Zoals ik eerder zei: op de bosbodem groeit weinig, en de diversiteit aan boomsoorten is redelijk beperkt. Maar in een overgangszone, een randzone, vind je juist veel meer soorten. Denk bijvoorbeeld aan fruitbomen en fruitstruiken, die meestal in zo’n overgangsgebied goed groeien. Deze randen bieden de ideale combinatie van planten en omstandigheden om een gezonde, rijke bodem te ontwikkelen. Dat is iets wat je niet terugvindt in een klassieke moestuin.
Onze Aanpak: De Bosrandmoestuin
Wij hebben ervoor gekozen om eenjarige gewassen te kweken, maar ook meerjarige. Daarmee schuiven we al iets verder op in de pioniersfase en komen we dichter bij de randzone. In onze moestuin hebben we fruitstruiken zoals rode bessen, frambozen en kruisbessen geïntegreerd. Ze staan langs de randen van de paden en aan de kopse kanten van de bedden. Ze staan niet in de bedden zelf, maar maken wel deel uit van de moestuin.
Daarnaast hebben we zelfs kleinere fruitbomen in onze moestuin staan. Deze staan wel tussen de bedden, echt ín de moestuin. Verder gebruiken we veel organisch mulchmateriaal, zoals houtsnippers. Door deze aanpak simuleren we de omstandigheden van een bosbodem, wat gunstig is voor de bodemstructuur en biodiversiteit.
Door onze tuin op deze manier te ontwerpen, creëren we een overgangszone die de voordelen van zowel pioniers- als climaxvegetatie combineert. Het resultaat is een tuin met veel meer biodiversiteit en betere bodemomstandigheden dan een klassieke moestuin. Bovendien is het veel minder arbeidsintensief dan een moestuin die je constant moet spitten en onkruidvrij houden.
Waarom Randzones Ideaal Zijn voor een Moestuin
De klassieke moestuin met een grote, open vlakte en alleen eenjarige gewassen is vaak niet ideaal. Het is arbeidsintensief en biedt weinig biodiversiteit. Hierdoor zijn planten vatbaar voor ziekten en plagen. Een bos is ook geen goede oplossing, omdat de omstandigheden daar niet geschikt zijn voor groenten: te weinig licht, te weinig diversiteit en een bodem die niet bacteriedominant is.
Een overgangszone biedt juist het beste van beide werelden. Je hebt er voldoende licht voor gewassen die dat nodig hebben, maar ook schaduw voor planten die minder licht verlangen. Je kunt er groenten, fruit en kruiden kweken, en meerjarige gewassen telen. De bodem heeft de juiste balans tussen bacteriën en schimmels, en de verhouding van voedingsstoffen is optimaal. Bovendien trek je meer dieren en insecten aan, wat bijdraagt aan een gezond ecosysteem.
Conclusie
In onze ogen is een overgangszone de perfecte plek om groenten te kweken. Het combineert de voordelen van pioniers- en climaxvegetatie, met de juiste hoeveelheid licht, een gezonde bodem en een grote biodiversiteit. Door deze aanpak krijg je een natuurlijke moestuin die niet alleen duurzaam is, maar ook productief en makkelijk te onderhouden. Dat is de reden waarom wij voor een bosrandtuin kiezen: een tuin die een natuurlijke balans vormt tussen pioniers- en climaxvegetatie.
Randen in de Tuin: Een Belangrijk Onderwerp in Permacultuur
Ik wil het vandaag hebben over een onderwerp dat in gewone, klassieke moestuinen, maar ook in kringloopmoestuinen of ecologische moestuinen, nauwelijks besproken wordt. De kans is zelfs groot dat je er, als je klassiek tuiniert, nog nooit van gehoord hebt. Ik heb het over randen.
Als je in gewone moestuinboeken kijkt, vind je nauwelijks iets over randen. Als er al iets over randen wordt verteld, gaat het vaak om afsluitingen, zoals hagen of draden, maar dat is juist waar het hier niet om gaat. In plaats van afscheidingen willen we in een tuin een rand creëren: een overgangszone. Randen zijn erg belangrijk in een natuurlijke moestuin, of kunnen dat toch zijn. Als je hier aandacht aan besteedt en het goed plant, kun je er veel winst mee behalen.
Wat Zijn Randen?
Het idee van randen komt uit een ontwerpprincipe uit de permacultuur, waar gesteld wordt: “Gebruik randen en waardeer het marginale.” Deze vertaling is niet helemaal gelukkig, omdat het woord “marginaal” vaak negatief wordt opgevat. Hier bedoelt men echter dat je de rand moet waarderen, dat je de waarde van wat er in de marge gebeurt moet erkennen.
Een rand kun je zien als een overgangsgebied, een zone tussen twee verschillende ecosystemen of systemen. Denk bijvoorbeeld aan de overgang tussen een bos en een open veld. Dit is een unieke plek waar de kenmerken van beide systemen samenkomen en nieuwe mogelijkheden ontstaan.
Randen in de Maatschappij
Een goed voorbeeld van randen in de maatschappij is het verhaal dat mijn moeder altijd vertelde tijdens haar lessen over permacultuur. Zij sprak over haar jeugd, toen het heel gewoon was om op de stoep te zitten. Als je naar de bakker of de slager ging, kwam je langs huizen waar mensen buiten stonden of zaten. Er was veel ruimte voor gesprekken, en je kwam mensen meerdere keren tegen tijdens je boodschappenrondje.
Die stoep was een overgangszone tussen huis en straat, een plek vol interactie en uitwisseling. Vandaag de dag zitten mensen binnen met rolluiken naar beneden, deuren dicht, en kijken ze naar een scherm. Als je naar de winkel gaat, stap je in de auto en rijd je naar een groot winkelcentrum. Die rand, die overgangszone vol sociaal contact, is verdwenen. Dat heeft niet alleen nadelen voor de sociale cohesie, maar zorgt er ook voor dat mensen zich vaak minder veilig voelen.
Randen en Innovatie
Randen spelen ook in andere contexten een grote rol. Veel zaken die vandaag de dag mainstream zijn, begonnen ooit aan de rand van de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de fiets: in de 19e eeuw werd deze gezien als een speeltje voor rijke mensen, vooral in de tijd van de modellen met een groot en een klein wiel. Enkele decennia later werd de fiets echter het belangrijkste vervoermiddel voor de massa. Het bracht mobiliteit, gelijkheid en zelfstandigheid, ook voor arbeiders en vrouwen, die hierdoor makkelijker en sneller konden reizen.
Veganisme is een ander voorbeeld. Wat ooit een keuze was van hippies en mensen die zich verzetten tegen de consumptiemaatschappij, is tegenwoordig veel gangbaarder. Hoewel het misschien nog niet volledig mainstream is, kun je in vrijwel elke supermarkt of winkel vegan opties vinden. Iedereen heeft er inmiddels wel van gehoord en velen hebben er zelfs al eens van geproefd.
Het internet is een voorbeeld uit de technologie. Wat begon als een niche-toepassing voor universiteiten en het leger, is nu een fundamenteel onderdeel van het dagelijks leven geworden. Voor velen is leven zonder internet niet meer voorstelbaar.
Zelfs herbruikbare boodschappentassen waren ooit een uitzondering. Mensen die ze gebruikten, werden vaak als milieufreaks beschouwd. Tegenwoordig zijn deze tassen de standaard, en het gebruik van wegwerpplastic wordt zelfs scheef bekeken. Ook yoga en meditatie volgen deze trend: wat vroeger als alternatief of zweverig werd gezien, is nu een algemeen geaccepteerd middel om stress te verminderen en welzijn te bevorderen.
Deze voorbeelden laten zien dat randen, hoe marginaal ze ook lijken, vaak de bron zijn van innovatie en maatschappelijke vooruitgang. Wat aan de rand begint, kan uiteindelijk tot de kern gaan behoren.
Randen in de Natuur
In de natuur zie je dat randen overal voorkomen en vaak een grote diversiteit aantrekken. Denk bijvoorbeeld aan een bosrand, waar de overgang tussen bos en open veld zorgt voor een uniek leefgebied. Of aan de schemerzone tussen dag en nacht, waarin een combinatie van beide situaties ontstaat. Ook een rivierdelta, waar zoet en zout water samenkomen, vormt een overgangsgebied dat rijk is aan leven. In al deze voorbeelden zie je dat de natuur randen gebruikt om de voordelen van beide systemen te combineren en tegelijkertijd nieuwe, unieke kenmerken te ontwikkelen.
Ook ons lichaam is een voorbeeld van hoe de natuur randen benut. Onze longen hebben longblaasjes die het oppervlak voor gasuitwisseling enorm vergroten. In de darmen zorgen darmvlokken voor een veel grotere opnamecapaciteit van voedingsstoffen. Overal waar een belangrijk proces plaatsvindt, creëert de natuur randen om deze uitwisselingen zo efficiënt mogelijk te maken.
Randen in de Tuin
In een tuin kun je randen op verschillende manieren creëren. Een kronkelend pad zorgt bijvoorbeeld voor microklimaten doordat sommige planten meer zon krijgen en andere meer schaduw. Bloeiende struiken in de rand trekken bestuivers en natuurlijke vijanden aan.
Een rand langs een weide of boomgaard met bloeiende planten biedt voedsel en schuilplaatsen voor insecten en vogels. Dit helpt niet alleen bij bestuiving, maar ook bij het bestrijden van plagen. Vogels en nuttige insecten vinden in die randen een plek om te overwinteren of zich voort te planten, waardoor ze snel kunnen reageren op plagen elders in de tuin.
Randen en Veerkracht
Randen zorgen ervoor dat een tuin stabieler en duurzamer wordt. Een simpel systeem met slechts enkele elementen is gemakkelijk uit balans te brengen. Maar door verschillende ecosystemen met elkaar te verbinden en bewust randen te creëren, maak je jouw tuin veel robuuster en bestand tegen uiteenlopende omstandigheden.
In deze tijd, waarin het weer steeds extremer wordt – met periodes van grote droogte, hevige regenval of intense hitte – is dat van groot belang. Bijvoorbeeld: een bodem (een belangrijke rand!) met veel organisch materiaal kan water helpen vasthouden. Wanneer het te nat is, trekt het water in de bodem weg, maar het blijft ook beschikbaar in drogere periodes doordat het organische materiaal vocht vasthoudt. Dit zorgt ervoor dat je tuin veerkrachtiger wordt, minder afhankelijk van externe factoren, en beter in staat is om extreme omstandigheden op te vangen.
Anders Leren Kijken
Het is belangrijk om anders naar randen te kijken. Zie een muur of haag niet alleen als een afscheiding, maar als een overgangszone met potentieel. Plant bijvoorbeeld klimplanten tegen een muur of gebruik fruitdragende struiken in plaats van een traditionele haag. Door bewust randen te creëren, voeg je waarde toe aan je tuin en verhoog je de biodiversiteit.
Conclusie
Randen worden in gewone moestuinboeken nauwelijks besproken, maar ze bieden enorme kansen. Ze vergroten de diversiteit, helpen plagen bestrijden en maken je tuin veerkrachtiger. Neem de tijd om te kijken hoe je randen in jouw tuin kunt benutten. Door hier bewust mee om te gaan, kun je een groot verschil maken.
Paden in de Moestuin: Oriëntatie, Breedte en Dekmateriaal
Enkele weken geleden heb ik al eens gesproken over paden in een moestuin, vooral over de afscheiding tussen pad en bed. Nu wil ik opnieuw ingaan op paden, maar met een focus op de breedte, oriëntatie en de materialen waarmee je ze kunt afdekken. Deze aspecten komen vaak ter sprake bij het ontwerpen van een moestuin. Vooral de vraag hoe je je bedden en paden het best kunt oriënteren, is iets dat veel mensen bezighoudt.
De Oriëntatie van Bedden en Paden
Welke richting moeten de bedden en paden in een moestuin hebben? Moeten ze bijvoorbeeld oost-west of noord-zuid georiënteerd zijn? Mijn antwoord is dat dit niet zo heel veel uitmaakt als het gaat om de hoeveelheid zonlicht of groeisnelheid. Wat veel belangrijker is, is dat je tuin praktisch en gebruiksvriendelijk is ingedeeld.
Als je bijvoorbeeld een perfecte oriëntatie kiest zonder rekening te houden met het loopgemak, kun je voor verrassingen komen te staan. Misschien moet je telkens een lange omweg maken om je bedden te bereiken, omdat de paden onlogisch zijn aangelegd. Daarom geef ik de voorkeur aan een indeling waarbij je vlot door je tuin kunt bewegen. Dit heeft prioriteit boven een “perfecte” zonoriëntatie.
Natuurlijk kun je wel rekening houden met schaduweffecten van bijvoorbeeld bomen, schuttingen en huizen. Maar uiteindelijk is het vooral belangrijk dat je gemakkelijk langs je paden kunt lopen. Als je dat niet doet, zul je na verloop van tijd binnenwegen zoeken, misschien over je bedden stappen en onbedoeld schade aanrichten. Kies daarom voor een praktische looprichting die je tuin overzichtelijk en toegankelijk maakt.
Breedte van de Paden
De breedte van de paden is een ander punt dat vaak discussie oproept. Sommige adviezen spreken van een minimumbreedte van 30 centimeter. Persoonlijk vind ik dat veel te smal. Wij hebben in onze productietuin gekozen voor paden van 50 à 60 centimeter breed. Deze breedte maakt het mogelijk om gemakkelijk met een kruiwagen of oogstbakken te werken.
Als je werkt met een kleinere moestuin, zou je eventueel kunnen overwegen om paden van 40-50 centimeter aan te houden. Dit is echter wel echt het minimum als je comfortabel wilt kunnen werken. In onze tuin combineren we gewassen vaak in golvende patronen. Deze golven maken dat sommige planten dicht bij het pad groeien en soms zelfs deels over het pad heen hangen.
Smalle paden raken dan snel overwoekerd, terwijl bredere paden dat probleem niet hebben. Met bredere paden kun je ook beter langs de planten werken zonder ze te beschadigen. Hoewel je planten natuurlijk kunt snoeien of vroegtijdig oogsten om ruimte te maken, geven wij er de voorkeur aan om onze paden direct breder te maken. Dit bespaart ons extra werk en laat de combinatie van bed en pad soepel samenwerken.
Paden in Organische en Boomstructuren
Als je geen rechte lijnen gebruikt maar werkt met een organische structuur of een boomstructuur, gelden er andere principes. Bij organische structuren houd je rekening met waar je veel of weinig zult lopen. Achterin de tuin, waar je minder vaak komt, kun je de paden smaller maken. Aan de voorkant, waar veel verkeer is, maak je ze juist breder.
Een boomstructuur werkt als volgt: je begint met een breed hoofdpad dat fungeert als de stam van de boom. Dit pad splitst zich in enkele hoofdpaden (de takken), die verder vertakken in kleinere zijpaden. Hoe verder je van het hoofdpad komt, hoe smaller de paden worden. De uiteinden van de paden, waar je alleen komt om te planten of te mulchen, kunnen zo smal zijn als 30 centimeter. Het hoofdpad moet minstens 60 centimeter breed zijn.
Het voordeel van een boomstructuur is dat je de beschikbare ruimte efficiënt benut. De paden waar je veel loopt, zijn breed en comfortabel, terwijl de paden waar je minder vaak komt smal en ruimtebesparend zijn.
Dekmateriaal voor de Paden
Bij de aanleg van een moestuin raden wij aan om je paden af te dekken met karton. Gebruik hiervoor bruin golfkarton zonder plakband, etiketten of bedrukking. Dit karton vormt een fysieke barrière tegen onkruid en is vooral nuttig in de beginfase van je tuin.
Leg bovenop het karton een mulchmateriaal. Dit kan van alles zijn, zoals houtsnippers, stro of ander organisch materiaal. Het karton zal na enkele maanden verteren, maar in die tijd zorgt het ervoor dat je minder last hebt van onkruid. Op de langere termijn houd je de paden vrij van onkruid door regelmatig te mulchen.
Houtsnippers zijn ons favoriete mulchmateriaal. Dit is om verschillende redenen:
- Houtsnippers verbeteren het bodemleven en voeden de bodem op een trage manier.
- Ze blijven goed op hun plaats liggen, zelfs bij veelvuldig gebruik van de paden.
- Ze laten water door, wat voorkomt dat plassen ontstaan.
- Ze bieden geen gunstige omgeving voor kiemend onkruid.
Andere materialen, zoals notenschelpen, zijn ook bruikbaar. Notenschelpen geven een aangenaam geluid als je eroverheen loopt en hebben vergelijkbare voordelen als houtsnippers.
Andere Mulchmaterialen
Naast houtsnippers zijn er ook andere mulchmaterialen die je kunt overwegen. Stro is een veelgebruikt materiaal, en het heeft het voordeel dat je er met relatief weinig werk een groot oppervlak mee kunt bedekken. Met slechts een paar balen stro kun je in korte tijd je paden bedekken. Toch zijn er enkele nadelen verbonden aan het gebruik van stro.
Allereerst, als je geen biologisch stro gebruikt, loop je het risico dat er bestrijdingsmiddelen in zitten. Dat is niet ideaal, zeker niet in een natuurlijke moestuin. Daarnaast moet je stro dik aanbrengen, omdat het snel inzakt. Dat op zichzelf is geen probleem, maar tijdens het verteren kan stro glad worden, vooral als het nat is. Dit maakt het minder veilig om over de paden te lopen. Voor ons is dit een reden geweest om het gebruik van stro als mulchmateriaal grotendeels af te bouwen.
Gras is een andere optie die sommige tuiniers gebruiken voor de paden tussen de bedden. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met klaver. Op het eerste gezicht lijkt dit een eenvoudige oplossing, omdat je het gras alleen hoeft te maaien om het netjes te houden. Je krijgt extra mulchmateriaal en je paden blijven vrij van onkruid.
Toch heeft gras ook nadelen. Gras blijft groeien, en dat vraagt regelmatig onderhoud. Met een grasmaaier kom je vaak niet goed tot aan de rand van de paden, zeker niet als je planten hebt die over de randen van de bedden hangen. Vooral in de zomer, wanneer het gras extra hard groeit, wordt dit een probleem. Bovendien groeit gras aan de rand van bedden vaak sneller en dichter, door de extra voedingsstoffen die uit de bedden sijpelen. Dit maakt het moeilijk om een strakke grens tussen pad en bed te behouden.
In periodes van veel regen merk je ook dat gras minder geschikt is als padmateriaal. Wanneer je regelmatig over nat gras loopt, wordt het snel modderig en raakt het beschadigd. Dit leidt tot een rommelige, minder functionele ondergrond, waarbij het gras ook zelf te lijden heeft. Je hebt al snel botten nodig om je tuin te betreden, en het risico op plassen op de paden wordt groter. Dit maakt gras uiteindelijk een minder praktische keuze voor een moestuin.
Paden van Boomschijven
Een experiment dat ik wil uitproberen, is het gebruik van boomschijven als padmateriaal. Deze schijven, gezaagd uit hout dat we uit onze houtkanten halen, worden behandeld met een Japanse brandtechniek. Door de schijven te branden, ontstaat een beschermlaag die vertering vertraagt. De schijven leg ik naast elkaar over het pad en vul de tussenruimtes op met houtsnippers.
Het idee is om een mooie en duurzame oplossing te creëren die past bij de natuurlijke uitstraling van een moestuin. Of dit experiment op lange termijn werkt, zal moeten blijken.
Conclusie: Organisch en Praktisch
Een natuurlijke moestuin vraagt om paden die functioneel en organisch zijn. Wij hanteren een breedte van 50-60 centimeter voor drukbezochte paden en een smalle breedte voor de minder gebruikte paden. Ons favoriete materiaal blijft houtsnippers vanwege hun vele voordelen. Het is belangrijk om je paden niet alleen praktisch, maar ook duurzaam in te richten.
Permacultuurprincipes: Wat zijn het en hoe pas je ze toe in je tuin?
In eerdere blogs heb ik het al vaker gehad over permacultuurprincipes, maar vandaag wil ik er wat dieper op ingaan. Wat zijn deze principes precies? En hoe kun je ze begrijpen en toepassen in je tuin? [Read more…]
Het Belang Van Klein Beginnen En Een Traag Tempo In Je Tuin
In de blog van deze week wil ik een cruciaal principe van permacultuur bespreken. Het is een concept dat ik persoonlijk enorm belangrijk vind, zeker in een natuurlijke moestuin. Toch merk ik dat veel mensen hier moeite mee hebben. Het klinkt misschien wat vergezocht, maar klein beginnen en een traag tempo aanhouden is essentieel.
Voor wie niet helemaal bekend is met permacultuur: dit is een ontwerpsysteem dat gebaseerd is op verschillende principes. Afhankelijk van de stroming of de persoon die je volgt binnen permacultuur, kunnen de aantallen verschillen. [Read more…]
Het Principe van Actie en Reactie in de Natuurlijke Tuin
In deze blog wil ik dieper ingaan op het principe van actie en reactie in de tuin. In een tuin merk je vaak dat elke aanpassing of handeling een reactie oproept. Soms kun je inschatten wat er zal gebeuren, maar vaak zijn er ook gevolgen waar je niet op had gerekend en waar je geen invloed op hebt.
Het Afbakenen Van Je Paden: Hoe En Met Wat?
In dit artikel bespreken we paden in de moestuin, met name hoe je deze kunt afbakenen. We kijken naar de verschillende materialen die je hiervoor kunt gebruiken, hun voor- en nadelen, en of afbakenen eigenlijk wel noodzakelijk is.
In een natuurlijke moestuin zien paden er anders uit dan in klassieke tuinen. Vaak wordt het pad elk jaar op een nieuwe plek aangelegd, gewoon als loopstrookje tussen groentevakken zonder vaste vorm. Bij ons werken we echter op sommige stukken met permanente bedden, wat inhoudt dat we ook vaste paden hebben. Onze bedden blijven op dezelfde plaats, wat het gebruik van paden ook voorspelbaar maakt en het onderhoud vereenvoudigt. Onze paden zijn gemiddeld zo’n 50 centimeter breed, wat handig is in ons systeem van schijnbare chaos. Dit soort indeling biedt ruimte om gemakkelijk met bakken en kruiwagens door de moestuin te bewegen.
Breedte van de Paden: Wat Past in Jouw Tuin?
Hoewel wij een breedte van 50 tot 60 centimeter aanhouden, kunnen moestuinpaden ook smaller zijn. Een breedte van 30 centimeter kan voor velen voldoende zijn, maar dit hangt af van hoe je werkt in de tuin en hoeveel ruimte je nodig hebt om erdoorheen te lopen. In de natuurlijke moestuin zal je mulchen en dat brengt soms wat onduidelijkheid mee. Bij het mulchen kan materiaal door vogels worden verplaatst of wat verwaaien, wat na verloop van tijd de ligging van je paden onduidelijk maakt. Dit betekent dat het moeilijker kan worden om te zien waar de paden liggen, vooral na een lange winter.
Bij een systeem met rechte bedden en rechte paden is het pad meestal nog te herkennen. Maar ook daar verspreidt mulchmateriaal zich vaak, waardoor het niet altijd duidelijk is waar het pad begint en het bed eindigt. Afbakening kan hierbij dus helpen om je paden en bedden te onderscheiden. Door duidelijke markeringen aan te brengen op de hoeken van de bedden, bijvoorbeeld een paaltje of een steen, zie je beter waar het pad loopt.
Paden Afbakenen in Organische Tuinstructuren
In tuinen met organische structuren, zoals een boom- of bladnerfstructuur, is het na de winter bijna onmogelijk om nog te weten waar de paden liggen. Dit hebben we zelf ervaren, en we hebben verschillende oplossingen uitgeprobeerd om paden herkenbaar te houden. Zo voorkom je dat je in het vroege voorjaar, als je begint met voorbereiden, planten en zaaien, per ongeluk op bedden loopt of op verkeerde plekken zaait.
Het afbakenen van paden is overigens geen vereiste. Bij rechte bedden kan een paaltje of steen op de hoeken al genoeg zijn. Met deze eenvoudige markering heb je in principe geen duidelijke afscheiding nodig. Maar als je een vast pad hebt en het handig vindt om het pad met planten of andere structuren af te bakenen, zijn er zeker voordelen. Het maakt het gemakkelijker om in de winter en vroege lente te zien waar je moet lopen, vooral als je werkt met een organisch ontwerp zonder vaste lijnen.
De meeste mensen hebben afbakening alleen nodig in het vroege voorjaar, wanneer de bedden nog niet vol planten staan. In de winter en herfst, als je nauwelijks op de bedden loopt, is een duidelijke markering niet echt nodig. In het voorjaar, vooral tussen februari en april, is afbakening nuttig, omdat je dan voorbereidingen treft voor het planten en zaaien. Na deze periode wordt het verschil tussen pad en bed vanzelf duidelijker door de groei van planten.
Manieren om Paden af te bakenen
Er zijn tal van manieren om paden af te bakenen. Wij hebben onze lange bedden onderverdeeld in ‘eilandjes’ om de structuur van schijnbare chaos overzichtelijk te houden. We gebruiken hiervoor paaltjes die om de 2,5 meter in de grond worden geslagen om deze eilandjes te markeren. Aan deze paaltjes binden we touwen, een eenvoudige manier om paden zichtbaar te maken. Het is echter niet de meest aantrekkelijke oplossing, en na enkele jaren moeten we de touwen vervangen. Voor een tuin met rechte paden werkt deze methode prima, maar er zijn genoeg alternatieven voor wie iets anders wil gebruiken.
Materialen voor Afbakening van Paden
Hieronder bespreken we enkele materialen die je kunt gebruiken voor het afbakenen van paden, evenals de voor- en nadelen:
- Touwen
Touwen zijn eenvoudig en snel aan te brengen. Ze bieden een heldere visuele afbakening, maar hebben als nadeel dat ze na enkele jaren vervangen moeten worden. Dit maakt het een gemakkelijke, maar tijdelijke oplossing. - Ingegraven Glazen Flessen
Een decoratieve optie is om glazen flessen omgekeerd in te graven. Dit geeft een unieke uitstraling, maar oogt wat minder natuurlijk. - Boomstammetjes, Balken of Planken
Boomstammetjes of planken, bij voorkeur onbehandeld hout, kunnen aan de randen worden geplaatst. Behandeld hout is af te raden, omdat de chemicaliën die worden gebruikt om hout te bewerken schadelijk kunnen zijn voor de bodem en de planten. - Gevlochten Hazelaar- of Wilgentakken
Een ander alternatief is een laag vlechtwerk met hazelaar- of wilgentakken. Dit oogt natuurlijk en kan enkele jaren meegaan, afhankelijk van de kwaliteit van het hout. - Bakstenen of Kasseien
Bakstenen kunnen half ingegraven worden of schuin gestapeld. Kasseien zijn ook een goede optie, vooral wanneer je deze over hebt. Het voordeel is dat ze duurzaam zijn en jarenlang meegaan. Een nadeel van vaste structuren zoals stenen is dat onkruid zich hier gemakkelijker tussen nestelt, wat het onderhoud bemoeilijkt. Ook kunnen slakken zich verschuilen tussen stenen of planken, wat een probleem kan zijn omdat ze zo dichtbij je gewassen zitten.
Voorkeur voor Natuurlijke Afbakening met Planten
In plaats van vaste structuren kiezen we vaak voor natuurlijke afbakening met planten. Dit biedt een natuurlijke uitstraling en vraagt minder onderhoud. Wij gebruiken bijvoorbeeld graag look langs de randen van de paden. Look wordt in het najaar geplant en groeit in de winter door, wat het pad goed zichtbaar maakt. Het mooie is dat je look ook kunt oogsten in mei, net als de bedden goed begroeid raken. Zo heeft look een dubbele functie: het markeert de paden en biedt een oogstbaar gewas.
Andere planten die geschikt kunnen zijn voor het markeren van paden:
- Bieslook in soorten
Deze plant groeit in kleine bosjes die de randen duidelijk afbakenen. Bieslook verdwijnt in de winter, maar komt al vroeg in het voorjaar op, waardoor de paden opnieuw zichtbaar worden. - Primula’s (Sleutelbloem)
Sleutelbloemen zijn lage planten met eetbare bloemetjes, en ze zijn ook aantrekkelijk voor bestuivers. In de winter verdwijnen ze niet volledig, en ze bloeien vroeg in het voorjaar met eetbare bloemen, wat helpt om de paden te markeren. - Tijm
Tijm kan als afbakening dienen, maar vraagt wel veel onderhoud. De plant moet regelmatig worden teruggesnoeid en/of herplant, anders wordt deze te breed en neemt ze waardevolle ruimte in beslag.
Extra Planten die Eventueel Geschikt Zijn voor Afbakening
Wij hebben veel planten uitgeprobeerd en gemerkt dat sommige beter werken dan andere. Planten zoals vrouwenmantel, salie en maartse viooltjes kunnen als randbeplanting dienen. Deze groeien echter vaak snel en nemen veel ruimte in. Wij houden het daarom bij een beperkt aantal soorten: voornamelijk look, bieslooksoorten en sleutelbloem.
Door te experimenteren ontdekten we dat look en bieslook onze voorkeur hebben. Ze zijn eenvoudig aan te planten, vragen weinig onderhoud, en zorgen voor een duidelijke afbakening zonder dat je er veel extra werk aan hebt. Ook blijven look en bieslook de paden jarenlang markeren doordat deze zich goed vermeerderen.
Afhankelijk van de bedoeling van de tuin, de breedte van de paden en je eigen goesting kan je voor vele andere hogere, bredere soorten gaan. Maar als je voornamelijk voedsel wilt kweken en optimaal gebruik wilt maken van je oppervlakte, blijven de opties in onze ervaring redelijk beperkt.
Nog meer Ideeën en Experimenteren in de Moestuin
De keuze voor een bepaald type afbakening hangt af van wat je doel is, hoe breed je paden zijn en hoeveel plantruimte je bereid bent te verliezen. Ons advies is om zelf te experimenteren en met een klein stuk te beginnen voordat je je hele tuin met planten of structuren afbakent. Zo ontdek je wat voor jouw tuin het beste werkt en welke keuzes praktisch zijn voor het onderhoud.
Wij geven zelf de voorkeur aan planten als afbakening boven vaste structuren zoals stenen en planken, omdat planten eens geplant jarenlang de grens blijven aangeven, weinig werk vragen en ondertussen nog op verschillende manieren opbrengst leveren. Als je nog geen planten gebruikt om je paden te markeren, raden we aan om dit eens te proberen. Wellicht ontdek je dat een natuurlijke afscheiding niet alleen praktisch is, maar ook esthetisch iets toevoegt aan je tuin. Experimenteer gerust, zodat je leert wat voor jou het beste werkt.
Het Is Najaar: Tijd voor Mulchen en Misschien Compost?
Nu we richting het najaar gaan, beginnen de bedden langzaam leeg te raken. Een perfecte tijd om te beginnen met mulchen! Maar voordat je start, kun je misschien nog wat andere voorbereidingen treffen voor je bodem. Wij zijn ervan overtuigd dat een gezonde bodem dé basis is van een succesvolle tuin. En het beste wat je voor die bodem kunt doen? Niet spitten, geen zware bodembewerkingen uitvoeren, maar gewoon voeding geven aan het bodemleven door middel van organisch materiaal. En daarvoor raden we altijd een dikke laag compost aan – en niet zomaar compost, maar groencompost.
Waarom Groencompost?
Groencompost komt meestal van gemalen boomwortels, houtsnippers en ander bruin materiaal, maar bevat geen keukenafval of vers groenafval. In tegenstelling tot reguliere compost, heeft groencompost minder stikstof en meer structuur. Het zal niet makkelijk samenklitten, wat betekent dat het bodemleven een rijke, losse omgeving heeft om in te gedijen. Door de ruwe structuur blijven er vaak kleine stukjes hout achter, die langzaam verteren en op lange termijn als voeding dienen.
Minder Stikstof = Minder Problemen
Groencompost bevat weinig stikstof, en dat vinden wij juist een groot voordeel. Over het algemeen wordt er vaak gezegd dat stikstof essentieel is voor plantengroei, maar te veel stikstof kan juist plagen en ziektes aantrekken. Als je je bodem voedt door te mulchen, is er meestal al voldoende stikstof aanwezig. Het is dan ook niet nodig om extra stikstof toe te voegen, en met groencompost voorkom je juist een teveel hiervan.
Hoe Geef je de Bodem de Beste Start?
Wil je een sterke en gezonde bodem opbouwen, dan is organisch materiaal onmisbaar. Toen wij zelf begonnen, hadden we een erg arme bodem met bijna geen organisch materiaal en nauwelijks bodemleven. Daarom hebben we in het begin een dikke laag van ongeveer 12 centimeter compost aangebracht. En die compost was verrassend snel verdwenen! Al in de herfst was een groot deel door het bodemleven afgebroken en in de grond verwerkt.
Omdat de compost zo snel werd opgenomen, hebben we de laag weer aangevuld tot 12 centimeter. In vier tot vijf jaar tijd hebben we daarmee een vruchtbare bodem opgebouwd. De bodem begon met weinig voeding en weinig bodemleven, maar door steeds weer een laag compost aan te vullen, kon het bodemleven zich snel ontwikkelen.
Hoeveel compost je precies nodig hebt, hangt af van je situatie. Als je al jarenlang tuiniert en regelmatig organisch materiaal hebt toegevoegd, dan kan een laag van 5-8 centimeter genoeg zijn. Maar heb je een nieuwe of arme bodem, dan kan een dikkere laag nodig zijn.
Wanneer Compost Aanbrengen?
Het beste moment om compost aan te brengen is in het najaar, rond oktober of november. Dan raken je bedden stilaan leeg omdat planten zijn geoogst, uitgedragen of kapotvriezen, en dan is het eenvoudiger om de compost open te spreiden. Hoe dik je die laag maakt, hangt af van de conditie van je bodem. Wij hielden onze laag de eerste 4-5 jaar altijd op ongeveer 12 centimeter, maar start je met een betere bodem, dan kun je ook een dunnere laag aanhouden.
In de loop der jaren zul je merken dat compost steeds minder snel verdwijnt. Na vier of vijf jaar hadden wij in het najaar nog steeds een goede laag compost die nauwelijks meer minderde, wat betekende dat onze bodem een gezonde balans had bereikt. Vanaf dat evenwicht is extra compost niet meer nodig en onderhoudt je het niveau van organisch materiaal in de bodem met intensief mulchen. Bij ons was die periode met compost redelijk lang, bij een goede bodem kan een eenmalige gift van compost soms al voldoende zijn.
Waarom in het Najaar Composteren?
Composteren in het najaar heeft zo zijn voordelen. Ten eerste krijgt de compost de tijd om na te rijpen. Verse compost kan nog warm zijn, is meestal niet voldoende uitgewerkt en bevat zelden voldoende vocht. Als je die verse compost direct in het voorjaar aanbrengt en er planten in zet of zaait, kan het risico op verbranding van jonge planten en zaailingen groot zijn. Compost die in het najaar wordt aangebracht, kan de hele winter door vocht opnemen. Verse compost is vaak droog en moeilijk doorlaatbaar voor water, maar na de winter zit hij boordevol vocht. De compost heeft gedurende die periode ook de tijd om na te rijpen en af te koelen, wat zorgt voor een ideale start van het nieuwe groeiseizoen.
Bodemleven de Tijd Geven
Vers aangebrachte compost heeft tijd nodig om het bodemleven aan te trekken. Schimmels, bacteriën en andere micro-organismen kunnen de compost langzaam bevolken, waardoor het een volwaardig onderdeel van het bodemvoedselweb wordt. Breng je de compost in de herfst aan, dan heeft het bodemleven de hele winter om de compost op te nemen, en kun je in het voorjaar meteen aan de slag met zaaien en planten zonder verdere bodembewerkingen.
Gebruik van Compost als Mulch
Compost kan uitstekend fungeren als mulchlaag. Het is organisch, biedt voedingsstoffen, en houdt het bodemvoedselweb levend. Maar let op: compost is ook erg vruchtbaar, wat betekent dat het in het voorjaar snel onkruid kan aantrekken. Wanneer het zaad van onkruid op een laag compost terechtkomt, ontkiemt dit gemakkelijk omdat de compost erg gastvrij is. Daarom is het aan te raden om een extra laag mulch bovenop de compost aan te brengen, zoals bladeren of gemaaid gras. Deze laag maakt het moeilijker voor onkruidzaadjes om te ontkiemen en beschermt de bodem bovendien tegen extreme weersomstandigheden.
Ideaal
Ideaal gezien breng je in oktober of november een laag groencompost van ongeveer 5-12 centimeter aan, afhankelijk van de conditie van je bodem. Hierover kun je dan een mulchlaag aanbrengen om de compost te beschermen en onkruidgroei te beperken. Zodra het voorjaar aanbreekt, is je bodem perfect voorbereid om meteen aan de slag te gaan zonder enige bodembewerking of onkruid wieden.
Door elk jaar op deze manier te werken, bouw je geleidelijk een vruchtbare bodem op die gezond en rijk is aan bodemleven. En hoe gezonder je bodem, hoe sterker je planten en hoe minder problemen je zult hebben met ziektes en plagen.
Samengevat
Compost aanbrengen op je bedden doe je best in het najaar. Er zijn veel voordelen aan verbonden en geen nadelen:
- Tijd om na te rijpen: Compost kan afkoelen en stabiliseren, wat verbrandingsproblemen van zaaisel en plantgoed voorkomt in het voorjaar.
- Vochtopname: Gedurende de winter kan de compost goed vocht opnemen, waardoor je een vochtige, doorlaatbare laag hebt om in te zaaien en planten.
- Bodemleven bevorderen: Het bodemleven kan zich in de winter nestelen in de compost, zodat het klaar is voor gebruik in het voorjaar.
- Onkruidbeperking: Door een mulchlaag over de compost te leggen, bescherm je de bodem beter doorheen de winter.
Na verloop van tijd zal je zien dat je bodem gezonder en stabieler wordt. Het bodemleven zal zich ontwikkelen, en de compost zal steeds minder snel verdwijnen omdat de bodem zijn evenwicht heeft bereikt. Wij hebben in onze tuin bijvoorbeeld een gebied gehad waar de compost jaren achter elkaar verdween. Om een of andere reden was daar meer vraag naar organisch materiaal. Daar hebben we enkele jaren langer compost aangebracht, en ook daar kwam uiteindelijk alles in balans.
Tot Slot: Doe het in het Najaar
Kortom, als je van plan bent om je bodem in het najaar een boost te geven, dan is oktober of november het ideale moment. Door een laag groencompost aan te brengen en daarbovenop een mulchlaag, bescherm je je bodem, voed je het bodemleven en leg je een perfecte basis voor het nieuwe groeiseizoen. Het enige wat je in het voorjaar hoeft te doen, is zaaien en planten – je bodem is er helemaal klaar voor!
Hoe Je Kan Oogsten Met Extra Voordelen
Oogsten lijkt simpel, maar let op!
In de natuurlijke moestuin lijkt oogsten een eenvoudige klus. Veel mensen denken dat er weinig bij komt kijken. Echter, als je op een natuurlijke manier tuiniert, en vooral als je veel mulch gebruikt, zijn er toch wel wat aandachtspunten waar je rekening mee moet houden. Het gebruik van mulch helpt om onkruid te onderdrukken en de bodem vochtig te houden, maar bij het oogsten kan het verstoren van de bodem juist problemen veroorzaken. Daarom is het belangrijk om voorzichtig te werk te gaan om te voorkomen dat onkruidzaden worden geactiveerd.
Mulchen en oogsten: waarom is voorzichtigheid belangrijk?
Mulch is bedoeld om de groei van onkruid te beperken. De bodem zit echter vol met onkruidzaden die wachten op licht en vocht om te ontkiemen. Wanneer je oogst en de bodem verstoort, breng je deze zaden naar boven. Dit kan leiden tot een snelle toename van onkruid op je mulch. Daarom is het van belang dat je tijdens het oogsten zo zorgvuldig mogelijk te werk gaat en probeert om zo min mogelijk grond op de mulch te krijgen.
Veel mensen hebben de neiging hun groenten af te kloppen om overtollige grond te verwijderen. Dit lijkt misschien logisch, maar als je de grond bovenop je mulch uitschudt, breng je onkruidzaden naar de oppervlakte. Gebruik je een schopje bij het oogsten? Klop dat dan niet af tegen je schoen of een mand, want ook dat zorgt ervoor dat onkruidzaden op je mulch terechtkomen.
Voorkom bodemverstoring bij het oogsten
Een veelgestelde vraag is of je de grond niet te veel verstoort bij het oogsten. In de natuurlijke moestuin proberen we de bodem zo min mogelijk te verstoren. Toch zijn er gewassen waarbij het bijna onmogelijk is om de bodem ongemoeid te laten, zoals bij het oogsten van prei, wortelen, aardappelen of zoete bataat. Voor deze groenten moet je immers in de grond graven.
Na een paar jaar zal je merken dat sommige groenten, zoals wortelen, rapen, bieten en knolselderij, makkelijker loskomen. Dit betekent dat je minder vaak gereedschap zoals een spitvork of riek nodig hebt om ze uit de grond te halen. Bij deze gewassen is de bodemverstoring dus minimaal en lokaal.
Aardappelen en bataat: de uitzondering op de regel
Bij aardappelen en zoete bataat is de situatie anders. Deze gewassen moet je echt uitgraven, waardoor de grond onvermijdelijk wordt verstoord. Is dit een probleem? Niet echt. In een natuurlijke moestuin kweek je meestal maar een kleine hoeveelheid aardappelen of bataat, verspreid over verschillende locaties. Hierdoor blijft de bodemverstoring beperkt tot kleine oppervlakten.
Hoewel de grond op die plek tijdelijk wordt verstoord en het bodemleven wordt aangetast, is dit slechts van korte duur. De organische materialen in de bodem, zoals compost en mulch, zorgen ervoor dat het bodemleven zich snel herstelt. Zolang je de grond slechts eens in de twee tot drie jaar zwaar verstoort, blijft de structurele schade aan de bodem beperkt.
Natuurlijk tuinieren: waarom we oogsten
Waarom tuinier je? Natuurlijk om te genieten van de groei van je planten, maar vooral om te kunnen oogsten. Het verstoren van de bodem is soms onvermijdelijk, maar dat is geen reden tot zorg. In de natuur gebeurt dit namelijk ook. Wilde dieren zoals everzwijnen graven voortdurend de grond om op zoek naar voedsel zoals wortels en noten. Deze verstoring is normaal en zelfs gunstig voor de biodiversiteit in het ecosysteem.
In je moestuin gebeurt dit op een kleinere schaal en blijft de schade beperkt. Bovendien kun je, door zorgvuldig te oogsten, de negatieve impact op de bodem minimaliseren.
Oogsten zonder de wortels te verstoren
Bij veel gewassen is het helemaal niet nodig om de wortels te verstoren. Denk aan sla, kolen, en selderij. Hierbij heb je alleen het bovengrondse deel nodig. Het wortelnetwerk kan gewoon in de grond blijven zitten. Dit heeft diverse voordelen.
Allereerst verstoor je de bodem niet, wat betekent dat je geen extra grond naar boven haalt die onkruidzaden kan blootstellen aan licht. Daarnaast heb je minder werk, omdat je geen wortels hoeft uit te graven, en er is minder afval. Een ander belangrijk voordeel is dat de wortels die in de grond blijven, een positief effect hebben op de bodemstructuur.
Het belang van wortels voor de bodemstructuur
De wortels van planten dienen als voedsel voor het bodemleven, zowel aan de oppervlakte als diep in de grond. Deze wortels worden geleidelijk afgebroken, waardoor voedingsstoffen vrijkomen die het bodemleven voeden en zich verder laten ontwikkelen. Na verloop van tijd laten de verteerde wortels kleine tunnels achter in de grond. Deze tunnels zijn essentieel voor een goede bodemstructuur. Ze verbeteren de afwatering en zorgen voor een efficiënte uitwisseling van gassen zoals zuurstof en koolstofdioxide.
Bovendien kunnen nieuwe planten hun wortels snel door deze bestaande tunnels laten groeien, wat hun ontwikkeling versnelt.
Herstel na het oogsten: meer oogst uit dezelfde plant
Een ander voordeel van het laten staan van de wortels is dat veel planten, zoals sla, opnieuw gaan groeien nadat je het bovengrondse deel hebt afgesneden. In plaats van de hele plant uit te trekken, kun je de sla afsnijden. Vaak groeien er dan een of twee kleinere kropjes terug. Dit is minder werk en zorgt voor een tweede oogst zonder extra inspanning. Deze kleinere kroppen zijn misschien niet zo groot als de eerste, maar ze zijn nog steeds prima te gebruiken in de keuken.
Bij broccoli gebeurt hetzelfde. Als je de hoofdstronk oogst en de plant laat staan, zullen er kleine broccolitjes ontstaan. Deze kun je ook oogsten, of je kunt ze laten staan om bloemetjes te vormen die weer nuttig zijn voor natuurlijke vijanden in je tuin.
Wanneer dieper afsnijden nodig is
Er zijn situaties waarin het beter is om planten iets dieper af te snijden. Dit geldt vooral als je direct na het oogsten nieuwe gewassen wilt zaaien of planten. Als je bijvoorbeeld verschillende slasoorten naast elkaar hebt staan en je wilt na de oogst meteen iets nieuws planten, is het beter om de plant iets onder de grond af te snijden. Zo voorkom je dat de oude plant de nieuwe zaailingen overgroeit.
Voor gewassen zoals boontjes die niet opnieuw uitlopen, kun je de wortel gewoon laten zitten en eromheen zaaien of planten.
Voorbeelden van groenten en kruiden om niet uit te trekken
Veel groenten kun je eenvoudigweg afsnijden in plaats van ze uit te trekken. Denk hierbij aan erwten, boontjes, tomaten, paprika’s, courgettes en pompoenen. Door ze af te knippen, blijven de wortels in de grond zitten, wat zorgt voor minder werk, minder afval en een betere bodemstructuur.
Ook bij het opruimen van de tuin kun je overwegen om planten af te knippen in plaats van uit te trekken. Dit geldt niet alleen voor groenten, maar ook voor bepaalde soorten onkruid.
Onkruiden: afsnijden of uittrekken?
Niet alle onkruiden kun je eenvoudig afknippen. Sommige soorten, zoals brandnetels en bramen, vormen een uitgebreid wortelgestel en zullen gewoon terugkomen als je ze afknipt. In dit geval moet je de planten echt met wortel en al verwijderen, anders blijven ze groeien.
Andere onkruiden, zoals paardenbloemen en zuring, kun je echter afknippen zonder dat ze terugkomen. Het groeipunt van deze planten zit bovenaan de penwortel. Als je dit groeipunt verwijdert, zal de wortel afsterven en in de bodem verteren, waar het als voedsel dient voor het bodemleven.
Voor penwortelonkruiden kun je een eenvoudige methode gebruiken: steek met een spade schuin naar beneden naast het groeipunt en verwijder de plant. De penwortel blijft in de grond zitten en verteert vanzelf. Dit is een snelle en efficiënte manier om hardnekkig onkruid te verwijderen zonder de bodem te verstoren.
Bij kleinere onkruiden, zoals melkdistels en meldes, kun je ze ook bovengronds afknippen. Vaak zal het onkruid opnieuw uitlopen, maar als je regelmatig door je tuin gaat, kun je dit eenvoudig bijhouden door het opnieuw af te knippen.
Minder werk, meer voordelen
Al met al is afknippen vaak de beste keuze, zowel voor het oogsten als voor het verwijderen van onkruid. Het is sneller, zorgt voor minder verstoring van de bodem en voorkomt dat onkruidzaden worden blootgesteld aan licht. Bovendien blijven de wortels in de grond zitten, wat zorgt voor een betere bodemstructuur en een actiever bodemleven. Denk eraan: wat je onder de grond niet nodig hebt, kun je beter laten zitten.
Met deze tips in gedachten kun je efficiënter oogsten en tegelijkertijd de gezondheid van je bodem verbeteren, zodat je jaar na jaar kunt genieten van een rijke oogst.