In vorige podcasts heb ik het al uitgebreid gehad over een systeem waarmee we proberen om onkruid tijdig te wieden, hoe we penwortel-onkruiden aanpakken en wat we doen als onkruid zich massaal heeft uitgezaaid met honderden tegelijk. In de masterclasses van enkele weken geleden kreeg ik maar liefst 400 vragen over mulchen en onkruidbestrijding. Daarom lijkt het mij aangewezen om in deze podcast nog eens dieper in te gaan op het voorkomen van onkruid en hoe ik persoonlijk naar onkruid in de tuin kijk.
Je leest namelijk heel vaak: “In een natuurlijke tuin bestaat onkruid niet, dat is maar een kruid dat op de verkeerde plaats staat, het is vaak eetbaar.” Dat klopt op zich wel, maar persoonlijk maak ik daar toch enkele zeer belangrijke bedenkingen bij.
Waarom een onschuldig kruid een plaag wordt
Laten we starten met het allerbelangrijkste: kruiden zaaien zich vaak gigantisch goed uit, waardoor ze enorm snel een probleem vormen. Het kan perfect mogelijk of aangewezen zijn om ze te eten, het kan zelfs lekker zijn, maar het grote nadeel is de massale uitzaaiing.
Een voorbeeld dat ik vaak aanhaal, is het driekleurig viooltje. Het bloemetje is eetbaar, mooi om je bord of salade mee op te fleuren en het is een klein plantje dat erg onschuldig lijkt. Eén of twee toefjes lijken geen groot probleem, maar wij hebben de fout gemaakt om ze hun gang te laten gaan. Je kan je niet voorstellen dat dat na twee of drie jaar gigantisch uitgezaaid is en een hele dichte plak vormt.
Die kleine onkruiden hebben vaak heel fijne wortels die de bovenste, vruchtbare grondlaag gigantisch goed vasthouden. Als je dat dan probeert te verwijderen, neem je de hele bovenste vruchtbare bodemlaag mee, waardoor veel van je bodemverbeterende werk in één klap tenietgedaan wordt. Wij waren in het begin erg blij met kruiden die zich spontaan uitzaaiden en die we ook effectief gebruikten, maar enkele jaren later zijn we daar toch van afgestapt. Het zaaide zo massaal uit dat het echt een probleem was geworden en dus gewoon terug ‘onkruid’.
Eén jaar onkruid, zeven jaar wieden
Inderdaad, onkruid is een kwestie van locatie, maar ik kan u verzekeren: in een moestuin wordt een kruid heel snel een onkruid. Het is uiteindelijk je hoofddoel om stroomlijnig groenten te kweken voor je maaltijden. Pionierskruiden consumeer je maar beperkt; ze zijn zelden het hoofddoel. Wees daar dus heel voorzichtig mee. Wij tolereren kruiden in de moestuin, maar we houden ze wel stevig in toom.
Het welbekende spreekwoord luidt: “Eén jaar onkruid laten staan, is zeven jaar wieden gaan,” en dat klopt min of meer. Laat je een plant (bewust of onbewust) massaal in het zaad komen, dan ontstaat er jarenlang een probleem.
- Boomspinazie: Je kunt het hele seizoen blaadjes plukken, maar het maakt zoveel zaden dat het jarenlang honderden planten oplevert.
- Knopkruid: Een plant die zich extreem snel voortplant. Alles is eetbaar, maar één plant maakt zo’n 7.500 tot 100.000 zaden aan. De plant heeft maar twee maanden nodig om zaden te vormen en is onafhankelijk van daglicht. Zolang de temperatuur goed is, produceert hij tot drie generaties per jaar. Als je niet ingrijpt, vallen er miljoenen zaden op een klein veldje, waardoor er elk jaar niets anders meer groeit.
Hoewel zaden in het eerste jaar 100% kiemkrachtig zijn en dit daarna afneemt, is 0,001% van miljoenen zaden nog stééds een grote hoeveelheid onkruid. Eén plant die succesvol in zaad schiet, zorgt voor tienduizenden zaden in je bodembank. Mijn advies: hou de moestuinbedden zelf onkruidvrij en laat de wildere pionierskruiden liever hun gang gaan in de tuinranden, waar ze veel minder verstorend werken.
Hoe voorkom je onkruid?
Als je wilt weten hoe we het aanpakken zodra onkruid er áls is, scroll dan zeker even terug naar de eerdere podcast hierover. Maar hoe voorkom je dat het zich überhaupt vestigt en een probleem wordt?.
- Verbeter de bodem en verander de verhoudingen Pioniersonkruiden (zoals knopkruid) gedijen goed in een opstartfase met een bacteriedominante bodem. Bacteriën stellen heel snel stikstof vrij, waardoor deze kruiden op korte tijd extreem snel groeien en bloemen en zaad vormen. Als je regelmatig spit of freest, houd je je bodem kunstmatig in deze bacteriële fase en voorzie je onkruid constant van de perfecte groeistoffen.
Schakel je over naar ‘no-till’ (niet spitten) en voeg je organisch, houtig materiaal toe, dan schuift je bodem op naar een evenwicht met schimmels. Schimmels produceren eentragere vorm van stikstof. Pionierskruiden hebben daardoor veel minder snel toegang tot snelle stikstof, waardoor hun ontwikkeling sterk vertraagt.
- Polycultuur en veel dichter planten Het toepassen van een polycultuur (verschillende gewassen door elkaar) helpt, vooral omdat je alles veel dichter op elkaar kunt zetten. Op een zaadzakje staan vaak enorme rijafstanden. Dat is een achterhaalde methode, bedoeld om nog tussen de rijen te kunnen lopen of harken. Werk je met vaste moestuinbedden, dan heb je die loopruimte al niet nodig.
Planten hebben er geen moeite mee als ze elkaar raken of zachtjes opzij duwen; het kan absoluut geen kwaad. Als er op de verpakking een rijafstand van 30 cm staat en een plantafstand van 25 cm, kan je die prima op 20 centimeter van elkaar planten. Hierdoor groeit je bed mooi dicht. Er valt geen licht op de bodem, wat voorkomt dat onkruid de kans krijgt om te kiemen, te groeien of zaden te vormen.
- Mulchen en het uitputten van de zaadbank De bodem afdekken met organisch materiaal zonder onkruidzaden heeft een enorm effect. Gebruik onkruidvrije compost, haagscheersel, grasmaaisel (zonder zaad), gevallen blad of houtsnippers. Onkruidzaden onder die laag kunnen niet ontkiemen. Ze verliezen hun kiemkracht, worden opgegeten door het bodemleven of gaan rotten.
Zorg dat er geen bestaand onkruid in zaad kan komen en je put op deze manier de zaadbank in de bodem langzaam uit. Je houdt uiteindelijk enkel inwaaiend onkruid over, wat véél minder gigantisch is dan die miljoenen zaden van vroeger. Deze methode maakt je tuin ook veel vergevensgezinder: mocht je door tijdgebrek eens wat gaten in de mulchlaag hebben, dan zul je merken dat je nauwelijks of veel minder massaal onkruid krijgt dan op een continu gespitte, kale akker (die op enkele weken volledig dichtgroeit). Vaak groeit er dan alleen onkruid dat we zélf tolereren (zoals dille, koriander, rucola of goudsbloem) en wat we perfect onder controle kunnen houden.
Conclusie: Nultolerantie
Inderdaad, “onkruid” is in zekere zin een interpretatie, maar mijn ervaring leert dat een onschuldig kruid razendsnel een écht onkruid en een probleem in de moestuin wordt, zeker zodra het zich uitzaait. Wij hanteren op onze vaste bedden daarom een nultolerantie voor onkruid; planten die we er niet willen hebben, verwijderen we zo snel mogelijk.
Wil je de onkruiddruk verlagen? Verbeter je bodem naar een evenwicht tussen bacteriën en schimmels (stop met spitten), plant je groenten dichter op elkaar en mulch zoveel mogelijk. Volhouders zullen merken dat hun bodem na verloop van tijd nagenoeg onkruidvrij is!
Wat je hierboven leest, is een compacte transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Youtube-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin. Je kan ook terecht op Spotify, Deezer en Apple Podcast

Geef een reactie