Yggdrasil

Voor plezier en eenvoud in de natuurlijke moestuin

  • Winkel
    • Zelfpluktuin
    • Hoevewinkel
    • Webwinkel
      • Webwinkel
    • T-shirt shop
  • Educatie
    • Wil Je Yggdrasil Steunen Na De Brand?
    • Start Hier!
      • Gratis Nieuwsbrief
        • LedenPagina
      • Gratis Video’s
      • Gratis webinars
      • Gratis artikels
        • Natuurlijk tuinieren
        • Mulchen
        • Composteren
        • Kleinfruit: Onderhoud, snoeien en verwerken
    • Producten onder €80
      • Rondleidingen
        • Maart
        • Gecombineerde Rondleiding Juni: Drakentuin en Yggdrasil
        • Augustus
      • Workshops
        • Workshop: vlechtwerken in de tuin
        • Snoeicursus Kleinfruit: Rode bes en Framboos
      • Boeken
        • Gezonde Voeding Uit De Natuurlijke Moestuin
        • Mulchen in de natuurlijke moestuin
        • Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin
          • BonusBrochure
          • Persmap
        • Combineren in de natuurlijke moestuin
          • Bonus Video’s
          • Pers Map
        • Zeven stappen naar een natuurlijke moestuin
      • Online Brochures
      • Zelfstudie Cursussen
        • Mulchen
        • Zelfstudiecursus Permacultuur
      • Tutorial Kruidenspiraal
        • Toegang
    • Cursussen
      • Info ZelfstudieCursus ‘Het Groene Fundament’
        • Zelfstudiecursus ‘Het Groene Fundament’
      • Info Online cursus ‘Groenten Kweken’
        • Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken’
      • Jaaropleiding Ecologisch Tuinieren en Permacultuur
      • Info Online Jaarcursus ‘Groenten Kweken voor gevorderden’
        • Online Cursus voor Gevorderden
    • Bronnen en hulpmiddelen
  • Blog
  • Word Lid
  • Contact
    • Wie ben ik?
    • Contact
    • Op zoek naar een lesgever?
    • Openingsuren hoevewinkel
  • Login
    • Account
    • Ledenplatform
    • Login
Je bent hier:Home / Archives for permacultuur

De moestuin als rustpunt



Voor veel mensen is een moestuin een plek om groenten te kweken, opbrengst te hebben en, al dan niet gedeeltelijk, zelfvoorzienend te zijn. Ik kan me daarin vinden en dat is uiteraard ook belangrijk. Maar ik vind dat een (moes)tuin in het algemeen toch ook voor veel andere doeleinden kan worden ingezet. Als je mij al een tijdje volgt, dan weet je dat. Zeker in onze huidige tijd is de tuin een ideale plek om tot rust te komen, te ontspannen, te observeren en even alles naar de achtergrond te verdringen om gewoon in het moment te zijn.

Het brein en de amygdala

In deze podcast wil ik er wat wetenschappelijker op ingaan waarom je gemakkelijker tot rust komt als je in je tuin bezig bent. Om te beginnen gaan we eens kijken naar onze hersenen. Diep daarin zit een klein, amandelvormig gebiedje weggestoken: de amygdala. Dat is een soort emotioneel controlecentrum dat instaat voor onze vecht- of vluchtreactie. Je kan het een beetje zien als een rookalarm dat de omgeving continu scant op gevaar. Het is de plek waar al onze sensorische waarnemingen samenkomen. Vervolgens bepaalt de amygdala of je in de stress moet schieten en je lichaam vol moet pompen met cortisol en adrenaline, zodat je kunt vechten of vluchten.

Vroeger was dat zeer nuttig, maar in onze huidige maatschappij is dat wat diffuser geworden. Doordat we constant gebombardeerd worden met allerlei prikkels – denk aan reclameboodschappen, verkeer, drukte en werkstress – staat dat alarm eigenlijk continu aan. Daardoor is de amygdala constant overactief, wat ervoor zorgt dat we snel gestrest raken en moeilijk tot rust kunnen komen.

Een evolutionair perspectief op wildplukken

Afgelopen week heb ik het boek The Wilderness Cure van Mo Wilde gelezen. Daarin gaat zij de uitdaging aan om een jaar lang enkel te leven van wat ze kan wildplukken. Dus niets kopen en niets zelf kweken, maar enkel overleven op wat ze in haar ruime omgeving in het wild kan vinden. Ze onderzoekt wat dat met je lichaam doet, of het mogelijk is in onze huidige maatschappij en wat de effecten ervan zijn. Ze beschrijft haar dagelijkse zoektochten naar eten, hoe ze zich voelt en wat ze allemaal meemaakt.

Ze vertelt onder andere dat je tot rust komt als je aan het zoeken bent naar voedsel in een tuin, in het bos of op het strand. Dat valt evolutionair te verklaren. Onze voorouders, de jager-verzamelaars, moesten constant uitkijken voor gevaarlijke dieren en andere bedreigingen. Maar als je goed wilde observeren of er ergens iets eetbaars te vinden was, moest je je daar volledig op kunnen concentreren. Die focus was voor de amygdala het signaal dat de omgeving veilig was. Er waren op dat moment geen wilde dieren in de buurt, waardoor er tijd en ruimte was om rustig voedsel te verzamelen. Het stelde de amygdala gerust. Als je nu in je tuin bezig bent met wildplukken, onkruid wieden of het observeren van insecten, dan geef je eigenlijk een vergelijkbaar signaal af aan het paniekcentrum in je hersenen. De boodschap is: het is veilig, er is tijd en ik kan me in alle rust met deze zaken bezighouden. Daardoor laat de amygdala je even met rust en ontspan je.

‘Soft fascination’ en observeren

Ik ben daar wat verder op gaan zoeken op het internet. Blijkbaar activeer je je visuele schors en prefrontale cortex – het logische, denkende deel van je hersenen – wanneer je echt bewust iets observeert om patronen te herkennen of dingen te vinden. In de permacultuur stimuleren we dat ook sterk: bewust kijken naar dingen zonder er direct een oordeel over te vellen of je meteen van alles af te vragen. Gewoon kijken naar hoe een insect vliegt, of geconcentreerd zoeken naar een specifiek onkruid voor je salade.

Omdat je hersenen maar moeilijk met meerdere bewuste taken tegelijk bezig kunnen zijn, remt dit de amygdala af. Een bekend voorbeeld hiervan is autorijden. Als je vaak dezelfde route naar je werk aflegt, kan het gebeuren dat je plots op je bestemming bent zonder dat je beseft dat je een half uur gereden hebt. Je hersenen proberen die routine te stroomlijnen en sluiten bepaalde prikkels buiten, omdat het anders veel te vermoeiend wordt. Iets gelijkaardigs gebeurt er als je geconcentreerd in je tuin bezig bent. In de wetenschap noemt men dit ‘soft fascination’ of zachte fascinatie. Doordat je aandacht wordt opgeslorpt door een gerichte, rustige activiteit of observatie, wordt het paniekcentrum in je hersenen gekalmeerd of zelfs even ‘uitgezet’. Zo ontspan je dus in de tuin.

Verwondering en symbiose

Naast het tot rust komen, vind ik observeren om nog een andere reden enorm belangrijk. Als je goed kijkt naar wat er gebeurt in je tuin – hoe het met de bodem gesteld is, waarom de ene plant goed groeit en de andere niet, of welke insecten en vogels er rondvliegen – dan verzamel je informatie die kan bijdragen aan het ontwerp van je tuin. Maar het doet voor mij nog meer: het wekt mijn nieuwsgierigheid.

Dat las ik ook in dat boek, waarna ik verder ging zoeken. Waarom vliegt een bepaalde vlinder nu al rond? Of waarom hangen die vervelende insecten in het voorjaar altijd in wolkjes boven het pad en vliegen ze in je gezicht? Als je je afvraagt waarom dat gebeurt, kom je bijvoorbeeld uit bij de levenscyclus van meivliegen. Ik vind dat een fantastisch onderdeel van tuinieren. Het wakkert je nieuwsgierigheid aan en brengt die kinderlijke verwondering terug – of geeft je de kans om die bot te vieren. Ik raak altijd weer gefascineerd door de complexiteit van de natuur. Als je je erin verdiept, ontdek je soms zeer verrassende samenwerkingen.

Omdat ik de laatste tijd veel aan het schilderen en klussen was voor de naderende opening van mijn winkel, heb ik veel naar luisterboeken geluisterd. Zo luisterde ik naar een boek over kolibries. Daarin kwam terloops ter sprake dat er mijten op kolibries kunnen zitten. We kennen allemaal wel schadelijke bloedmijten bij kippen, en ook kolibries kunnen last hebben van schadelijke mijten in hun veren. Maar blijkbaar is er ook een samenwerking met een ander soort mijt. De schrijfster van het boek kweekte jonge, gevonden kolibries op. Toen zij een mijt op de snavel van een jong zag lopen, raakte ze niet in paniek, in tegenstelling tot een onervaren collega die dacht dat de vogel in gevaar was. Ze hield simpelweg een bloem bij het snaveltje, de mijt sprong over op de bloem en was verdwenen.

Er is namelijk een soort mijt die in bloemen leeft van nectar en stuifmeel. Als daar te weinig voedsel is, of als ze met te veel zijn, wachten ze tot er een kolibrie langskomt. Ze springen dan op de snavel en ‘liften’ zo mee naar een volgende bloem waar de omstandigheden beter zijn. Deze soorten zijn samen geëvolueerd. De mijten gebruiken de vogel als transportmiddel en zouden zonder de kolibrie misschien niet kunnen bestaan.

Dat vind ik een heel speciaal en fascinerend voorbeeld van symbiose. We kennen uiteraard de samenwerking tussen schimmels en bomen, maar dit is zó specifiek uitgewerkt dat je het haast niet zou kunnen verzinnen. Ik vind het heerlijk en fascinerend om daarover te lezen.

De reis is mooier dan de bestemming

Nu hoeft het natuurlijk niet altijd zo exotisch en speciaal te zijn. Ook in je eigen achtertuin gebeurt er van alles, maar je ontdekt het pas als je echt observeert. Als je de tijd neemt om naar de dingen te kijken, erover na te denken, dingen op te zoeken, met anderen te praten en te experimenteren. Dat is voor mij een belangrijk deel van tuinieren. Persoonlijk vind ik dat proces zelfs belangrijker dan de uiteindelijke opbrengst.

Daarom is het pure oogsten voor mij ook niet het allerbelangrijkste en steek ik daar minder energie in. Ik ben gewoon graag in de tuin aan het werk.

Zoals het gezegde luidt: de reis is mooier dan de bestemming. Voor mij geldt dat absoluut als het over tuinieren gaat.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

 

 

 

 

Een Experiment met Lava, Bentoniet en Planten

Doorheen de voorbije podcasts heb ik het er al vaker over gehad dat wij, ondanks het feit dat we veel organisch materiaal in onze bodem hebben, toch vaak snel last hebben van droogte. Zeker in lange droge periodes, die we vroeger makkelijker konden overbruggen, lijkt het alsof we de laatste jaren meer problemen hebben om water vast te houden en het uit de diepte naar boven te brengen.

Heeft dat met extreme weersomstandigheden te maken of met een probleem met onze bodem? Ik heb het daar enkele podcasts geleden ook al over gehad en verteld dat we een test gingen uitvoeren op een bed om te kijken of we dat proces konden verbeteren of omdraaien. Mijn bevindingen en plannen daarover wil ik graag hier uit de doeken doen.

Lange droogte

Zoals gezegd lijkt onze bodem het niet optimaal te doen in droge periodes. Als het veel regent, wordt het water snel opgenomen; we hebben nooit natte bodems. Als het af en toe regent, houdt de grond voldoende water vast en groeit alles heel goed. Afgelopen jaar was bijvoorbeeld een recorddroog jaar, maar we hebben betrekkelijk weinig last gehad. We hebben een paar keer water gegeven, maar zeker niet vaak.

Maar de jaren daarvoor, als het echt lang droog was over een periode van een jaar, hadden we toch behoorlijk wat last. Ik heb gemerkt tijdens mijn jaar bij de bodempioniers dat het ook anders kan: een bodem die voldoende organisch materiaal bevat, waar planten goed groeien én die water goed vasthoudt.

Bodempioniers

Waarom dat bij ons niet het geval was, heb ik ontdekt samen met de bodempioniers. Toen ze langskwamen, hebben we bodemstalen bekeken en in de grond gegraven. Daaruit bleek dat onze bovenste laag heel los en rul is en te weinig structuur bevat.

Het lijkt meer op pure compost dan op humusrijke bosgrond of aarde waarin je planten gaat telen. Op zich is dat niet slecht: er zitten veel voedingsstoffen in en het water wordt goed opgenomen. Maar dit heeft zelfs een term in de bodemkunde: een ‘opgeblazen bodem’ of puffy soil.

Dat betekent eigenlijk dat we een beetje doorgeslagen zijn in de hoeveelheid organische stof in de bovenste laag. De verhouding tussen organisch materiaal en echte aarde (leem-, klei- en zanddeeltjes) is niet meer correct. Je krijgt een heel losse structuur, meer potgrond dan bodem. Eens dat droog is, neemt het zeer moeilijk water op. Je krijgt een waterafstotend effect en door de luchtigheid werkt de capillaire werking niet goed, waardoor de bodem moeilijk water kan opzuigen vanuit dieper gelegen lagen.

Evenwicht

Om dat te herstellen, moet je het evenwicht terugbrengen en meer klei- en leemdeeltjes toedienen. Je moet dat klei-humuscomplex proberen te herstellen; echt die ‘lijm’ tussen de deeltjes terugkrijgen zodat er een stevigere structuur ontstaat.

Dat is makkelijk gezegd, maar hoe doe je dat? De eenvoudigste manier is ongetwijfeld om alles goed door te spitten en die onderste fractie echte bodem naar boven te halen en te mengen. Maar aangezien we jarenlang niet gespit hebben en overvloedig hebben gemulcht, is die organische laag zo dik dat we bijna twee spaden diep zouden moeten spitten. Dan vernietig je heel veel bodemleven en zet je jezelf jaren terug. Dat lijkt mij dus geen goede optie, tenzij andere manieren geen resultaat opleveren.

Logisch?

Een andere logische optie die ik gevonden heb, is bentoniet toevoegen. Dat is een kleimineraal dat men in zanderige gronden gebruikt om water beter vast te houden en dat klei-humuscomplex op te bouwen. Het wordt ook gebruikt om vijvers af te dichten omdat het een dichte laag vormt als er water op komt. Het is dus een materiaal dat al veel gebruikt wordt in de tuin en makkelijk verkrijgbaar is.

Door bentoniet toe te voegen, zorg je voor extra lijm tussen de deeltjes, zodat die vastplakken aan de organische stof en stevige aggregaten vormen. Je moet wel behoorlijk wat toevoegen. Omdat enkel kleimineralen toevoegen misschien te weinig is, ben ik geneigd om ook lavameel of lavagruis te gebruiken.

Lavameel werkt sneller en mengt makkelijker. Ik heb beslist om naast bentoniet een vergelijkbare hoeveelheid lavameel toe te voegen om direct naar die structuurverbetering te gaan en de organische fractie wat extra te verdunnen.

Hoeveelheden

Wat betreft de hoeveelheden: ik heb geleerd dat men voor een eerste bodemverbetering zo’n 350 à 400 gram per vierkante meter aanraadt. Ik ga voor zowel bentoniet als lava die hoeveelheid aanhouden, dus samen 800 gram per vierkante meter. Dit ga ik verspreiden en licht inwerken zodat de vermenging kan beginnen.

Extra factor

Is dat voldoende? Ik denk het niet. Ik ben ervan overtuigd dat je ook het bodemleven moet stimuleren, bijvoorbeeld door het inzaaien van groenbemesters. Je hebt soorten die heel diep de grond in gaan en de bodem openbreken. Dat is belangrijk, want we zagen een duidelijke overgang tussen het organisch materiaal en de gewone bodem.

Planten stopten met wortelen aan de onderkant van die organische laag, terwijl ze in de laag daaronder veel makkelijker water zouden vinden. Als je werkt met groenbemesters die diep wortelen en die laag openbreken, zullen andere planten sneller geneigd zijn door die organische laag te groeien. Daarnaast zijn bodembedekkers die de bovenste laag intensief koloniseren en vastleggen belangrijk voor extra structuuropbouw.

Een criterium voor mij is dat de groenbemesters kapotvriezen in de winter. Als ze overleven, zit je in het voorjaar met een probleem: ofwel moet je alles uittrekken (waarbij je voordelen verliest), ofwel inwerken (wat ook niet ideaal is). De keuze is dan beperkter. Ik kwam uit op een mengeling van een zevental soorten. Hoe groter de diversiteit, hoe beter de impact.

De basis

De basis is Japanse haver. Dat is een grassoort die niet winterhard is en volledig afsterft. Hij wortelt redelijk diep en heeft een heel fijn vertakt wortelstelsel, waardoor de bodem goed vastgehouden wordt. Dit zorgt voor een rullere grond met meer aggregaten, versterkt door het lavameel en de bentoniet.

Voor de diepte gebruik ik bijvoorbeeld gele mosterd, die makkelijk kapotvriest. Ik gebruik ongeveer 40-50% Japanse haver om de toplaag te binden. Daarnaast gele mosterd voor de diepe penwortel , serradella en lupine voor diepe beworteling , Alexandrijnse klaver (vriest ook kapot en wortelt zowel diep als oppervlakkig) , boekweit (start snel en dekt de bodem af) en phacelia (breekt de toplaag open).

Voorjaar of zomer?

Ik ga dit mengen en uitstrooien rond begin augustus. Mijn oorspronkelijke plan was het voorjaar, maar daar zijn nadelen aan. Als ze lang staan, worden ze houtig, wat in het voorjaar lastig is. Bovendien merken planten in het najaar dat het koeler wordt en gaan ze sneller diep wortelen op zoek naar voedingsstoffen, in plaats van te focussen op bovengrondse groei.

In het voorjaar geven ze meer aandacht aan bloem en zaad, waardoor het ondergrondse gedeelte minder ontwikkelt. Daarom kies ik voor augustus.

Om de bodem tot die tijd bedekt te houden zonder extra mulch, zaai ik in het voorjaar phacelia. Die maakt veel bloemen voor bestuivers, wortelt fijn en kan ik makkelijk maaien om daarna de andere mengeling te zaaien.

Experimenteren

Oorspronkelijk wilde ik experimenteren met verschillende zones op één bed: een stuk niets doen, een stuk alleen lava, een stuk alleen bentoniet, enzovoort. Maar achteraf gezien is dat absurd. Een bed waar je niets op doet, heb je al genoeg in de rest van de tuin. Ik denk dat je best alles ineens kunt doen. Het heeft weinig nut om alleen lavameel te doen zonder bentoniet, want je hebt die klei nodig voor het complex en de lava voor de structuur. En de groenbemesters heb je nodig om het bodemleven te activeren. Daarom pas ik alles ineens toe op het volledige bed.

Conclusie

Ik heb één bed van 10m² gereserveerd voor dit experiment. In april ga ik 400 gram lavameel en 400 gram bentoniet per vierkante meter verspreiden. Dat is in totaal 5 kg bentoniet en 5 kg lavameel. Dit werk ik oppervlakkig in. Daarna zaai ik zo snel mogelijk phacelia. Eind juli of begin augustus maai ik de phacelia af en zaai ik het complexe mengsel van groenbemesters. Die laat ik in de winter kapotvriezen.

In het voorjaar van 2027 gaan we dan kijken of de bodem steviger is en of de wortelgroei anders is. We zullen zien of er een merkbaar verschil is naar water geven toe en het overleven in droge periodes.

Ik vermoed dat één jaar te weinig gaat zijn en dat er nog een tweede gift bentoniet nodig zal zijn. Hopelijk hebben we positieve resultaten in 2027, maar misschien moeten we wachten tot 2028 voor een definitieve verbetering.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

Diversiteit Onder De Grond Is Misschien Belangrijker Dan Boven De Grond!

Diversiteit is een heel belangrijk element in de natuur en logischerwijs dus ook in permacultuur en natuurlijk tuinieren. Bovengrondse diversiteit is relatief eenvoudig uit te leggen. We streven naar een diverse tuin: verschillende planten, diverse randen, een rijkdom aan leven.

Dat weten we ondertussen wel. Daar zijn we ook al een heel eind in mee. Dat is vertrouwd terrein. [Read more…]

Foto’s Hebben Nog Een Groot Nut Na De Ontwerpfase

 

Ik wil het vandaag graag hebben over het belang van foto’s nemen tijdens het observeren in de tuin. Niet alleen in een grote nieuwe tuin, maar ook in een kleine tuin én zelfs wanneer je al jaren bezig bent. Foto’s zijn niet alleen handig om vast te leggen wat er allemaal aanwezig is en die informatie later te gebruiken in je planning. Wat ik in deze podcast vooral wil benadrukken, is hoe waardevol foto’s zijn om terug te kijken in de tijd. Die vergelijking is vaak verrassender dan je denkt. [Read more…]

Problemen Oplossen, Efficiënter Werken en Meer Diversiteit in Onze Zelfpluktuin


Welkom in de podcast van deze week. Het is een beetje een minireeks. Vorige week heb ik het gehad over onze pluktuin, onze zelfpluktuin voor fruit, die we opnieuw gaan inrichten omdat er momenteel toch van alles fout loopt.

Ik heb vorige keer uitgelegd hoe we die ontworpen hebben, dat de ligging ideaal is met enkele bemerkingen, en wat er momenteel fout loopt. Deze week wil ik het graag hebben over de praktische uitwerkingen van de oplossingen en hoe we de nieuwe zelfpluktuin gaan aanpakken en inrichten. Zoals ik al zei, we gaan hem anders inrichten. [Read more…]

Wat Doe Je Met Een Stuk Grond Achter Je Zone 5?


Bij Yggdrasil hebben we een zelfpluktuin met fruit — niet met groenten, niet met andere zaken, enkel fruit. Die is er op een bijzondere manier gekomen, en daar wil ik het graag over hebben. Het is een uitgebreid onderwerp, zeker omdat we er dit jaar enkele aanpassingen aan gaan doen.

Hoe we die tuin ontworpen hebben, wat goed ging, wat er de laatste jaren fout loopt en waarom, en wat we gaan veranderen, vraagt heel wat uitleg. Daarom verspreid ik het over twee podcasts. In deze eerste aflevering vertel ik hoe het gekomen is dat wij op die plek onze zelfpluktuin hebben, waar het idee vandaan komt, hoe we die hebben ontworpen en wat er allemaal fout liep.

[Read more…]

Eerst Het Waarom, Daarna Volgt Het Hoe!

Ik krijg heel veel mails binnen waarin ik problemen voorgeschoteld krijg. Mensen geven soms ook een oplossing erbij en vragen dan of dat misschien de manier is waarop ik het zou doen. Maar het is dikwijls niet zo eenvoudig om op die vragen te antwoorden, want op welke manier kan je eigenlijk het best antwoorden op vragen over problemen in de tuin?

Het lijkt misschien raar dat ik dat op die manier verwoord, want uiteindelijk wil jij, als je een vraag stelt, gewoon een oplossing voor je probleem. Maar in een natuurlijke tuin, als je met permacultuur bezig bent, dan weet je dat al: een direct antwoord is vaak niet de juiste oplossing voor jouw specifieke situatie. En wat ik daarmee bedoel, dat leg ik graag uit in deze podcast.

Starten met waarom

Afgelopen week heb ik een korte lezing gevolgd van Laurens Van Dessel, die in zijn vrije tijd actief bezig is met voedselbossen, met permacultuur en met vele zaken daar rond. Maar als job, wat hij in zijn dagelijks leven doet, is hij marketeer die vooral bezig is met storytelling. Hij heeft dat ook aangetoond, bijvoorbeeld met de site Eten Uit het Bos, waar hij verschillende permacultuurprojecten is gaan bezoeken en eigenlijk een beetje het verhaal vertelt van wat er allemaal gebeurt en wat mensen daar doen.

Tijdens die lezing gaf hij wat uitleg – storytelling een heel uitgebreid onderwerp – over wat je als bedrijf of als persoon kan doen om mensen geboeid te houden en het interessant te maken, bijvoorbeeld op sociale media. Hij haalde daar tien tips uit, en één daarvan heb ik heel goed onthouden: dat je moet inspelen op of vertrekken vanuit het waarom van je project, je dienst of wat je doet, en dat dan automatisch de hoe ook wel duidelijk wordt.

Zo werkt het bij ons

Dat klonk mij vertrouwd, want dat is uiteindelijk ook wat ik probeer te doen, en wat je zeker ook in permacultuur moet doen. Het is heel moeilijk om te zeggen tegen mensen: je moet dat zo doen. Het is belangrijker dat je weet waarom je iets moet doen en wat daar allemaal achter zit. Dan vind je meestal ook wel het hoe dat voor jou van toepassing is.

Daarom ook, als ik cursussen geef of mails beantwoord, zeg ik altijd: “Ik vertel wat wij doen, in onze situatie.” Dat is als laatste toevoegsel na de uitleg van een oplossing toch wel belangrijk, omdat het onze manier van werken is, op onze bodem, in onze omstandigheden. Het kan perfect zijn dat het helemaal anders werkt bij jou.

Mulchen in het najaar

Bijvoorbeeld als het over mulchen gaat in deze periode, dan komen er altijd vragen over de dikte, over het materiaal, over wanneer je moet mulchen en wat je allemaal kan gebruiken. In deze tijd van het jaar gaat het heel vaak over mulchen: welke materialen mag je gebruiken, verzuurt de bodem niet, moet je het weghalen in het voorjaar? Dat zijn allemaal vragen die op zich eenvoudig lijken, maar als je wat dieper kijkt, merk je dat het allemaal sterk afhankelijk is van je bodemactiviteit, van de materialen die je gebruikt – eikenblad of lindeblad bijvoorbeeld – van hoe fijn je ze maakt, of je dat volledig op de bodem legt of gedeeltelijk laat verteren, of je het verzamelt met een grasmachine of in stukken knipt met een haagschaar.

Dat maakt allemaal verschil en heeft invloed op de verteringssnelheid. En ook: wanneer wil je het weg hebben van je bedden? Wij zijn luie tuiniers, wij laten alles lang liggen, laten de natuur haar werk doen en wachten tot de temperatuur van de bodem voldoende opgelopen is, tot het bodemleven heel actief is. Wij beginnen meestal pas begin mei met het grootste deel van onze tuin te zaaien en te planten. Dat is redelijk laat, maar dat speelt allemaal een rol.

De temperatuur speelt mee. Lig jij in Friesland met je tuin of aan de zee in Vlaanderen, dat is een enorm verschil. Heb je een microklimaat, lig je in een stad of op een open plek, op een helling aan de noordkant waar veel wind en open ruimte is – dat maakt allemaal verschil in temperaturen, in nachttemperaturen.

Er zijn dus heel veel factoren die het resultaat beïnvloeden, en die ook bepalen hoe je iets het best aanpakt. En dat maakt het zo moeilijk om te zeggen tegen iemand: “Je moet dat zo doen.” Daarom vind ik het veel belangrijker dat wij in een cursus uitleggen waarom je iets doet en wat het effect zal zijn. Hoe je dat zelf het best kan aanpakken, volgt daar meestal vanzelf uit.

Ideaal? Observeren en experimenteren

Of, wat volgens mij het ideale is: dat je het zelf ontdekt door te observeren en te experimenteren. Dat is ook een belangrijke denk ik: dat je moet leren om dingen te proberen en te durven, wetende dat het kan mislukken. We zijn dat een beetje afgeleerd. Op school leren we de manier waarop het moet. Op het werk leer je een stramien dat je moet volgen. Als je gaat koken, heb je een recept waarin stap voor stap staat wat je moet doen. En het idee is dan: als je die volgorde volgt, kom je tot een goed resultaat.

Dat kan in sommige delen van je leven kloppen, maar in een tuin werkt dat zelden zo. In permacultuur en natuurlijk tuinieren draait het niet om “de juiste manier” – die bestaat niet. Er zijn zoveel externe factoren die alles beïnvloeden, waarvan misschien wel de belangrijkste jouw manier van werken is. Het gaat niet om de juiste manier, maar om de juiste omgeving, de juiste context, het juiste geheel van factoren.

Wat bij ons werkt, in onze omstandigheden, met onze bodem, onze voorgeschiedenis en onze doelen, kan bij jou totaal anders uitpakken. Misschien heb jij andere doelen, een ander ritme, andere materialen of gewoon minder tijd. En dan moet het dus ook op een andere manier.

Veel theorie en achtergrond

Daarom besteden we in onze cursussen veel tijd aan het theoretische gedeelte. Dat lijkt misschien vreemd – theorie in een tuinierscursus – maar eigenlijk is dat heel logisch, zeker als je natuurlijk wilt tuinieren. Er is zoveel kennis nodig om te begrijpen wat er allemaal gebeurt en waarom je iets doet. Als je dat weet, begrijp je ook beter hoe je het kunt doen.

Als je weet waarom je gaat mulchen, waarom het najaar daar zo’n goede periode voor is, wat er gebeurt met het blad of ander materiaal, waarom je beter bruin materiaal gebruikt dan groen, waarom je de dikte van je mulchlaag aanpast aan de weersomstandigheden – dan begrijp je wat er gebeurt. En dan weet je ook waarom je het soms beter dunner doet, om vroeger een vrije bodem te hebben. Al die “waaroms” samen geven je een goed beeld van het “hoe”.

En natuurlijk moet je daarna altijd nog proberen, testen, aanpassen aan jouw omstandigheden. Want, ik geef het eerlijk toe, ook wij maken nog altijd fouten. Dat hoort erbij. De omstandigheden veranderen elk jaar, en dat betekent dat je blijft leren, met vallen en opstaan. De fouten worden kleiner, maar verdwijnen nooit helemaal. En dat is goed, want het houdt je scherp.

Geen juist antwoord

Dus voor iedereen die een vraag stelt – niet alleen aan mij, maar op alle mogelijke platformen of gewoon aan zichzelf – er is geen juist antwoord. Er is alleen jouw manier van werken, op jouw bodem, in jouw context, in relatie met alles wat daar leeft, onder en boven de grond. Ook bv. met medetuiniers moet je vaak zoeken naar een evenwicht tussen ieders manier van werken en verwachtingen.

Dat maakt sommige mensen onzeker, maar dat hoeft niet. Het zou je niet bang moeten maken, maar nieuwsgierig. Nieuwsgierig om dingen te proberen, te observeren, te leren. Weten dat fouten erbij horen, dat iedereen zoekende is. Zelfs mensen die al jaren tuinieren – ook wij.

Ik heb dit jaar bijvoorbeeld enorm veel bijgeleerd over de bodem door samen te werken met de Bodempioniers. En zo leer ik elk jaar weer iets nieuws. Over compost, over het kweken van tomaten, over mulch. Iedereen, ook wie al lang bezig is, blijft bijleren. Zolang je jezelf maar nieuwsgierig opstelt en de notie van perfectie loslaat. Want perfectie bestaat niet in de tuin.

Elk jaar anders

Elk jaar zijn de weersomstandigheden anders, en elk jaar mislukt er wel iets. Soms één of twee teelten, om redenen die je niet altijd begrijpt. Soms lukt iets nergens: een jaar lang was peterselie moeilijk te vinden, nergens groeide het goed, ook niet bij ons. Het jaar daarna was het kervel of pompoen. Dan denk je misschien dat jij iets fout gedaan hebt, maar vaak zijn het gewoon de omstandigheden.

Observeren, experimenteren, durven proberen – dat is wat telt. Als je het waarom begrijpt, vind je vroeg of laat jouw hoe. En blijkbaar geldt dat niet alleen in de tuin, maar in zoveel andere domeinen van het leven.

 


Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!

Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin

 

Bodempioniers Op Bezoek

Zoals je waarschijnlijk al weet, ben ik al een hele tijd bezig met Bodempioniers: een studiegroep, een zelflerend netwerk waarbij we elkaars projecten bezoeken, veel van elkaar leren, en op het einde de bedoeling hebben een advies uit te brengen aan het Departement Landbouw. Afgelopen week was Yggdrasil aan de beurt en hebben we onze bodem eens grondig bekeken.

Ik zat al een tijdje met behoorlijk wat vragen over onze bodem. Een deel ervan was al beantwoord door andere bodems te bekijken, veel te leren en te luisteren naar wat anderen ervaren, maar er was ook een nieuwe vraag bijgekomen. Daar had ik het eerder al over gehad: dat we ondanks al het mulchen toch nog last hebben van droogte, terwijl we nochtans heel veel organische stof in de bodem hebben.

[Read more…]

Komt Je Bodem Omhoog Na jaren Intensief Mulchen?

Een vraag die regelmatig terugkomt, via mail of tijdens cursussen, is of je bodem niet omhoogkomt door al die compost en vooral door het vele mulchen dat we doen. Het is een uitgebreid antwoord om uit te leggen wat er precies gebeurt wanneer je dat allemaal toepast, en ik probeer dat in deze podcast te beantwoorden. [Read more…]

Over Aardbeien, Mulchen, Voedselbossen En … Mulchen!

Als ik een blog of een podcast heb gepubliceerd, dan worden er vaak vragen gesteld. Via de reacties, maar ook via mail komen er best wel wat vragen binnen over dat onderwerp.

Of soms over iets vergelijkbaars, of iets aansluitend dat mensen zelf doen. Of iets waar ze via de podcast aan herinnerd werden. Heel vaak merk ik ook in mijn cursussen dat veel mensen eigenlijk dezelfde vragen hebben.

Dus misschien is het een goed idee om die vragen af en toe gewoon via de podcast te beantwoorden, zodat iedereen ermee in contact komt. En misschien ook met vragen die ze zelf niet durfden stellen, of misschien niet de moeite waard vonden om te stellen, maar waar ze dan toch een antwoord op krijgen.

[Read more…]

  • 1
  • 2
  • 3
  • …
  • 26
  • Next Page »

© 2026 Yggdrasil BV · BE 0879.821.474
Algemene voorwaarden - Retourbeleid - Privacybeleid

Privacy Beleid

×