Wanneer ik het heb over het gebruik van compost en mulch, leg ik altijd uit dat wij dit niet in de grond inwerken, maar dat we het er simpelweg bovenop leggen. Soms gaat het om stevige lagen: in het begin 10 centimeter compost, en daarna vaak 5, 10 of zelfs 15 centimeter mulch, afhankelijk van het soort materiaal. Een vraag die dan ook heel vaak terugkomt, is: “Wordt je bodem daardoor dan niet enorm aangehoogd? Ga je na verloop van tijd niet op een grond werken die een meter hoger ligt dan de omgeving, puur omdat je steeds maar materiaal blijft toevoegen?” [Read more…]
De kunst van het correct water geven
In de podcast van vandaag wil ik het graag hebben over water geven. Dat is misschien niet verrassend, aangezien het al zo lang droog is en water geven voor veel mensen momenteel hét gespreksonderwerp is. Als je nu niet stilaan begint met water geven, zal er straks namelijk niet veel te oogsten zijn.
Ik heb lang op een boomkwekerij en in een tuincentrum gewerkt. Daar heb ik ontzettend veel geleerd over hoe mensen water geven, wat er allemaal verkeerd kan gaan en hoe je het beste aanpakt. De belangrijkste les die ik daar heb geleerd, is dat water geven op zich niet moeilijk is, maar dat correct water geven een heel ander verhaal is. Wat ik daar precies mee bedoel, ga ik in deze podcast uitleggen.
Ik ga niet te diep in op alle basistechnieken. Als je daar meer over wilt leren, kun je beter terugscrollen; ik heb daar ruim een jaar geleden al eens een uitgebreide, dubbele podcast over gemaakt. Maar ik heb de laatste weken op social media, in gesprekken en via mail zoveel dingen zien passeren, dat ik me toch wat vragen begon te stellen. Er worden zaken geadviseerd die naar mijn mening voor aanzienlijke problemen in de tuin kunnen zorgen. Tijd voor wat verduidelijking dus!
De kracht van mulchen: Waarom een blote moestuinbodem verleden tijd is!
Afgelopen weekend stond ik op het festival van de coöperaties van CERA, op de Citadel in Diest. Omdat we bezig zijn met het oprichten van een coöperatie, hadden we op hun vraag wat extra visueel toonmateriaal meegenomen om onze stand aan te kleden. We hadden twee vierkante meterbakken bij, ingezaaid en beplant volgens ons natuurlijke systeem van schijnbare chaos. Bij één van die bakken lieten we de compost bloot, terwijl we de andere hadden gemulcht met grasmaaisel om te tonen dat dit belangrijk is en goed werkt.
Ik had er niet echt bij stilgestaan dat dit zoveel opmerkingen zou opleveren. Op zo’n festival lopen veel mensen rond die wel tuinieren, maar niet per se met natuurlijke methodes. Het verbaasde me dat mulchen bij hen nog zo onbekend is en dat er nog behoorlijk wat vragen over gesteld werden. Zelfs mensen die al langer tuinierden betwijfelden of het wel mocht en goed was. Ze stelden een spervuur aan vragen: Wat is dat? Waarom leg je dat? Is dat enkel om water vast te houden in deze droge periode? Hoe dik mag je het leggen?. Dat vormt de ideale aanleiding voor deze podcast!. Ik ga kort in op de vele voordelen van mulchmateriaal, want het doet veel meer dan enkel de bodem afdekken. [Read more…]
Hoeveel organische stof is ideaal? (En wanneer wordt het een probleem?)
Een tijd geleden kreeg ik een interessante vraag over de optimale hoeveelheid organische stof in een moestuinbodem. Ik vertel in mijn podcasts vaak hoe wij vroeger zijn begonnen met een erg slechte bodem, waar nauwelijks organisch materiaal in zat, met een beroerde structuur en zonder enig bodemleven.
Door het structureel toevoegen van organisch materiaal hebben we dat niveau geleidelijk omhoog gebracht. Afhankelijk van de metingen zien we de laatste jaren dat ons organisch stofgehalte vaak rond de 5 tot 6 procent ligt, en op sommige plaatsen zelfs uitschieters heeft naar 8 procent.
Een Nieuwe Poging Met Levende Bodembedekkers
Een hele tijd geleden heb ik het in deze podcast al eens gehad over het gebruik van levende bodembedekkers als continue mulchlaag. Je zaait of kweekt planten in die laag, waardoor je eigenlijk geen moeite meer hoeft te doen om mulch te verzamelen. Bovendien geniet je van de voordelen van levende wortels in de bodem, die je grond constant verbeteren en het bodemvoedselweb ondersteunen. Ik ben onlangs begonnen met dit in te zaaien, maar er zijn toch enkele bedenkingen bij te maken. Om te beginnen is er de keuze van de planten. [Read more…]
Overleven in de vrieskou: Wat gebeurt er onder de grond?

In de winter gaat alles in de tuin in rust; zeker bovengronds valt het leven stil. Maar wat gebeurt er eigenlijk met al dat bodemleven tijdens een zware winterweek, als het sneeuwt en ‘s nachts hard vriest? Overleeft dat allemaal, of verdwijnt het en moet de populatie in het voorjaar weer van nul opbouwen?
Terwijl wij tijdens de koude dagen gezellig binnen in de zetel kruipen en ons bezighouden met zaden- en tuinplanning, blijven onze hulptroepen achter in de tuin. Denk aan al die nuttige insecten, bacteriën, schimmels en regenwormen die deel uitmaken van het bodemvoedselweb. Hoe overleven zij de kou en kunnen wij hen daarbij helpen?
De regenworm: De diepte in of in de knoop
Laten we beginnen met de bekendste medewerker van jouw bodem: de regenworm. Iedereen weet hoe nuttig ze zijn, en in een gezonde bodem kom je er behoorlijk wat tegen.
De meeste regenwormen voelen de kou aankomen. Ze wachten niet tot het hard vriest, maar trekken bij dalende temperaturen al dieper de grond in, tot wel 40 à 60 centimeter diepte. Dit is meestal net onder de vorstgrens in onze streken. Op die diepte is de temperatuur zo’n 3 tot 4 graden, wat voor hen geen enkel probleem is. Het grote gevaar voor wormen is namelijk dat het water in hun lichaam bevriest. Hierdoor ontstaan scherpe ijskristallen die hun cellen kunnen lekprikken, en dat overleven ze niet.
Soms worden wormen echter verrast door plotse kou, of zijn ze nog te klein om diep genoeg te graven. In dat geval gaan ze in diapauze. De worm rolt zich op tot een strakke bal (een soort knoop) in een klein kamertje in de aarde en omhult zichzelf met eigen slijm. Dit slijm voorkomt uitdroging, terwijl de worm zijn metabolisme zo laag mogelijk zet om energie te sparen. Zo wachten ze tot de vorst voorbij is. Interessant genoeg doen ze dit ook in de zomer als het te heet en droog wordt; dat noemen we dan een zomerslaap.
Kleine beestjes en hun interne antivries
Hoe zit het dan met andere bodemdieren die niet diep kunnen wegkruipen, zoals mijten, pissebedden en springstaarten?. Zij lossen dit op met chemie.
Zodra de dagen korter worden – dus nog voordat het echt koud is – krijgen zij een seintje van hun lichaam om hun bloedsamenstelling te veranderen. Ze maken grote hoeveelheden suikers en alcoholen aan, specifiek glycerol. Dit ken je misschien wel als het bestanddeel in de ruitenwisservloeistof van je auto. Het werkt precies hetzelfde: het verlaagt het vriespunt van hun lichaamsvloeistoffen. Waar normaal water bij 0 graden bevriest, kunnen deze diertjes dankzij de glycerol temperaturen van -5 tot wel -20 graden overleven. Ze zijn dan wel non-actief, maar ze vriezen niet kapot.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen. De sneeuwvlo, een soort springstaartje, heeft juist kou en sneeuw nodig. Op zonnige winterdagen komen ze naar boven om op de sneeuw rond te springen en een partner te zoeken. Zie je op een winterdag zwarte puntjes op de sneeuw? Grote kans dat dit sneeuwvlooien zijn.
Bacteriën en schimmels
Dan zijn er nog de allerkleinsten: bacteriën en schimmels. Zij kunnen niet wegkruipen en hebben geen bloed om aan te passen. Toch zijn ze enorm sterk. Bacteriën zetten ofwel voortplantingsmechanismes in gang waarbij ze zelf afsterven maar nageslacht achterlaten, of ze omgeven zichzelf met een dikke wand ter bescherming. Ze gaan in een soort ruststand waarbij alle activiteit stopt. Het voordeel hiervan is dat ze razendsnel weer actief kunnen worden zodra de temperatuur stijgt.
Het gevaar van de ‘naakte’ bodem
Hoewel de natuur dus slimme overlevingsmechanismen heeft, schuilt er een gevaar in de klassieke manier van tuinieren. Veel mensen spitten hun tuin voor de winter om alles “netjes” te maken, zodat de vorst de structuur van de kluiten kan breken. Dit advies is echter achterhaald, onder andere omdat het bodemleven hierdoor veel gevoeliger wordt voor temperatuurschommelingen.
Stel dat het na een week hard vriezen plots 10 of 11 graden wordt met een zonnetje, zoals we soms in de winter zien. Een open, zwarte bodem warmt dan heel snel op. Een deel van het bodemleven denkt hierdoor onterecht dat de winter voorbij is. Sommige pissebedden of springstaarten beginnen hun interne antivries (de glycerol) af te breken.
Als het daarna in februari weer hard gaat vriezen, hebben ze een groot probleem. Ze zijn hun bescherming kwijt en het kost tijd om die opnieuw aan te maken. Bij sterke en snelle schommelingen overleven ze dit vaak niet.
De oplossing: Mulchen en rommelhoekjes
In een natuurlijke moestuin lossen we dit op door de bodem af te dekken met een mulchlaag. Dit werkt als een isolatiedeken. Het zorgt ervoor dat de bodem veel trager afkoelt, maar ook veel trager opwarmt bij tijdelijke zonnige periodes. De pieken en dalen van de temperatuur worden afgevlakt. Als er ook nog sneeuw op ligt, werkt dat als een dubbele isolatielaag en bevriest de bodem eronder vaak nauwelijks. Hierdoor wordt het bodemleven niet ‘gefopt’ om te vroeg wakker te worden.
Daarnaast adviseren we in de permacultuur altijd een “zone 5”: een hoekje waar je niets doet. Laat ergens een takkenhoop of steenhoop liggen. Dit zijn essentiële overwinteringsplekken. Onder zo’n takkenhoop blijft het bodemleven vaak een beetje actief, waardoor er warmte vrijkomt en de grond zelden bevriest.
Ruim ook niet te veel op in het najaar. Laat uitgebloeide bloemstengels, maïsstengels, kolen en afgevallen blad staan of liggen. Ze breken de wind, isoleren de bodem en bieden onderdak aan je werknemers, zodat zij in het voorjaar weer klaarstaan om je tuin te helpen.
Conclusie: Mulch en laat ‘rommel’ staan
Het bodemleven heeft door miljoenen jaren evolutie manieren gevonden om de winter te overleven, zolang wij die beschermende factor niet weghalen door te spitten of de bodem kaal te maken. Als jij zorgt voor een mulchlaag, start je in het voorjaar met een grote voorsprong omdat je bodemvoedselweb nog actief en intact is.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin
Blad Is Een Zalig Mulchmateriaal Maar …

In deze podcast wil ik het graag hebben over mulchen met blad. Mulch met blad is ideaal in deze periode. Het valt binnenkort massaal van de bomen, is gratis en steeds vernieuwd. Voor wie nog niet met mulchen aan de slag is, is dit eigenlijk een perfecte kans om te starten. Het materiaal ligt letterlijk voor het grijpen. [Read more…]
Is Mulchen Te Combineren Met Je Teeltwisseling?

Niet zo lang geleden was er een reactie op een podcast die verschenen was, en het ging over mulchen.
De vraag gaat als volgt: ik heb al veel gelezen over mulchen met bladgroen van geoogste groenten. Normaal moet je roteren met verschillende soorten groenten doorheen de jaren, maar als je dezelfde groenten gebruikt om te mulchen, is dat dan verschillend van het opnieuw inzaaien van die groenten op dezelfde plaats? Heeft dit dan geen invloed?
En dat is een interessante vraag, waarvan ik vermoed dat er wel meerdere mensen met zulke vragen rondlopen. Daarom wil ik in deze podcast daar graag een antwoord op geven. [Read more…]
Moet Je De Mulchlaag Weghalen in het Voorjaar?

Dat mulchen enorm veel voordelen heeft in de tuin, dat heb ik al herhaaldelijk gezegd, en dat is jou misschien ondertussen ook al wel duidelijk. Maar in het voorjaar, wat doe je dan met die mulch? Moet je die laten liggen? Moet je die weghalen? Het advies dat altijd gegeven wordt, is dat je die in het voorjaar moet weghalen, zodat de bodem open en bloot ligt. Maar heeft dat nu echt wel voordelen? Waarom zou je dat doen, en hoe doen wij dat? Dat ga ik proberen uit te leggen.
Zorgt Mulchen Voor Gebrekkige Groei Van Je Planten?

In de vorige podcast heb ik het gehad over bemesten en hoe dat absoluut niet nodig is in een natuurlijke moestuin. Ik legde uit hoe je door organisch materiaal in de bodem te brengen voldoende voedingsstoffen voorziet voor je planten. Een gerelateerde vraag die regelmatig naar voren komt, is hoe het nu precies zit met mulchen en stikstoftekorten. Daar wil ik in deze podcast wat uitgebreider op ingaan.
Mulchen en stikstoftekorten: een veelgehoorde zorg
Vaak wordt gevraagd of verteld, of heeft men ergens gelezen, dat mulchen problemen kan geven met het stikstofaanbod. Het idee is dat door het aanbrengen van organisch materiaal, er een stikstoftekort kan ontstaan, waardoor je planten niet meer goed groeien en je geen goede opbrengsten meer krijgt. Maar klopt dit wel? Volgens mij valt dat reuze mee.
Wanneer je organisch materiaal op je bodem brengt, of dat nu bruin of groen materiaal is, stikstofrijk of stikstofarm, maakt eigenlijk niet zo veel uit. Dit materiaal komt in contact met de bodem, en het bodemleven gaat ermee aan de slag. Het verteert het materiaal, en bij dat verteren komen allerlei voedingsstoffen vrij, waaronder koolstof en stikstof. Deze voedingsstoffen worden gedeeltelijk vrijgegeven voor je planten.
Wat er kan gebeuren, is dat het bodemleven merkt dat er veel voedsel beschikbaar is. Het gaat zich dan spontaan vermenigvuldigen. De omstandigheden zijn ideaal, dus het bodemleven breidt zich sterk uit. Om dit te doen, heeft het uiteraard ook voedingsstoffen nodig, en koolstof en stikstof spelen hierbij een cruciale rol. Het bodemleven neemt deze stoffen op in een bepaalde verhouding: voor elke 25 delen koolstof is ongeveer 1 deel stikstof nodig. Dit is een gemiddelde verhouding, die natuurlijk een beetje kan schommelen.
Stikstofrijk versus stikstofarm materiaal
Als je stikstofrijk materiaal, zoals groen materiaal, op de bodem legt, wordt relatief gezien meer stikstof vrijgegeven en minder koolstof. Het bodemleven merkt dan dat er een overvloed aan stikstof is, maar dat koolstof de beperkende factor wordt. Hierdoor blijft er vaak stikstof over die beschikbaar is voor planten.
Andersom, als je bruin materiaal zoals blad, houtsnippers of stro gebruikt, bevat dit veel meer koolstof dan stikstof. Wanneer dit materiaal wordt afgebroken, komt er een overvloed aan koolstof vrij, maar is er een tekort aan stikstof. Het bodemleven heeft dan niet genoeg stikstof om zich op te bouwen en zal dit actief in de bodem gaan zoeken. Hierdoor wordt alle vrijgekomen stikstof gebruikt voor de opbouw van het bodemleven, en blijft er weinig tot niets over voor je planten. Dit is waar het idee van stikstoftekorten vandaan komt.
Mulchen versus onderwerken
Echter, dit probleem doet zich vooral voor als je organisch materiaal onderwerkt, dus in de bodem stopt. Als je mulcht, leg je het materiaal simpelweg op de bodem. Hierdoor ontstaat er een contactzone tussen de bodem en het mulchmateriaal, meestal slechts een centimeter of twee dik. In deze zone is het bodemleven zeer actief en vermenigvuldigt het zich explosief. Als je bruin materiaal gebruikt, kan het zijn dat in deze bovenste laag alle stikstof wordt vastgelegd. Maar de wortels van je planten gaan veel dieper, waar ze voldoende voedingsstoffen vinden. Het fenomeen van stikstofvastlegging speelt dus vooral in de bovenste centimeter en heeft weinig effect op de plantengroei.
Waarom dit verhaal dan toch de ronde doet, snap ik niet goed. Het is slechts een fijne overgangszone waarin eventueel problemen kunnen optreden, en dat vooral in het begin, als je net start met mulchen. Dan moet je bodemleven zich nog aanpassen aan het nieuwe systeem. Na enkele maanden is deze bovenste laag echter verzadigd met bodemleven. Het kan niet meer uitbreiden, en het evenwicht is bereikt. Wanneer bacteriën, schimmels en andere organismen afsterven, komen de voedingsstoffen die ze bevatten weer vrij voor je planten. Dus als er al een probleem is, is dit slechts tijdelijk en beperkt tot de bovenste centimeter.
Problemen bij zaaien?
Een mogelijke uitzondering is wanneer je zaait. Normaal gesproken maak je een zaaigeul, en de wortels van de kiemplantjes gaan snel de diepte in. Wij hebben bijvoorbeeld nooit problemen gemerkt met stikstoftekorten bij het zaaien. Het probleem doet zich vooral voor als je organisch materiaal onderwerkt, bijvoorbeeld door te spitten. Als je mest of een groenbemester in de bodem werkt, verspreid je het organisch materiaal over een veel groter gebied, vaak tot wel 20 centimeter diep. Hierdoor wordt het bodemleven over een grotere zone geactiveerd, en kan het stikstoftekort zich over een groter gebied voordoen.
Dit is vooral het geval als je bruin materiaal, zoals blad, houtsnippers of stro, onderwerkt. Het bodemleven heeft dan een tekort aan stikstof om zich op te bouwen en zal alle beschikbare stikstof in de bodem gebruiken, waardoor er weinig overblijft voor je planten. Dit is waar het verhaal van stikstoftekorten vandaan komt, maar het geldt dus vooral als je organisch materiaal onderwerkt, niet als je mulcht.
Onze ervaring met houtsnippers
Wat ik wel moet toegeven, is dat wij in een specifiek geval wel wat problemen hebben gehad. Op een plek waar we al acht à negen jaar houtsnippers gebruiken als mulch, merkten we in het begin dat bladgroenten wat slechter groeiden. Ze bleven kleiner dan in de rest van de tuin, terwijl andere planten, zoals tomaten en courgettes, juist heel goed gedijden. Dit probleem is inmiddels verdwenen, maar het duurde een paar jaar voordat het evenwicht was bereikt.
Wat hier mogelijk speelde, is dat houtsnippers een veel hogere verhouding van koolstof ten opzichte van stikstof hebben. Hierdoor duurde het langer voordat het bodemleven in evenwicht kwam, en was de overgangszone waar stikstof werd vastgelegd mogelijk wat groter dan de gebruikelijke bovenste centimeter. Dit kan verklaren waarom we de eerste jaren wat moeizame groei zagen bij bladgroenten.
Conclusie: mulchen is de oplossing, niet het probleem
Als je mulcht met organisch materiaal zoals blad, gras of andere plantenresten, hoef je je geen zorgen te maken over stikstoftekorten. Dit probleem doet zich vooral voor als je organisch materiaal onderwerkt, vooral bruin materiaal zoals houtsnippers of stro. Mulchen daarentegen is een uitstekende manier om je bodem gezond te houden zonder stikstoftekorten te veroorzaken. Het enige wat je nodig hebt is wat geduld, vooral als je net begint. Na enkele maanden is het evenwicht bereikt, en heb je een gezonde, productieve tuin zonder extra bemesting.
Dus, kort samengevat: mulchen is de manier om je bodem gezond te houden, en stikstoftekorten zijn zelden een probleem als je het op de juiste manier aanpakt. Laat de natuur haar werk doen, en je zult zien dat je tuin floreert zonder dat je je zorgen hoeft te maken over bemesting of stikstoftekorten.
Wat je hierboven leest, is een transcriptie van de podcast. Deze tekst bevat de hoofdpunten van de opname, maar is altijd beknopter dan het origineel. Wil je het volledige verhaal, met alle details, dan kan je best de opname bovenaan beluisteren!
Wil je het in je auto, tijdens het sporten of tuinieren beluisteren, dan is het misschien handig om dit via mijn Spotify-kanaal te doen: Je Eigen Perfecte Tuin




